‘Vrede in Colombia is fictie zolang moordenaars vrijuit gaan’

Het naderende vredesakkoord tussen de Colombiaanse regering en de FARC wordt internationaal aangemoedigd. Alleen HRW uit fikse kritiek.

Zeker, José Miguel Vivanco begrijpt heel goed dat twee partijen in een vredesonderhandeling concessies moeten doen. Maar dat plegers van oorlogsmisdaden in Colombia straks geen enkele dag in een gevangenis zullen doorbrengen, daar is de regionale directeur van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW), verantwoordelijk voor beide Amerika’s, fel op tegen. „Dit akkoord promoot straffeloosheid. Het is een grote tegenslag. Voor Colombia en voor de hele internationale gemeenschap.”

Human Rights Watch staat vrij alleen in zijn kritiek op de vredesonderhandelingen tussen de Colombiaanse regering en de linkse rebellengroep FARC, die na ruim vijftig jaar van bloedige burgeroorlog moeten uitmonden in een definitief akkoord op 23 maart. Tijdens een bezoek van de Colombiaanse president Juan Manuel Santos vorige week aan het Witte Huis, steunde ook de Amerikaanse president Obama publiekelijk het vredesproces. „Een land dat op de rand van instorten stond, staat nu op de rand van vrede”, zei hij.

Volgens Vivanco is Obama „aan boord” op een „a-kritische manier”, zegt hij, in het Nederlandse kantoor van HRW aan de Amsterdamse Prinsengracht. „De Amerikaanse regering stelt publiekelijk geen vragen over de inhoud van het akkoord.”

Vrede in Colombia is in zicht. Wat is uw grootste bezwaar?

„Volgens deze overeenkomst vervalt iedere gevangenisstraf van misdadigers in ruil voor volledige bekentenissen. Ongeacht welke en hoeveel wreedheden iemand heeft begaan.”

De partijen zijn een systeem van maatschappelijke straffen overeen gekomen, is dat niet dekkend?

„Nee. In plaats van gevangenisstraffen is er een systeem van beperkte vrijheden ontworpen. De crimineel die zijn misdaden bekent, mag zelf een plan bedenken waar hij de straf uitzit en hoe hij deze invult. Dat geldt zowel voor het regeringsleger als voor rebellen. Dit alternatieve systeem is ronduit schandelijk.

„Stel een FARC-rebel krijgt zeven jaar straf opgelegd. Die persoon mag zijn straf uitzitten in het gebied waar hij zelf slachtoffers heeft gemaakt. En stel hij bedenkt in die tijd vier scholen te gaan bouwen. Dat klinkt mooi, maar er is geen enkel toezicht dat hij dit ook gaat doen. Stopt hij er halverwege mee, dan is er geen mechanisme hem zijn volledige straf af te dwingen.”

Vrijwel de hele internationale gemeenschap staat te springen om vrede in Colombia. Steunt u het akkoord ook, ondanks uw kritiek?

„Dat we vroeger straffeloosheid accepteerden als onderdeel van vrede, zoals bijvoorbeeld in Zuid-Afrika, betekent niet dat we dat anno 2016 ook zouden moeten doen. Dus nee, we kunnen dit vredesproces, zoals dat nu wordt gebouwd op een schandelijk niveau van straffeloosheid, niet steunen.”

De FARC propageert trots dat ze via slachtofferbijeenkomsten spijt betuigen en verzoening zoeken. Is dat niets waard?

„Het betreft maar een klein groepje slachtoffers dat aan deze bijeenkomsten deelnam. Maar dat is niet representatief voor de enorme hoeveelheid slachtoffers van het conflict.

„Ook regeringstroepen, verantwoordelijk voor ruim drieduizend zogeheten ‘valse positieven’ gaan vrijuit. Dat zijn onschuldige doden, vaak jonge mannen die naar afgelegen gebieden werden gelokt met banen. Daar werden ze doodgeschoten en valselijk gerapporteerd als guerrillastrijders, om zo tegemoet te komen aan de gretigheid van hoge officieren voor hoge dodenaantallen.”

Denkt u dat er iets gaat veranderen in Colombia met dit akkoord?

„Nee, ik denk dat het niets gaat veranderen op het Colombiaanse platteland. Want de grote vraag is: hoe gaat het akkoord geïmplementeerd worden?

„Mijn angst is dat zodra er een overeenkomst is, het Colombiaanse establishment zal beweren dat er geen guerrillero’s meer rondlopen in Colombia. Alsof je deze groep mensen een label kunt afnemen, en dat ze dan ophouden te bestaan.

„Zo ging dat ook met de paramilitairen. Bij de demobilisatie van tienduizend paramilitairen bleven deze groepen doorgaan met afpersen, drugshandel en andere misdaden, zij het onder een andere naam. Het probleem werd niet opgelost. Daar vrees ik nu ook voor. Door de naam weg te nemen, is de FARC niet verdwenen. Dat geeft mensen de illusie dat de realiteit is veranderd. Maar dat is fictie.”