Noord-Korea is geen staat, maar een bedrijf

Pyongyang bestuurt het land als een neoliberaal conglomeraat. Pak het ook als zodanig aan, betoogt Remco Breuker.

illustratie Hajo

In weerwil van internationale druk, lanceerde Pyongyang vorige week een langeafstandsraket met satelliet. Japan had nog gedreigd die zo nodig uit de lucht te schieten. Waarom blijft Noord-Korea toch volharden in gedrag waarmee het zichzelf isoleert? We zien het land vaak als irrationaal, automutilerend zelfs. Of als Stalinistische dictatuur, oosterse despotie of onbegrepen verschoppeling. Die metaforen helpen echter niet bij een beter begrip van het land, terwijl dat nu juist zo belangrijk is. De lancering volgt op een kerntest, op drones over Zuid-Korea en het uitstrooien van een miljoen propagandapamfletten over de zuiderbuur. Pyongyang zou alweer bezig zijn met een vijfde kerntest. En laten we de concentratiekampen niet vergeten, de extreme voedselschaarste, de honger.

Hoe kom je tot een nieuwe metafoor? Door te kijken naar wat Noord-Korea de laatste jaren echt deed (en niet naar wat het zegt te hebben gedaan). En dat is het volgende: escalaties naar buiten om de binnenlandse status quo te bewaren. Grootschalige export van mineralen en zeldzame metalen naar China, waarvan de inkomsten naar de elite gaan. Brute zuiveringen binnen die elite om zeggenschap over bronnen te krijgen. Enorme export van arbeiders (meer dan 100.000) om overzee onder erbarmelijke omstandigheden geld voor het regime te verdienen. Instandhouding van concentratiekampen, ondanks internationale druk, om bevolking ‘gemotiveerd’ te houden. Illegale internationale wapen- en drugshandel. Extreem dure kerntesten en satellietlanceringen om staatsimago en volksmoreel hoog te houden.

Al deze activiteiten stonden in het teken van het overeind houden van het regime en het binnenhalen van zoveel mogelijk buitenlandse valuta. Ook de in westerse media vaak aangekondigde (maar nooit gearriveerde) economische hervormingen worden keer op keer ondergeschikt gemaakt aan het overleven van het regime.

Noord-Korea lijkt een onvoorspelbare koers te varen als we het blijven zien als een staat als alle andere. Maar wat als we een contra-intuïtieve stap nemen en het niet als staat, maar als conglomeraat van bedrijven zien, met een hiërarchische structuur?

Een familiebedrijf waar, nu de vader dood is, in de boardroom hevig om de macht wordt gevochten. Wie zal winnen? De jonge, onervaren erfgenaam, die lang in het buitenland verbleef en slechts CEO naar buiten toe is, of de door de wol geverfde commissarissen die de bedrijven al decennia besturen? Het is een conglomeraat dat geen vakbonden toestaat, arbeiders stelselmatig uitbuit, genegen is tot pr-stunts als raketlanceringen en als ultieme bedrijfswaarde winstmaximalisatie voor de aandeelhouders heeft. Daarvoor wordt alles, zelfs het welvaren van werknemers, op het spel gezet.

In een absurd geval van ironie vertegenwoordigt Noord-Korea de waarden van het neoliberalisme als geen ander bedrijf: privatisering (toe-eigenen staatseigendom door de grote families), deregulering (het boven de wet verheven zijn van deze families), vrijhandel (illegale internationale handel in weerwil van sancties) en bezuinigingen op sociale uitgaven (wegvallen van het publieke voedseldistributiesysteem) zijn tot in het extreme doorgevoerd.

Zo valt hedendaags Noord-Korea veel beter te begrijpen. Zaken die tegen het staatsbelang indruisen kunnen goed voor de NV Pyongyang zijn. 100.000 uitgezonden arbeiders die 80 procent van hun loon moeten inleveren in Pyongyang, dat is rationeel voor de detacheringstak van een op winstmaximalisatie beluste multinational. Zoals een bedrijf slecht functionerende werknemers ontslaat, doet Noord-Korea dat met burgers die te weinig bijdragen: zij krijgen geen steun meer van overheidswege.

Zelfs de concentratiekampen zijn nu duidbaar. De internationale kritiek doet er voor Pyongyang niet toe, want dit zijn de plekken waar uit onwillige werknemers het laatste onsje economische gewin wordt geperst, in de mijnen. Zuiveringen van hooggeplaatste militairen en politici zijn geen mysterie meer, slechts gevolgen van ordinaire machtsstrijd. En natuurlijk wil de NV relatief geïsoleerd blijven: op het moment dat het dat niet meer is, zullen haar arbeiders naar andere bedrijven overlopen.

Noord-Korea is een ideaal neoliberaal conglomeraat dat erin slaagde de staat te privatiseren. Het land als staat behandelen is dan ook zinloos: de staat is slechts een bij de VN geregistreerde lege huls voor de echte NV. Internationale kritiek wordt alleen gevoeld als het van invloed is op omzet, winst en uitkering aan aandeelhouders. De heersende logica is louter die van kapitaal en zelfbehoud, niet die van een staat.

Het is een metafoor die recht tegen de Noord-Koreaanse retoriek ingaat, maar die wel dichter op de werkelijkheid zit dan menig analytisch model. Een metafoor ook die nieuwe oplossingen ontvouwt. Die variëren van vijandige overname tot het stimuleren van vakbondsvorming, het uitkopen van aandeelhouders, het bedrijf overdoen aan Zuid-Koreaanse investeerders en voeding van de zwarte markt om concurrentie met het regime te stimuleren. Misschien zelfs een fusie met het naburige zuiden, al is de kans groot dat het zittende management dat niet overleeft.