Amsterdam heeft haast. Meer huizen!

Amsterdam kan de vraag naar woningen simpelweg niet bijbenen. De stad bouwt de komende tien jaar 50.000 huizen. Maar dan nog zal er niet voor iedereen plek zijn.

Nieuwe woningen in het Amstelkwartier. Foto's Olivier Middendorp / NRC
Nieuwe woningen in het Amstelkwartier. Foto's Olivier Middendorp / NRC

Zesenhalve week kampeerde hij in een caravan op een stuk braakliggend terrein in Amsterdam-Noord. In de rij voor een kavel in Buiksloterham. Het is gelukt. Stefan van de Kar (47, architect), gaat zelf een huis bouwen en kan eindelijk gaan samenwonen met zijn vriendin, een beeldend kunstenaar.

„Het was absurd, al die weken op dat veld, lange tijd zonder stromend water en elektriciteit. Maar we wisten: als dit niet lukt, dan moeten we de stad uit.” Aan het kamperen ging een zoektocht van anderhalf jaar vooraf. Verhuizen naar Den Haag of Rotterdam was al een serieuze optie. „Een eigen huis bouwen in Amsterdam is zelfs goedkoper dan een bestaand huis kopen. Het scheelt al snel een factor 3 of 4.” Amsterdam wordt volgens hem „een stad voor rijke mensen. Ik zie kunstenaars en creatieven langzaamaan de stad verlaten.”

Amsterdam kan de vraag naar woningen simpelweg niet bijbenen. De stad groeit met zo’n 11.000 inwoners per jaar. Door de krapte op de markt worden de huizenprijzen steeds verder opgevoerd, waardoor veel mensen een huis niet meer kunnen betalen. 

De stad heeft daarom haast. Om de druk op de woningmarkt te verlagen, wil de gemeente de komende tien jaar 50.000 woningen bijbouwen. Het college wees onlangs twaalf bouwlocaties aan. Het kaartje oogt als een donut. Buiksloterham, NDSM, Ring-West, Amstelkwartier, Sloterdijk, IJburg-2. In de ring rond Amsterdam moet het gaan gebeuren. Want de stad houdt niet op bij de A10, de metroringlijn of de IJ-oevers.

Of, zoals het toeristengidsje van I Amsterdam schrijft; „creative hub” Noord is „one of Amsterdams coolest hoods”, Zuidoost is „in vibrant transition” en „Western Garden Town” Osdorp – „once a sleepy backwater” – heeft zichzelf opnieuw uitgevonden met nieuwe architectuur en „massive amounts of greenery”. 

De geselecteerde bouwlocaties zijn veelal gebieden die getransformeerd worden (zoals Overtoomse Veld), maar er zijn ook locaties die nog deels braak liggen (zoals Amstelkwartier en Buiksloterham) of die nog aangelegd moeten worden (zoals IJburg-2). Het zijn deze wijken waar nog ruimte is voor verdichting en herontwikkeling. En die het tot dusver sterke binnen-of-buiten-de-ring-denken moeten vervagen.

Dus de locaties zijn er. De ontwikkelaars willen ermee aan de slag, stelt het college. En er hoeven „geen langdurige bestemmingsplanprocedures doorlopen te worden”.

Maar zijn 50.000 woningen in tien jaar tijd genoeg in een stad die relatief net zo hard groeit als Berlijn, Kopenhagen, Londen en Parijs, zoals in de gemeentestudie Koers 2025 wordt gesteld? Zoals het er nu naar uitziet niet, zegt Zef Hemel, bijzonder hoogleraar Grootstedelijke Problematiek aan de UvA. „Door de crisis zijn we op achterstand geraakt. We moeten niet denken dat we nu uit de brand zijn.”

De twaalf bouwlocaties:

Amsterdam is nog te bang

Mooi dat de sprong over de ring wordt gemaakt, vindt Hemel. „Maar om een metropool te bouwen heb je ook Amstelveen en Diemen nodig.” Amsterdam durft zijn vleugels nog niet uit te slaan, zegt Hemel. „Sinds de crisis zijn we van slag. Niemand durft nog ver vooruit te kijken en van echte groei uit te gaan. Of van een gedurfd verkeerscirculatieplan voor de hele binnenstad. Of een metroplan. Men is bang om de buurgemeenten op stang te jagen. En om Rotterdam, Utrecht en Den Haag links te passeren.”

Maar waarom blijven we eigenlijk denken in aantallen woningen, vraagt Hemel zich af. „We moeten aan formaat gaan denken. De trend wordt dat mensen kleiner gaan wonen. Maak je de woningen half zo groot, dan kun je er 100.000 van maken.”

Dat is precies waar woningbouwcorporatie De Key mee bezig is. In de Delflandpleinbuurt in Nieuw-West bijvoorbeeld. „Wij bouwen niet meer boven de 40 vierkante meter”, zegt Leon Bobbe van De Key. „Eerst bouwden we voor iedereen. Maar nu alleen nog voor jongeren en starters, omdat de verdringing van deze groep het grootst is.”

Wij doen ons huiswerk goed, zegt Bobbe, door deze doelgroep te bedienen. „Maar het grootste probleem zit ’m in de groep die zoekt naar een woning tussen de 700 en 1.000 euro huur. Wij kunnen niet voor de middenklassegezinnen zorgen. Dat mag niet meer. Dat is aan de particuliere beleggers en ontwikkelaars, maar die huizen zijn vaak erg duur.”

Synchroon is zo’n projectontwikkelaar, actief in onder meer de Houthavens, Zeeburgereiland en Zuidoost. „Je ontwikkelt voor de markt, dus je ontwikkelt ook voor mensen die groter willen wonen”, zegt Tobias Verhoeven, adjunct-directeur van Synchroon.

Kleinere, betaalbare woningen voor gezinnen worden niet veel aangeboden, geeft hij toe. „Terwijl ontwikkelaars ook moeten denken aan het maatschappelijk belang. Wij vinden het belangrijk dat de mensen die de stad zo leuk maken, er kunnen blijven wonen.” In de Houthavens biedt Synchroon dan ook gezinsappartementen aan. Toch is de meerderheid gericht op een- en tweepersoonshuishoudens. Voor die groep worden microappartementen gemaakt; appartementen die ruimte besparen door een flexibel interieur en collectieve voorzieningen, zoals een gezamenlijke wasserette. Voor de meeste gezinswoningen moet je dus toch naar Zuidoost.

‘Stad is niet voor iedereen’

Cijfers van statistiekbureau OIS bevestigen dat beeld. In de laatste jaren is het aantal koopwoningen binnen de stadsgrenzen enorm toegenomen. Maar het aantal betaalbare woningen voor middenklassegezinnen is gedaald en een groot deel is naar de stadsranden opgeschoven.

In een stad waar de grond zo duur is, ga je geen riante doorzonwoningen bouwen, reageert hoogleraar Zef Hemel. En die gezinnen dan? „Als de consequentie van het behouden van deze groep is dat je een soort Almere gaat maken, dan hoeft het voor mij niet. Mensen met kinderen zouden ook in hoogbouw moeten kunnen wonen. Zo niet, dan zullen ze de stad uitmoeten.”

En dat is nou net wat het stadsbestuur niet wil. In het coalitieakkoord is afgesproken dat Amsterdam ‘van iedereen’ is. Het aantal sociale huurwoningen moet daarom op peil blijven. Het college streeft ernaar om de komende vijf jaar 6.000 nieuwe sociale huurwoningen te realiseren.

Maar in werkelijkheid is de stad er dus helemaal niet voor iedereen, reageert GroenLinks-fractievoorzitter Rutger Groot Wassink. „Als je sociale huurwoningen bijbouwt, maar andere weer verkoopt, dan schiet je daar netto niets mee op. Ondertussen blijven de huurprijzen in de vrije sector stijgen.” Gemiddeld kost een huurhuis in Amsterdam ruim 2.200 euro, bleek vorige week uit onderzoek van huurplatform Pararius. „Wie kan dat nu betalen?”, aldus Groot Wassink. „Het is hysterisch.” 50.000 woningen bijbouwen noemt hij „leuk”, maar „zeker niet genoeg”.

Middenklasse gecruncht

Het college doet te weinig voor de middeninkomens, vindt Groot Wassink: „Wat je ziet is: de bovenkant die groeit, de onderkant blijft gelijk en de middenklasse wordt gecruncht. Die moeten de stad uit.”

De vraag is inderdaad nog altijd groter dan het aanbod, reageert wethouder Laurens Ivens (Bouwen en Wonen, SP). „Juist daarom is Amsterdam op volle kracht aan het bijbouwen.” Hij verwijst naar het bouwrecord van ruim 8.000 woningen vorig jaar. „Hiervan heeft 70 procent een lage of middeldure huur.” Amsterdam blijft dus wel degelijk een plek voor iedereen, benadrukt Ivens.

Het moet sneller, vinden zowel Hemel als Groot Wassink. Laat de gemeente zélf gaan bouwen, zeggen zij, zoals ook de Britse regering onlangs aankondigde.

Ivens ziet daar geen reden toe. „De gemeente jaagt de bouw momenteel enorm aan door veel bouwgrond vrij te geven. En de bouwers lijken in de rij te staan.”