Aantal Amsterdamse treiteraars neemt toe

De groep overlastveroorzakers is het afgelopen jaar flink gegroeid. De gemeente hanteert een eigen Treiteraanpak.

De bewoners van een containerwoning werden daar in 2014 zelfs uitgezet.
De bewoners van een containerwoning werden daar in 2014 zelfs uitgezet. Foto Pierre Crom

Het getreiter begon in de achtertuin in Amsterdam-West. Hij schreeuwde. Schold. En maakte obscene gebaren. Stiekem spuugde de buurman over de schutting heen. In anderhalf jaar tijd ging de politie ruim 25 keer op huisbezoek. Ook hulpverleners kwamen er geregeld. Maar dan speelde de pestende man de verloren onschuld.

„Zo geniepig kan het treiteren gaan”, zegt Johan Mandemaker (55). Mandemaker, lang, indringende blik, type no-nonsense, is stadsdeelregiseur bij de Amsterdamse Treiteraanpak. De aanpak pakt sinds begin 2013 treiteraars in de stad aan en kan ze in het ergste geval uit huis plaatsen.

Deze groep overlastveroorzakers is het afgelopen jaar flink gegroeid. Terwijl in 2014 de gemeente Amsterdam 11 „treitercasussen” signaleerde, zijn dat er in 2015 ruim drie keer zoveel: 35. Ook het aantal mogelijke overlastveroorzakers is toegenomen. Van 27 dossiers moet nog beslist worden of zij onder de Treiteraanpak vallen, dat waren het jaar daarvoor slechts een paar. Dit blijkt uit de Treiteraanpak monitor 2015.

Hoe die toename te verklaren? Mandemaker, die de treitercasussen in West, het stadsdeel met de meeste overlastveroorzakers, behandelt (een stuk of tien), haalt zijn schouders op: „Er lag blijkbaar meer shit onder het tapijt dan we dachten.” Dan genuanceerd: „De aanpak is bekender geworden, ons imago is erop vooruit gegaan. Daarom worden we vaker benaderd door buurtbewoners met overlast.”

Je wordt in Amsterdam niet zomaar als een treiteraar bestempeld, zegt Mandemaker. Als er klachten binnenkomen, gaat hij eerst verifiëren of die kloppen. Hij controleert in het RISTRAP systeem wat over de persoon bekend is. En hij belt hulpverleners en politie uit zijn netwerk. Mandemaker: „Wederhoor is belangrijk. Je bent de meeste tijd bezig met waarheidsvinding. Mensen kunnen klachten indienen omdat ze een belang hebben; dan blijkt later bijvoorbeeld dat ze ruzie hebben met de treiteraar.”

Veel 112-meldingen, aangiftes, aanhoudend „geroezemoes” in de buurt, buren die heel nauwkeurig de klachten registreren, drank-, drugs- en geluidsoverlast: dat zijn de signalen die bij Johan Mandemaker de alarmbellen doen rinkelen. Dan stapt de stadsdeelregisseur op zijn fiets en „doet hij een rondje in de buurt”. Hij praat met buurtbewoners, observeert de zogenoemde treiteraar en gaat bij hem of haar langs.

Zodra een overlastveroorzaker onder de Treiteraanpak valt wordt een plan van aanpak bedacht. Dat is „maatwerk”, volgens Mandemaker. Zo kan surveillance en cameratoezicht worden ingezet. En kan intensievere bemoeienis vanuit de zorg herhaling van problemen voorkomen. Verder kan de buurt een weerbaarheidstraining krijgen. En door voorwaarden in het huurcontract op te leggen, kan Mandemaker de treiteraar dwingen zich naar de regels te gedragen. Bij overtreding kan huisuitzetting plaatsvinden – mits hij of zij in een huurwoning woont.

Sommige treiterdossiers zijn heel uitgebreid en gecompliceerd en tellen honderden pagina’s. Achter het treiteren gaat altijd een andere problematiek schuil, zegt Mandemaker. In 2015 werden minder treiterzaken opgelost dan voorgaande jaren; een mogelijke reden is dat de makkelijkere zaken in het eerste jaar zijn opgelost en de taaiere zaken overbleven.

Staan van die taaiere zaken ook mensen op de nominatie voor een containerwoning? Nee, zegt Mandemaker; er zijn momenteel zelfs helemaal geen containerwoningen in gebruik. Die containers zijn sowieso maar een tijdelijke oplossing: „Om de lucht te klaren. En om af te koelen.” Maar daarna moet hij weer in de bewoonde wereld worden geplaatst. „Je kan zo’n klootzak wel uit zijn huis halen, maar daarmee los je de problemen die op de achtergrond spelen niet op.”