‘Wie niet lobbyt verliest hier’

Nederlander Wytze Russchen geeft cursussen over lobbyen in Brussel. „Zonder een ‘binnenwipper’ zoals ik ben je hier niks waard.”

‘Felicitaties, complimenten! De autolobby heeft die dik verdiend.” Wytze Russchen, lobbyist in Brussel, heeft bewondering voor zijn collega’s die de auto-industrie vertegenwoordigen. Dieselgate en sjoemelsoftware zorgden wereldwijd voor verontwaardiging. Na alle schandalen zou de auto-industrie wel een toontje lager zingen, was de verwachting. Maar vorige week gaf een meerderheid in het Europees Parlement de autofabrikanten het voordeel van de twijfel. Overschrijding van uitstootnormen wordt ook de komende jaren gedoogd.

Allemaal dankzij de autolobby, „de machtigste lobby van Brussel,” zegt Russchen (45). „Ze hebben alle registers opengetrokken en Europese ambtenaren en politici onder enorme druk gezet.” Bondskanselier Merkel gebruikte al haar invloed om voor Duitse autofabrikanten een goed woordje te doen. En ook vakbonden uit landen waar de auto-industrie voor veel banen zorgt, bewerkten de EuroparlementariËrs tot op het laatste moment.

Russchen kwam als twintiger naar Brussel met het idee er Europarlementariër te worden. De „Hollandse polder” was te klein, „in Brussel is de échte macht”. Als trouw VVD-lid droomde hij van een zetel in de liberale fractie. Hij liep er stage en was fractieassistent. Zélf verkozen worden mislukte twee keer. Bij Europese verkiezingen in 1999 en in 2004 kwam hij op een onverkiesbare plaats. Hij was te „koppig, solistisch en brutaal” om politicus te worden, zegt hij.

Lobby dan maar. Russchen vertegenwoordigde al snel de belangen van bedrijven en Nederlandse en Europese werkgeverskoepels als VNO en BusinessEurope. Het oliemannetje, noemt hij zichzelf. Het is ook de titel van het in 2014 verschenen boek waarin hij zijn Brusselse jaren beschreef.

In 2008 werd bij Russchen de ziekte van Parkinson vastgesteld. Hij nam wat gas terug en nu geeft hij lobby for dummies-cursussen in ‘wettenfabriek’ Brussel.

Wat is les nummer één voor een beginnende lobbyist?

„Pak niet om vijf uur de tram naar huis, want dan begint het lobbyen pas. Het is veel wining and dining. Dat maakt het onderhandelen over taaie onderwerpen een beetje vloeibaar.”

Brussel telt 30.000 lobbyisten. Kennelijk is het een aantrekkelijk vak. Maar het wordt ook vervloekt. De kritiek luidt dat lobbyisten met geld van grote bedrijven standpunten van politici kopen. Terechte kritiek?

„Lobby afdoen als iets vunzigs, die tijd hebben we nu toch wel gehad? Bedrijven en organisaties die er niet aan meedoen verliezen hier per definitie. De excessen, zoals envelopjes met geld onder de tafel, zijn eruit gefilterd. Er gelden strengere regels. Veel Europarlementariërs eisen tegenwoordig dat een lobbyist die zich bij hen meldt, zich heeft ingeschreven in het lobbyregister.”

Inschrijving in dat register, dat burgers en politici meer zicht moet geven op de achtergrond en motieven van lobbykantoren, is nu nog vrijwillig.

Zonder lobbyist ben je kansloos?

„Je moet er in Brussel bij zijn als er besluiten worden genomen die de toekomst van jouw bedrijf bepalen. Veel klanten huren mij te laat in. Dan hebben ze de boot al een keer gemist, en willen dat geen tweede keer meemaken. Zonder een ‘binnenwipper’ zoals ik, iemand die jou de EU-gebouwen binnenkrijgt, ben je hier niks waard.”

Wie hebben meer invloed: lobbyisten of Europarlementariërs?

„Als een Europarlementariër niet is voorbereid op een dossier en zwakke assistenten heeft, is hij een makkelijke lobbyprooi.”

U bedoelt: de lobbyist schrijf het amendement op een wet die zijn opdrachtgever niet bevalt, en geeft die tekst aan de gemakzuchtige Europarlementariër?

„Dat gebeurt. In principe niets mis mee, zolang je de regels volgt. Het gaat om een stroom van informatie over zaken waarmee miljarden zijn gemoeid. Het is dus belangrijk dat die parlementariërs hun besluiten nemen op basis van de goeie informatie en cijfers.”

U was assistent van een Europarlementariër. In Het Oliemannetje schrijft u: ‘We dineerden in Straatsburg op kosten van wíé dan ook onze aandacht wilde inkopen’.

„Dat is twintig jaar geleden. De cultuur is veranderd. Maar het spel wordt wel hard gespeeld. Lobbyisten wéten dat de eerste zorg van een Europarlementariër is: herkozen worden. Daar wordt gebruik van gemaakt. Een Europarlementariër in wiens Duitse, Tsjechische of Spaanse kiesdistrict de auto-industrie voor veel banen zorgt, wordt er door de autolobby aan herinnerd dat zijn stem voor of tegen strengere uitstootnormen een rol zal spelen bij volgende verkiezingen.”