Wat in Den Haag níet duidelijk werd: hoe ver reikt militair mandaat?

Zoals verwacht stemde de Kamer woensdag in met het bombarderen van IS in Syrië. Het debat ging vooral over de Russische rol in het conflict.

De Tweede Kamer zou woensdag debatteren over de uitbreiding van de militaire missie tegen Islamitische Staat (IS). Het kabinet had immers besloten om de vier F-16’s die zijn ingebracht in de coalitie tegen IS de komende maanden naast Irak ook boven het oosten van Syrië in te zetten. Maar het debat waaierde uit over alles wat te maken heeft met de „grote proxy-spaghetti-oorlog”, zoals CDA’er Raymond Knops het conflict in Syrië noemde. De burgeroorlog waarin in ieder geval ook de Verenigde Staten, Rusland, Iran en Saoedi-Arabië voor hun eigen belangen vechten.

Vooral de rol van Rusland kwam uitvoerig aan bod. Dat land werd bekritiseerd om het recente frustreren van de (poging tot) vredesbesprekingen in Genève, en voor de met het regime-Assad gecoördineerde aanval op Aleppo. Ook minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) veroordeelde het Russische optreden „glashard”.

De minister wil Rusland echter niet, zoals Sjoerd Sjoerdsma (D66) vroeg, extra sancties opleggen. Koenders wil het conflict in Oekraïne, waarom de bestaande sancties zijn opgelegd, en dat in Syrië niet vermengen. „Ik betwijfel of dat middel onze doelen op dit moment dichterbij brengt”, zei Koenders. Wel beloofde hij zich te verzetten tegen het opheffen van de huidige sancties.

Assad niet sterker maken

Er was ook veel discussie over de wens om dictator Assad te verdrijven, de humanitaire situatie in het hele land en het al dan niet uit de lucht droppen van voedselhulp voor de bevolking in de belegerde gebieden. Op een gegeven moment werd het Kamerlid Han ten Broeke (VVD) te veel. Hij ergerde zich eraan dat het debat overal over ging behalve waarvoor het bedoeld was. Assad en Poetin kwamen vaker ter sprake dan IS, terwijl Nederlandse militairen alleen die laatste daadwerkelijk bestrijden. Volgens Ten Broeke was er – heel militair – sprake van „mission creep”. Het debat sloop in een richting die geen recht deed aan de politieke beslissing tot uitbreiding en de militairen die dat uitvoeren.

Toch had de verminderde aandacht voor het militaire aspect ook een voordeel voor de VVD: het leidde af van een controverse die tussen de coalitiepartijen nog steeds bestaat. Toen wel werd gesproken over de militaire inzet, het mandaat en de beperkingen, zat er één belangrijke discrepantie tussen de uitleg van de VVD en de PvdA. Ten Broeke en minister Jeanine Hennis (Defensie, VVD) zien twee zaken die het militaire handelen van de F-16-piloten inperken: de geografische afbakening van Oost-Syrië en het humanitair oorlogsrecht. PvdA-Kamerlid Michiel Servaes voegde daar expliciet aan toe dat „geen acties die Assad sterker maken” worden uitgevoerd. Bommen op IS mogen niet de weg vrijmaken voor het Syrische regime. Volgens minister Hennis is „niemand in de coalitie erop uit de positie van Assad te versterken”.

Ook bleef wat onduidelijk of de coalitiepartners op één lijn zitten wat betreft de doelen voor de bombardementen. VVD en PvdA vinden allebei dat aanvoerlijnen, munitiedepots, bermbomfabriekjes, trainingskampen en commandocentra van IS met de grond gelijk gemaakt moeten worden. Maar wat betreft olie-installaties en banken waarmee de organisatie zijn terrorisme financiert, is de inzet minder eenduidig. Afgesproken is dat alleen puur militaire faciliteiten mikpunt kunnen zijn, en dat zullen banken en olie-installaties zelden zijn.

Maar omdat Nederland weinig bekendmaakt over doelen die worden uitgeschakeld en wat de gevolgen zijn, is lastig te controleren wat werkelijk op de grond gebeurt.

Meer openheid gevraagd

Nederland maakt elke week bekend hoe vaak bommen zijn gegooid, ruim 1.300 sinds het begin van de missie in 2014. Maar om „redenen van nationale en operationele veiligheid” worden nooit exacte data en locaties vermeld. De Kamer dwong af dat geprobeerd wordt binnen de coalitie meer openheid te forceren. Het kabinet meldde deze week wel dat twee incidenten waarbij mogelijk burgers omkwamen worden onderzocht.

Zoals verwacht was een ruime meerderheid van de Kamer aan het eind van het debat voor de uitbreiding van de missie – die wat betreft de luchtmacht loopt tot eind juni. Uit hoofdelijke stemming bleek dat 122 Kamerleden bombardementen boven Syrië steunen. 22 stemden ertegen. Naast de coalitie zijn CDA, PVV, D66, ChristenUnie en SGP voor. SP en PvdD blijven tegen de hele IS-missie. GroenLinks, eerder voor bombardementen in Irak, wil de uitbreiding in Syrië niet. PvdA-Kamerleden Sjoera Dikkers en Lutz Jacobi waren „niet volledig overtuigd”, bleek uit een stemverklaring, maar stemden wel met hun fractie mee.