Van een octrooi-jurist is nog nooit iemand beter geworden

Farmaceuten spelen het spel sluw, maar hebben het niet zelf bedacht. Beloon gezondheidswinst in plaats van lobby, reclame en patent, betoogt Marcel Canoy.

Medicijnen tegen kanker. Foto Remko de Waal/ANP
Medicijnen tegen kanker. Foto Remko de Waal/ANP

Om werkelijke winst voor consumenten en patiënten te boeken moet het stelsel van financiering voor dure geneesmiddelen op de schop. De brief aan de Kamer van minister Schippers is een stap in de goede richting.

Dure geneesmiddelen zijn niet alleen een nachtmerrie voor patiënten, maar ook voor economen. Uit de leerboeken weten we dat monopolies vaak slecht uitpakken voor consumenten. Sommige monopolies kun je nog negeren; heb je een hekel aan de NS, dan kun je met de auto gaan. Maar gedwongen winkelnering van farmaceuten is een heel vervelende variant van een monopolie – zeker als de prijzen geheim blijven. We voelen dat we worden geplukt, maar weten niet eens of we nog veren overhouden.

Het is dus lovenswaardig dat minister Schippers, met het visiedocument dat ze op 29 januari naar de Kamer stuurde, de markt wil veranderen voor die geneesmiddelen waarvoor nog geen goedkoper, merkloos alternatief voorhanden is.

Niet alle oplossingen die de minister voorstelt zullen even goed werken. Zo is het een goed idee om het momentum van het EU-voorzitterschap te gebruiken om bondgenoten in Europa te mobiliseren, maar de minister lijkt niet veel verder te willen gaan dan informatiedelen. De minister wil voorts de inkoopmacht van ziekenhuizen en zorgverzekeraars versterken, alleen is het knap ingewikkeld om dat te realiseren.

Ontwikkelagenda visie geneesmiddelen, 29 januari 2016

Want wie is er precies aan zet bij de inkoop? Moeten we zorgverzekeraars laten samenwerken zodat die collectief een prijs kunnen onderhandelen? Dan wordt de concurrentie tussen verzekeraars aangetast. Ziekenhuizen samen dan maar? Dat zou kunnen, maar ook dan geldt dat concurrentie tussen ziekenhuizen wordt verminderd en het niet zeker is dat de voordelen uiteindelijk de patiënten ten goede komen. Het bekendmaken van onderhandelingsprijzen op individueel niveau is ook al geen panacee. Het is daarom goed dat de Autoriteit Consument en Markt binnenkort bepaalt wat de ruimte is die mededingingsregels bieden voor samenwerking op inkoop, zodat consumenten en patiënten daar de voordelen ten volle van kunnen plukken.

Al deze initiatieven hebben gemeen dat aan het systeem zelf niet veel verandert. Ook een hechter collectief van zorgaanbieders en verzekeraars moet opboksen tegen een machtige monopolist. Zeker als die monopolist ‘goud’ in handen heeft in de vorm van een doorbraak op bijvoorbeeld de genezing van kanker, dan kan de samenleving weinig anders dan tandenknarsend de hoofdprijs betalen. Een systeem dat fundamenteel fout is.

Het gedrag van fabrikanten bestempelen als crimineel of onethisch helpt daarbij niet. Farmaceuten spelen het spel sluw, maar hebben het spel niet zelf bedacht. Daar mag je wat van vinden, maar het is handiger om de spelregels te veranderen. Dat kan door een systeem op te tuigen waar de prijs niet bepaald wordt door reclame, lobbykracht, emoties of maximumclaims, maar door gezonde concurrentie en de waarde die een medicijn aan gezondheidswinst toevoegt.

Als partijen betaald worden voor wat ze maatschappelijk toevoegen, komen de prikkels van farmaceuten en de samenleving met elkaar in balans. Dan wordt verhinderd dat kleine niet-wezenlijke veranderingen gepatenteerd worden en plotseling peperduur in de markt worden gezet. Een recent voorbeeld is Lemtrada, dat veertig keer zo duur werd nadat het door Genzyme werd omgekat van middel ter behandeling van leukemie in een middel ter behandeling van multiple sclerose. Mooi voor MS-patiënten maar dubieus omdat er geen enkele verhouding bestaat tussen ontwikkelingskosten en prijs. Tegelijkertijd blijven fundamentele doorbraken op de plank liggen zoals bijvoorbeeld bij nieuwe antibiotica. Deze markt wordt door de sector gemeden omdat het commercieel te risicovol zou zijn, terwijl het terugdringen van resistentie enorme maatschappelijke baten op mondiale schaal kan genereren.

Een nieuw systeem is nodig waar farmaceuten betaald krijgen voor onderzoeksinspanningen maar de prijzen laag gehouden worden. Nederland is te klein om dat in zijn eentje voor elkaar te boksen, maar dat weerhoudt ons niet ervan om het te proberen, want een systeemdoorbraak is de enige begaanbare weg voor de toekomst. De minister opent een kier in deze systeemdeur door in haar brief vooruit te lopen op publiek-private samenwerkingen waarbij publiek geld in de onderzoeksfase aan privaat geld wordt gekoppeld, maar beide partijen dan ook meeprofiteren van de winst.

Nog beter is het als de minister de Europese bondgenoten weet te enthousiasmeren voor een Europees fonds dat gezondheidswinsten beloont. Iedere partij met een bewezen goed medicijn kan bij het fonds aankloppen. Hoe meer gezondheidswinst, hoe hoger de beloning. Met zo’n fonds hadden we allang een nieuw antibioticum gehad en worden we verlost van spookinnovaties en andere trucjes die alleen octrooi-juristen blij maken.

In plaats van te sleutelen aan de marges van een slecht systeem, is het nodig de gehele financiering van geneesmiddelen op zijn kop te zetten. Dat is niet alleen goed voor patiënten en de staatskas, maar ook voor de farmaceutische sector. Die kan weer doen waar het voor is opgericht en waar ze goed in is: het doen van slim onderzoek om betere geneesmiddelen te produceren. Verspillingen van lobby’s, ‘bewerking’ van artsen en juridische haarkloverijen zeggen we vaarwel. Financiële risico’s door onduidelijke onderhandelingen behoren ook tot het verleden. De minister doet in haar visiedocument een stapje in de goede richting. Het zou een ferme pas mogen worden.

Marcel Canoy is lid van de Adviescommissie Pakket van het Zorginstituut Nederland, voorzitter van Longkanker Nederland en adviseur van de Autoriteit Consument en Markt. Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.