Overschreeuw Jeroen Bosch niet met pr

De schilder prijkt dit jaar op koffiemokken, terwijl hij zelf al die façades bespotte, verzucht Christiaan Weijts.

Echt dood is een kunstenaar pas als hij een jaar naar zich vernoemd krijgt. Nu moet je dankbaar zijn met elk spatje aandacht dat de kunst nog krijgt, dus ik zal niet mokken. Alles voor de kunst. Ook die spectaculaire opening van het Boschjaar, vrijdag live op tv, met BN’ers als Ali B. en Willem Alexander – helemaal volgens het format dat sinds diens inhuldiging is ingesteld. Alles voor de kunst, ook de schoenen en het tafellinnen met Tuin der Lusten-inprint. Ook de koffiemokken en de koelkastmagneten. Ook Suske en Wiske en hun bibberende Bosch. Ook de ‘topontwerpers’ achter ‘jHEROnimus’, een merk dat ‘staat voor een zinnenstrelende collectie lifestyleproducten met de unieke mix van vooruitstrevend design en de fantasie en de beeldtaal van de Middeleeuwse schilder.’

Als wij een nationale HERO eren dan mikken we op internationale gekte zoals bij Rembrandt in het Rijks, vol selfiestickende cityhoppers met creditcards. Dat kunstenaars in handen vallen van citymarketeers en horecaexploitanten is onvermijdelijk. Bosch is niet langer alleen van ijskasten en boormachines de merknaam. De NTR zond een docu uit over onderzoekers die langs allerlei musea trokken. Ook daar sprak iemand over Bosch als ‘één merk’. In het Prado nodigde een Spaanse conservatrice de delegatie uit om vragen stellen over De Tuin der Lusten. Eerste vraag: ‘Can you close it?’ Natuurlijk, onze onderzoekers wilden de hemelbol aan de buitenzijde zien, maar je schaamt je toch te pletter. De conservatrice: ‘No, it is not possible.’ Dat was overduidelijk een gevoelskwestie. Ja, ze híeld van dit werk. En terwijl de Nederlanders steggelden over bruikleendealtjes en kruiperig bedelden om hun eigen technische research op de panelen los te mogen laten, maakte die vrouw gehakt van een Nederlandse professor: ‘Je kunt wel archieven gaan napluizen, maar sommigen zien geen verschil tussen een Velázquez en een Goya. Daar moet je talent voor hebben en dat heeft niet iedereen.’

Zij vertelde, als enige, gepassioneerd over wat Bosch nu eigenlijk schilderde, de vuren, de angsten, de felle horror. Misschien moet je Spaans zijn om te kunnen begrijpen dat het humoristische hier iets bloeddorstigs heeft, de fantasie iets giftigs, het pittoreske iets wreeds.

Jeroen Bosch hamert juist op de zwarte kant van onze marskramersgeest, op ziekte, lelijkheid, op horror, porno, marteling, verraad, verlies, verval. Bosch scheurt al onze feestfaçades juist aan flarden en hij striemt waar het pijn doet. Jeroen Bosch schept de pus, de schaamte, de stront uit onze wonden en schatert er satanisch bij. Jeroen Bosch kotst op zinnenstrelende collecties, hij pist op lifestyle producten en hij schijt op vooruitstrevend design.

Maar alles voor de kunst. Ik zal de vreugderondjes niet verstoren die Jheronimus’ pooiers dansen rond zijn graf. Ik wil alleen beleefd de hoop uitspreken dat die wat minder feestelijke kant van de schilder dit jaar niet helemáál overschreeuwd raakt in het circusgekletter.