Israël wil alleen loyale kunstenaar

In een nieuwe video worden Israëlische kunstenaars weggezet als buitenlandse infiltranten

Werk van de Israëlische beeldend kunstenaar Michal Na’aman. Hij behoort tot de ‘gelukkigen’ die voorkomen in de video van de rechts-nationalistische organisatie Im Tirtzu.
Werk van de Israëlische beeldend kunstenaar Michal Na’aman. Hij behoort tot de ‘gelukkigen’ die voorkomen in de video van de rechts-nationalistische organisatie Im Tirtzu. Beeld Michal Na’aman

Het was vorige week een populaire running gag in de artistieke kringen van Tel Aviv: wie wordt er genoemd? Aanleiding was een video van de rechts-nationalistische organisatie Im Tirtzu waarin Israëlische kunstenaars werden weggezet als buitenlandse infiltranten, omdat hun subsidie deels uit andere landen afkomstig zou zijn. Onder anderen de beroemde schrijvers Amos Oz en David Grossman kwamen voorbij.

Figureren in het filmpje werd al gauw een kwestie van prestige. De gepasseerden vroegen zich op Facebook en Twitter ironisch af of ze hun linkse denkbeelden misschien niet luid genoeg hadden verkondigd om op de radar van Im Tirtzu te verschijnen. En waarom staat mijn collega er eigenlijk wel op? Ik heb haar verdorie nog aan een baantje geholpen!

De video van Im Tirtzu, dat eerder al een soortgelijk filmpje maakte over mensenrechtenactivisten, werd breed veroordeeld. Door kunstenaars zelf: de dochter van Holocaustoverlevenden vergeleek de organisatie met Goebbels, en een bekende journalist zei dat hij „schijt op de hoofden van Im Tirtzu”. En ook politici reageerden uiterst afwijzend. Knessetlid Benny Begin van Likud bestempelde de werkwijze van de buitenparlementaire organisatie „fascistisch”.

Het filmpje is misschien extreem, maar het artistieke klimaat in Israël staat wel degelijk onder druk. Minister Regev (Cultuur, Likud) werkt aan een wetsvoorstel waarin kunstenaars pas in aanmerking komen voor subsidie als ze loyaal zijn aan de staat. En haar collega Bennett (Onderwijs, Het Joodse Huis) stelt lijsten op met van staatswege goedgekeurde kunstwerken en voorstellingen waarmee leerlingen in aanraking mogen komen. Vorige maand leidde dit tot een rel, toen bleek dat de roman Grensleven van Dorit Rabinyan, over een Joods-Arabisch liefdesstel, er niet op stond vanwege het ‘gevaarlijke’ onderwerp van rassenmenging.

‘Schandaal’

Beeldend kunstenaar Michal Na’aman (1951) hoorde afgelopen week tot de ‘gelukkigen’ die voorkwamen in het filmpje van Im Tirtzu. Zelf denkt ze dat ze werd uitverkoren omdat er op internet een filmpje van haar circuleert waarin ze getuigenissen voorleest die zijn verzameld door B’Tselem, een organisatie die de misstanden van de Israëlische bezetting van Palestijns gebied aankaart. Zelf speelde B’Tselem een hoofdrol in het eerdere filmpje van Im Tirtzu over mensenrechtenorganisaties.

Na’aman maakt zich veel grotere zorgen over Regevs wetsvoorstel, dat de cultuurminister de macht zou geven subsidies in te trekken voor artiesten die staatssymbolen aanvallen of onteren, die aanzetten tot terrorisme of Israëls bestaan als Joodse en democratische staat ontkennen.

Het voorstel is een „schandaal”, aldus Na’aman, „dat erop gericht is kunstenaars te beroven van hun eigen stem en hun vrijheid van meningsuiting”. Volgens de kunstenares, die bekendstaat om haar subversieve collages met teksten als ‘Jehovah Über Alles’, worden kunstenaars gedegradeerd tot „kanalen die de stem van de meester ten gehore mogen brengen”.

Zelf heeft ze niet zo veel last van de plannen, omdat ze geen staatssubsidie ontvangt. Na’aman maakt zich meer zorgen voor haar jongere collega’s, en ook voor de toekomst van de staat. „Het is inherent aan de democratie dat artistieke stemmen gehoord worden. Israël heeft alleen bestaansrecht als Joodse staat als het democratisch is.”

Dit geluid is meer te horen in Israël: over het filmpje willen artiesten „niet te hysterisch” doen, maar het wetsvoorstel is „anti-democratisch en een gevaar voor Israël”, zoals regisseur en scriptschrijver Rani Bleier het verwoordt.

‘Geen pinautomaat’

Critici wijzen erop dat het wetsvoorstel van Regev past in een trend die al enige tijd zichtbaar is in Israël, waarbij een democratisch gekozen meerderheid probeert de minderheid het zwijgen op te leggen. Bijvoorbeeld via de deze week in de Knesset besproken ‘ngo-wet’, die ngo’s verplicht hun buitenlandse subsidies te openbaren en die in de praktijk alleen linkse mensenrechtenorganisaties betreft.

Of via de maatregel tegen drie Arabische Knessetleden, die deze week werden geschorst vanwege een bezoek dat ze hadden gebracht aan de families van Palestijnse verdachten van aanslagen. Dat de Israëlische minister Shaked (Justitie, Het Joodse Huis) een bezoek bracht aan de familie van Joodse terreurverdachten, wordt haar niet aangerekend.

Het is overigens nog maar de vraag of de ‘Culturele Loyaliteitswet’ van minister Regev erdoor komt. Politiek heeft ze waarschijnlijk voldoende steun, maar vorig jaar waarschuwden twee openbaar aanklagers al dat de minister van Cultuur niet om inhoudelijke redenen subsidies mag intrekken. Regev denkt op haar beurt dat ze de wet op dat vlak kan veranderen. Als het zover is, zei ze tegen Israëlische media, zal ze „geen pinautomaat” meer zijn voor de nationale kunstsector.