Redder gezocht

Na een mager 2015 moet 2016 weer een echt superheldenjaar worden. Deadpool is een van de frisse impulsen die weer wat glans kan geven aan het genre.

De superheldenfilm gaat de western achterna, profeteerde Steven Spielberg afgelopen september. Te veel van hetzelfde: het publiek raakt erop uitgekeken. Niet erg, vindt Spielberg. Elk filmgenre doorloopt een cyclus. „En elke cyclus in de populaire cultuur is eindig.”

Dreigt zelfs voor de goden en halfgoden van Marvel en DC Comics het avondrood? In de 21ste eeuw beheersten zij Hollywoods blockbusterindustrie, maar Spielberg sprak in een opvallend zwak superheldenjaar. Avengers: Age of Ultron, waarin Thor, de Hulk, Iron Man en Captain America de wereld eens te meer redden, stond in 2015 in de schaduw van Star Wars, Jurassic World en zelfs racefilm Furious 7. Hoewel de Avengers ruim 1,4 miljard dollar in het laatje brachten, was er een bedenkelijk gevoel van déjà-vu bij dit nieuwe deel. In Amerika, waar kijkers het vroegst verveeld raken, slonk het bezoek met eenderde. Andere superhelden van 2015? Marvels Ant-Man debuteerde redelijk, The Fantastic Four werd een debacle. Of dit een dipje is of een trend, zal dit jaar moeten blijken, met veel meer superheldenfilms op stapel. Maar Spielberg is niet de eerste doemprofeet: de ondergang van de superheld wordt al zeker vijf jaar voorspeld. En dit is niet zijn eerste cyclus.

De eerst superheld die de overstap maakte van comics naar het witte doek was Captain Marvel in de twaalfdelige serie Adventures of Captain Marvel van 1941: een koloniaal met mystieke krachten en een nemesis, The Scorpion. Ook Batman en Superman kregen series, bedoeld om jonge kijkers via cliffhangers week in, week uit naar de bioscoop te lokken. Rond 1950 hadden die feuilletons zichzelf overleefd.

Wereldheerschappij

Superhelden migreerden daarna naar kinderanimatie en tv-series, zoals het campy Batman van 1966. Pas in 1978 was de tijd rijp om dit B-genre een A-budget te geven; Superman van Richard Donner veroverde het witte doek. Na drie mindere vervolgen nam in 1989 collega Batman het over: Tim Burton gaf de ‘Caped Crusader’ een zwartkomische, gotische draai. Dat bleef de grondtoon in de jaren negentig, toen computertrucage superavonturen geloofwaardig maakte, maar de smaak neigde naar luguber en horror, naar duistere helden als Spawn, The Crow en vooral vampierjager Blade, die in 1998 een suprisehit scoorde.

Striphuis Marvel, tot dan toe in de schaduw van rivaal DC Comic, stond aan de basis van de superheldenhausse van de 21ste eeuw. Bijna failliet, vond het de weg terug naar de zwarte cijfers door zijn tophelden te verhuren aan de filmstudio’s en te profiteren van de extra merchandise. Op Blade volgde een dubbelslag: X-Men (2000) met zware politieke thema’s, maar vooral het emotionele Spider-Man (2002) verpulverde records. Wellicht boden superhelden troost in onzekere tijden; de toon werd ernstig, op het pompeuze af. Batman, in de jaren negentig tot lolbroek verworden – George Clooney droeg een Batsuit met tepels – werd een wrekende moraalfilosoof.

Marvels Multiverse

Waarna rond 2008 de ware triomftocht van Marvel begon. Directeur Kevin Feige lanceerde planmatig de superhelden die hij nog niet had uitbesteed via een nieuwe strategie. Net als in de strips, kregen ze afwisselend solo- en groepsfilms die op elkaar voortborduren. Elke met een eigen toon: droogkomische Iron Man, shakespeareaanse Thor en ouderwetse Captain America vonden elkaar na hun solo’s in het Avengersteam in 2012. Met ruggesteun van de marketingmachine van Disney, dat Marvel voor 4 miljard dollar kocht, bleek het een vliegwiel voor de ene na de andere filmhit.

Anno 2016 is de superheld zo geen eenzame strijder die gemaskerd en anoniem de misdaad bestrijdt, maar een glamoureus lid van een supergroep: X-Men, Avengers, Justice League, Guardians of the Galaxy. Naast speelfilms vermenigvuldigen animatieseries en tv-series zich, meestal over superhelden op ‘straatniveau’: Jessica Jones, Agent of Shield, Daredevil.

Steeds meer, steeds sneller

Vrijwel geen acteur voelt zich nog te goed om, opgebulkt na wat maanden sportschool, het spandex aan te trekken. Dit jaar zijn de lijven van onder meer Ben Affleck (Batman), Jennifer Lawrence (Mystique), Benedict Cumberbatch (Doctor Strange) en Michael Fassbender (Magneto) te bewonderen. Wel dreigt verzadiging. De bekendste superhelden – Spider-Man, Batman, Superman, Wolverine – worden in net iets te snel tempo gerecycled, terwijl het aantal superhelden explodeert. Zo krijgt in mei 2018 en 2019 de Avengers-cyclus een tweedelige finale: Infinity War. Regisseurs Anthony en Joe Russo meldden onlangs trots dat daarin 67 verschillende superhelden komen opdraven. Met zoveel bagage, verhaallijnen en personages dreigt het genre te imploderen.

Spielbergs waarschuwing staat niet op zich: The Hollywood Reporter meldde onlangs dat studio’s bezorgd brainstormen over manieren om het genre fris te houden. Dit jaar lanceren ze verse superhelden via films met een afwijkende toon: Deadpool (scabreuze baldadige humor – zie de afbeeldingen op de cover en hiernaast), Doctor Strange (psychedelische horror) en Gambit (chique gentleman-inbreker). Wat werkt, mag door: succesvolle superhelden kunnen dan op termijn veteranen vervangen. Zo zijn Doctor Strange en Ant-Man wellicht geschikte invallers voor Captain America en Tony Stark, alias Iron Man, bij de Avengers: acteur Robert Downey jr. wil ermee stoppen.

En als we klaar zijn met superhelden? Dat blijkt in 2016. Desnoods zet Hollywood ze dan in de mottenballen voor een comeback.