Opinie

Waar haalt Bosch toch al die duiveltjes en monsters vandaan?

Hoe kom je erop om libelles met kikkerbilletjes te schilderen, of mannen met vissenkoppen? Waarom geef je engelen van die schubbige drakenvleugels? En wat is de reden dat de herten op hun achterpoten lopen? Kijkend naar het Hooiwagentriptiek van Jheronimus Bosch in Het Noordbrabants Museum, een drieluik waarop je na een half uur ademloos staren naar de carnavaleske optocht nog steeds nieuwe details ontdekt, borrelt de ene vraag na de andere op. Wat bezielt iemand om blauwe trompetspelende gedrochtjes op de hooiwagen te laten meerijden? Wat doet die naakte man op die koe?

Konden we het de maker maar vragen. Want er is geen oeuvre zo raadselachtig als dat van de vijfhonderd jaar geleden gestorven Jheronimus Bosch. Zijn werk is zo eigenzinnig, zo fantasierijk en zo volkomen anders dan alles wat daarvoor gemaakt was, dat je je afvraagt of de schilder niet een tikkeltje gek moet zijn geweest, of in ieder geval prettig gestoord. Want waar komen die angsten, die hallucinaties, die krankzinnige monsters en duiveltjes anders vandaan? Bosch is vaak een zonderling genoemd, een eenling en een buitenstaander. Er is gesuggereerd dat hij wellicht een psychiatrische stoornis had, of drugs gebruikte om tot zijn bizarre voorstellingen te komen. Ook de ondertitel van de tentoonstelling in Den Bosch, Visioenen van een genie (van 13/2 t/m 8/5), speelt met die gedachte.

Als hij in onze tijd had geleefd, was Bosch misschien wel een outsider artist genoemd. Sinds er in 2013 op de Biënnale van Venetië veel aandacht werd besteed aan autodidacte kunstenaars en aan werk van mensen uit psychiatrische instellingen, staat Outsider Art volop in de belangstelling. De Hermitage in Amsterdam zal vanaf maart een Outsider Art Museum herbergen en de Rotterdamse Kunsthal komt gelijktijdig met een grote expositie over Outsider Art. Blijkbaar heeft de kunstwereld behoefte aan onontdekte vrije geesten.

Kijkend naar de tientallen werken van Bosch die Het Noordbrabants Museum heeft weten te verzamelen, vielen me opeens de gelijkenissen met outsider artists op - het maniakale gepriegel, de angst voor de leegte, de doorwerkte composities, de buitenissige voorstellingen. Maar zo weinig als we van Bosch’ levensloop weten: geheel autodidact was hij niet. Hij kwam uit een geslacht van ambachtsschilders. Zijn vader, zijn ooms en zijn neven zaten allemaal in het vak. In de familiewerkplaats moet hij zich de schildertechnieken al op jonge leeftijd eigen hebben gemaakt. En anders dan veel outsider artists van nu werd Bosch niet pas op late leeftijd ontdekt. Hij had vooraanstaande opdrachtgevers, tot het bisdom in Brussel en het Spaanse hof aan toe.

Wel kun je stellen dat Bosch in het Brabant van rond 1500 redelijk geïsoleerd opereerde van andere kunststeden. Den Bosch had geen sterke artistieke traditie. Dat verklaart wellicht waarom zijn schilderijen zo uniek en met niets anders te vergelijken zijn. Ver weg van de rest van de wereld creëerde Bosch zijn eigen universum.