Wind mee, tegen, Nuis boeit het niet

Kjeld Nuis geniet van zijn gevechten met de Russen. Bij de WK afstanden op hun ijs, in Kolomna, wil hij zijn eerste grote prijs halen.

Kjeld Nuis woensdag tijdens een training in aanloop naar de WK afstanden die donderdag beginnen in Kolomna, Rusland.
Kjeld Nuis woensdag tijdens een training in aanloop naar de WK afstanden die donderdag beginnen in Kolomna, Rusland. Foto François Wieringa

Kjeld Nuis schatert. Even laten zien hoe hard de ‘wind’ in de rug waait van de schaatsers in de Kometa-hal. Zijn accreditatie waait bijna weg als hij hem voor een van de ventilatoren in het ijsstadion houdt. „Ze staan keihard aan, allemaal met de schaatsrichting mee. Inrijden met rondjes van 30. Het lijkt wel Salt Lake City.”

Lang vervlogen tijden herleven bij de WK afstanden in kil Kolomna, zo’n honderd kilometer onder Moskou. Mysterieuze meewind in een overdekt stadion, aan de vooravond van een ouderwetse Rusland-Nederland voor Kjeld Nuis, met ondoorgrondelijke rijders als Pavel Koelizjnikov (1.000 meter) en Denis Joeskov (1.500 meter) als belangrijkste tegenspelers. „Heel gaaf, dat gevecht met de Russen ”, zegt Nuis (26) op de elfde etage van het Kolomna Hotel.

Hij kent de vertellingen uit de Sovjettijd, toen schaatsers op de hooggelegen Medeo-baan bij Alma Ata, het huidige Almaty in Kazachstan, soms midden in de nacht zouden zijn gewekt als de wind gunstig was, en met onwaarschijnlijke wereldrecords terugkeerden in hun basiskamp. Sergej Martsjoek. Igor Malkov. Viktor Sjasjerin. Altijd wind mee.

Koude Oorlog

Nuis zegt niks te merken van een nieuwe Koude Oorlog, zo aan de vooravond van een WK op Russische bodem. Hij gelooft niet in oneerlijk spel of intimidaties. „De Russen trainen wel op andere uren dan de rest, ze hebben als enigen een eigen kleedkamer. En ’s avonds eten alle schaatsers in de grote zaal van het hotel, behalve de Russen; zij zitten ergens achter gesloten deuren.”

Maar bewust luchtstromen manipuleren, straks tijdens de races? „Nee, daar ben ik niet bang voor. Als dat één keer wordt opgemerkt, vallen ze door de mand. ”

Liever dan achterdochtig zijn koestert hij het tweegevecht met de Russen. Vooral met Koelizjnikov, de ongrijpbare jongeling uit Ruslands hoge noorden die dit seizoen zoveel opzien baarde. Op de 500 meter blijft hij buitencategorie, maar op Nuis’ specialiteit, de 1.000 meter, is de Nederlan der gelijkwaardig. „Ik ben snel genoeg. In de tweede ronde maak ik een halve seconde goed, dus als ik Koelizjnikov in de eerste ronde binnen de 0,4 seconde houd, win ik.”

Meer ervaring, zelfverzekerder

Tot nu toe gingen de hoofdprijzen aan hem voorbij. Hij miste onverwacht de Olympische Spelen van Vancouver (2010) en Sotsji (2014) en werd ongewild de schaatser die op het beslissende moment niet thuis geeft.

Ten onrechte, vindt Jac Orie, sinds 2009 zijn coach. Hij wijst erop dat Nuis in de aanloop naar Sotsji ziek werd. „Er is veel concurrentie op die afstanden.Kijk naar Shani Davis, veruit de beste 1.500-meterrijder die we ooit gehad hebben. Hoe vaak is hij olympisch kampioen geworden op die afstand? Nul keer. Jeremy Wotherspoon op de 500 meter, zelfde verhaal.”

Orie bewondert juist de „grote veerkracht” van zijn pupil. En nee, het misgrijpen bij grote prijzen is geen mentale kwestie, zegt hij resoluut. Maar Orie ziet wel een schaatser die stabieler is geworden. „Kjeld had periodes waarin hij ontzettend sterk was. Nu kan hij langer op een hoog niveau schaatsen ”.

De afgelopen weken verbaasde Nuis ook zichzelf. Op de NK afstanden haalde hij in een zwaar trainingsblok twee gouden medailles op alsof het oefenritten waren. „En bij de World Cup in Stavanger reed ik na griep mijn beste race ooit. Daar word je zelfverzekerd van.”

Ook de komst van Sven Kramer naar zijn ploeg deed hem goed. De Fries brengt niet alleen een schat aan ervaring mee, maar ook de mentaliteit van de ultieme winnaar. „Toen ik in Stavanger tweede werd, vlak achter Koelizjnikov, hoorde Sven dat ik werd gefeliciteerd met mijn goede rit. Roept hij: heb je gewonnen dan? Typisch Sven. ”

Wereldrecordniveau

Hoewel hij zich steeds meer thuis voelt op de 1.500 meter, getuige zijn recente nationale record in Salt Lake City (1.42,14), blijft de 1.000 meter zijn favoriete afstand. „Daar zitten we echt tegen wereldrecordniveau aan. Zover ben ik op de 1.500 meter nog niet. De 1.000 meter past ook beter bij mijn karakter: alle remmen los. ”

Met of zonder wind, voor Russisch publiek wil Nuis zijn grootste succes bijschrijven. Hij verwacht niet dat Koelizjnikov veel last zal hebben van druk in een volle Kometa-hal. „Toen iedereen in Salt Lake City verwachtte dat hij de eerste 33’er ging rijden, deed hij het ook gewoon. ”