Alles is belachelijk, vooral dichters

De soms hilarische en volle roman van de Amerikaanse Nell Zink draait om rassenkwesties en feministische vraagstukken, en is een ode aan de literatuur. U krijgt een lichtelijk hysterische ervaring.

Nell Zink (1964), geboren in Californië en nu wonend in het Duitse Bad Belzig, is één van de markantste debutanten van de afgelopen twee jaar. Tot haar vijftigste schreef ze experimentele romans voor maar één persoon; de Israëlische auteur Avner Shats met wie ze correspondeerde. Toen ze over vogels begon te e-mailen met romancier en vogelaar Jonathan Franzen, maande deze haar de stap naar publicatie te zetten met toegankelijker werk. Misplaatst is de tweede roman die daarvan uitgebracht is.

De dichters krijgen ervan langs, in deze roman. Het Amerikaanse landschap wordt bezongen, de suburbs worden bespot. Het boek is dooraderd met rassenkwesties en feministische vraagstukken en staat bol van de verwijzingen naar literaire werken en elementen uit de popcultuur. Zink slingert de lezer in Misplaatst met het zelfde rot tempo als in het vorig jaar vertaalde De Rotskruiper een genadeloos universum in.

Dat maakt de leeservaring lichtelijk hysterisch, maar interessant. Het plot is een Shakespeareaanse klucht over Peggy Vaillaincourt en Lee Fleming, aspirant schrijfster en ingewikkeld dichter, beiden homoseksueel. Ze leren elkaar in de jaren zestig kennen op de meisjesuniversiteit van Stillwater, waar Lee doceert en Peggy de militante lesbienne probeert te verpersoonlijken. De seksuele spanning is desalniettemin om te snijden en uit een combinatie van plichtsbesef en zwangerschap trouwen ze. Na tien jaar (de tijd verstrijkt opmerkelijk vlug) vlucht Peggy met onder haar vleugels hun peuter Micky weg van hun onsuccesvolle huwelijk. Byrdie, hun negenjarige zoon, blijft achter bij zijn vader.

Terwijl Lee poogt Byrdie op te voeden tot een verfijnde heer, rust hij niet tot hij zijn echtgenote en dochter vindt. Die leven onder valse namen een vrij armoedig leven; Peggy, nu Meg, verdient afwisselend de kost met het zoeken van regenwormen voor een visserszaak, het verkopen van pornoblaadjes en het opslaan van drugs. Micky – net als haar moeder zo wit als het maar kan – gaat door het leven als Karen Brown, een zwart meisje. Zwart? Jawel; dat wekt nergens verbazing wegens de fameuze one drop rule: je bent zwart ‘als je één zwarte voorouder had – ook al was dat ver terug in de geschiedenis, tot de tijd van Noachs zoon Cham’.

Tenenkrommende uitspraken

Die one drop rule is kenmerkend voor het ras -en afkomstmotief in de roman, die vol staat met felle, kleine constateringen. Tussen neus en lippen door stipt Zink veel aan: het slavenverleden van Amerika, hoe goede bedoelingen soms onbewust leiden tot méér racisme, en vooral veel tenenkrommende uitspraken en gebeurtenissen. Zo is er een lerarenvergadering waar Karen als gehandicapt wordt beschouwd omdat ze zwart is. En Meg, die inmiddels doet denken aan Rachel Dolezal, de witte vrouw die vorig jaar wereldwijd het nieuws haalde omdat ze zich als zwarte woordvoerster opvoerde voor de National Association for the Advancement of Colored People, meent dat iemand die een gunst van haar wil niet te vertrouwen is omdat ze blank is.

Hetzelfde geldt voor de verhouding tussen mannen en vrouwen, die elkaar maar niet nader lijken te komen. Enerzijds staat de roman vol met snedige kritiek op de maatschappelijke positie van vrouwen (‘af en toe moest ze het kind laten zien en complimentjes voor haar werk in ontvangst nemen, alsof ze een wezen van een enigszins inferieure sociale klasse was – en dat was ze ook. Een vrouw.’).

Anderzijds zijn de passages waarin feministische discussies geschetst worden bij vlagen hilarisch – bijvoorbeeld door de gefrustreerde Lee, die zich wanhopig afvraagt of feministen niet de onderdrukkers zijn van homoseksuelen en zwarte mannen, maar ook door zijn cirkelredenerende studentes, die menen dat mannen vrouwen onzichtbaar willen maken en daarom besluiten een tijdschrift vol poëzie door vrouwen maar niet te drukken.

En daarin, buiten de wervelende schrijfstijl, herken je onmiddellijk de hand van de auteur die inmiddels als her Nellness bekend staat. De roman zit vol perspectiefwisselingen tussen Lee, Peggy, hun kinderen en andere personages. In adembenemend tempo en met soms nauwelijks te volgen overgangen, wordt met alles en iedereen afgerekend. Een enkele keer moreel nogal op het randje, maar het proza is intelligent genoeg om je te laten begrijpen dat er geen onderscheid gemaakt wordt in over wie of wat er geschreven wordt; Zinks verteller beschikt over een groot relativerend en ridiculiserend vermogen. Alles is belachelijk.

Hoewel, alles… wellicht zijn de dichters in Misplaatst nog iets belachelijker dan de rest. Vooraf: het is opvallend hoe vaak er wordt gerefereerd aan literatuur. Sterker: de relatie tussen literatuur en het leven is één op één in de roman; Byrdie haalt zijn visie op het redden van de wereld direct uit Flinke Zeelui van Kipling, Meg/Peggy wil feministische toneelstukken schrijven, Karen/Micky denkt tijdens een geëmotioneerd moment aan Sylvia Plath.

De schrijvers en literaire werken, klassiek en modern, zijn alomtegenwoordig. Maar de arme dichters worden regelmatig met smaak de grond in geschreven. ‘Je kon een dronkenlap van de stoep voor een winkel plukken en er in een half uur een dichter van maken,’ mijmert Peggy over alle vrije geesten die Lee’s woning bevolken, ‘Maar vrijheid is niet zeggen wat je op het hart hebt. Vrijheid is geld hebben om naar Mexico te gaan.’

Zonder excuses

Dat is niet wat er uit Misplaatst als geheel spreekt. Juist het feit dat alles gezegd wordt, zonder excuses en zonder gêne, maakt het lezen van de roman naast een chaotische, ook een bevrijdende ervaring. Het is een ode aan de knulligheid en het onvermogen om goede keuzes te maken, en een lofzang op het kluchterige toeval dat het leven soms eigen is – al zijn de gebeurtenissen soms al te toevallig, en hebben ze, hoe ingrijpend ook, verbazingwekkend weinig gevolgen. Alsof er voor het omgaan met het verlies van identiteit of het verwerken van ontwrichtende familievetes geen ruimte is in het volle verhaal. Net als in het echt, zou je kunnen zeggen, maar toch schreeuwt de roman soms om een moment van bezinning.

Misplaatst is een wonderlijke, vermakelijke roman, soms te vlug en vol, en een ode aan de literatuur – behalve dan die dichters, dus.