Tienduizenden zitten klem

Tienduizenden Syriërs zitten in de val. Turkije houdt zijn grens dicht, ondanks smeekbedes van EU en VN. ‘De voedselvoorraden slinken, de prijzen stijgen.’

Syriërs, gestrand bij een Turkse grenspost (omgeving Kilis). Alleen gewonden worden doorgelaten.
Syriërs, gestrand bij een Turkse grenspost (omgeving Kilis). Alleen gewonden worden doorgelaten. Foto Bulent Kilic/AFP

De 21-jarige Qassim Hussein is een van de gelukkigen: hij mocht de grens over naar het veilige Turkije. Alleen: dat was omdat hij bij de Syrische grensplaats Azaz gewond was geraakt aan zijn rechteroog in een gevecht tegen terreurgroep Islamitische Staat.

„De dokters denken niet dat ze mijn oog nog kunnen redden”, zegt Hussein, terwijl hij op een bankje bij het ziekenhuis van Kilis koffie drinkt. Zijn vriend Mokhtar Abu al-Aini (18) mocht mee Turkije in om hem gezelschap te houden. De mannen zeggen zo snel mogelijk terug te willen. „Het is de taak van elke jongeman om te gaan vechten”, zegt Abu al-Aini.

Behalve voor gewonden bleef de Turkse grens ook woensdag onherroepelijk dicht voor de tienduizenden vluchtelingen aan de andere kant, ondanks smeekbeden van de EU en de VN. Turkije zegt dat er voor de vluchtelingen wordt gezorgd in Azaz, aan de Syrische kant van de grens.

De Turkse hulporganisatie IHH bereidt inderdaad elke dag 50.000 maaltijden voor de mensen in Azaz en bij de grenspost Bab al-Salam. „Voorlopig gaat het. Maar langer dan een week of twee houden wij dit niet vol, tenzij er meer geld komt”, zegt Osama Abdullah, een Irakees die voor IHH werkt.

Slapen in de moskee

De situatie is bar slecht, zegt Yasir, een medewerker van de plaatselijke raad in Azaz, telefonisch. „Alleen al in Azaz zijn er 25.000 mensen bij gekomen. De stad zat al vol ontheemden. De nieuwkomers slapen op straat of in moskeeën. Voedselvoorraden slinken, prijzen stijgen.”

Tienduizenden vluchtelingen in Azaz en omgeving zitten in de val. Twintig kilometer naar het zuiden bots je op de nieuwe frontlijn tussen het Syrische regime en het Vrije Syrische Leger. Twintig kilometer naar het oosten en je komt IS tegen.

In westelijke richting ben je al na 5 kilometer in Koerdisch gebied: Arabieren en Koerden leven er op gespannen voet. De Koerden hebben een deel van de vluchtelingen opgevangen in Afreen, terwijl anderen met bussen via Koerdisch gebied naar de rebellenstad Idlib zijn gereden. De vluchtelingen in Azaz komen niet uit de stad Aleppo, maar uit het noorden van de gelijknamige provincie.

‘Er is geen hoop meer’

Majed Ibrahim al-Hussein (39) en zijn familie zijn eerder al met een grote omweg uit Aleppo in Kilis beland. Daar slapen zij nu met drie kleine kinderen in de bittere kou op een vuilnisbelt vlakbij de grensovergang. „We zijn vanuit Aleppo naar Idlib gereisd, en we hebben daar ons laatste geld, zo’n 300 euro, aan een mensensmokkelaar gegeven om ons naar Turkije te brengen”, zegt Al-Hussein.

De familie hoopte in Kilis toegang te krijgen tot een kamp waar de zus van echtgenote Suzanne al verblijft, maar dat lukt al weken niet. Een Turk die hen een tijdje in een schuurtje liet slapen heeft hen een dag eerder op straat gezet.

De reden waarom de familie na vijf jaar oorlog nu toch op de vlucht is gegaan is simpel, zegt Al-Hussein: „De Russische bommen.” Suzanne: „Er is geen hoop meer”. De recente terreinwinst van het Syrische leger is in grote mate te danken aan de Russische luchtsteun. Die gaat nog niet snel ophouden: in een brief aan het Witte Huis zei Moskou deze week dat het op zijn vroegst op 1 maart overweegt te stoppen met bombarderen.