Vale grappen van Van Kuijk

Het is een veeg teken als een cabaretier begint over zijn vakantie. Daarvoor geldt hetzelfde als voor ieder doorsnee gesprek: de echte onderwerpen zijn even op. Maar Jasper van Kuijk begint nota bene zijn derde programma, Onder de streep, met een routineus en braaf vakantieverslag: slechte wifi, onbeleefde campingeigenaar, wc’s.

Die valse start met vale grappen komt Van Kuijk niet echt meer te boven. Het structurerend element van zijn conference is het boek dat hij aan het schrijven is voor zijn drie zoontjes. Het bevat alle kennis die hij bezit: alle misvattingen en handige weetjes waarmee hij hen wil helpen. Met dat uitgangspunt permitteert hij zich quasiwijsheden als „Van dichtbij gaat het met niemand echt goed” en onvoldragen grappen als „Er is niks leuks aan Facebook, maar toch zit ik er de hele tijd op”.

Zijn drang om de lol van kennis uit te dragen en te vertellen dat ontdekken leuker is dan weten, doet nogal ouwelijk aan – als een goed bedoelende leraar in een streekroman.

Van Kuijk is een soepele verteller, maar er mag wel wat peper in zijn performance. Het wil maar niet spannend of origineel worden als hij het heeft over vegetariërs, het opvoeden van kinderen, de Segway of sportvissen.

Pas als hij wat meer durft, valt er ook eindelijk iets te lachen of veer je op. Zoals wanneer hij tegen zijn kind praat over het pistool dat hij bij zich heeft om zo een andere ouder in de supermarkt bang te maken. En wanneer hij de tijd neemt voor een parabel over opgesloten forellen die naar vrijheid snakken. Dan ontstijgt hij even de grijze middelmaat.