Heineken verwacht veel van bier met een smaakje

Heineken behaalde in 2015 meer winst. Topman Van Boxmeer verwacht verdere groei, al zit het niet in alle landen mee.

Foto ANP

Heineken is net een oliebedrijf, zegt topman Jean-François van Boxmeer gekscherend. „We hebben olievelden die goed genereren, velden die het een beetje moeilijk hebben en velden die veelbelovend zijn voor de toekomst.”

De Nederlandse bierbrouwer presenteerde woensdag zijn jaarcijfers. Altijd gaat het dan over landen waar Heineken goed presteert (Ethiopië, Vietnam), waar het iets moeizamer gaat (Nigeria, Rusland, China) en waar het hoge verwachtingen van heeft (Ivoorkust, Slovenië).

De vergelijking met oliebedrijven gaat niet écht op: voor Heineken was 2015 een veel beter jaar dan voor Shell, dat kampt met de lage olieprijs. De omzet van Heineken kwam uit op 20,5 miljard euro, 6,5 procent meer dan de 19,3 miljard van het jaar ervoor. De nettowinst steeg met 25 procent tot 1,9 miljard euro.

Afhankelijk van olie-inkomsten

Er zitten dus grote verschillen tussen de landen waar Heineken actief is. Neem Nigeria, zegt Van Boxmeer in een toelichting op de jaarcijfers. „Dat land is voor 70 procent afhankelijk van olie-inkomsten. Met zulke lage olieprijzen krijgt zo’n land een gigantische dreun.” Aan de andere kant, vervolgt hij, zijn er ook landen die veel olie importeren en dus juist profiteren van de lage prijzen. Zoals Vietnam. „Maar daar gaat de accijns op bier waarschijnlijk weer omhoog dit jaar.”

Klagen doet Van Boxmeer niet – hij constateert alleen dat er factoren zijn waar zijn bedrijf geen grip op heeft. „De ene keer pakt iets positief uit, de andere keer negatief.” De risico’s zijn op een natuurlijke manier gespreid, zegt hij, dankzij het feit dat Heineken overal zit.

Vijftien jaar geleden haalde de bierbrouwer grofweg 80 procent van zijn winst uit wat Van Boxmeer de „verzadigde markten” noemt – Noord-Amerika, Europa. Nu komt 60 procent van de winst uit de opkomende markten. Azië, Zuid-Amerika, Afrika. „Onze footprint is volledig veranderd”, zegt Van Boxmeer. „We begonnen twintig jaar geleden in Vietnam met een klein brouwerijtje en nu is dat een van onze grootste afzetmarkten.”

Dit jaar verwacht Heineken verder te groeien, al voorziet Van Boxmeer dat de marktomstandigheden moeilijker worden. Hij doelt op de macro-economische trends, zegt hij, niet op de aangekondigde fusie tussen de nummers één en twee op de wereldwijde biermarkt: het Belgisch-Braziliaanse AB InBev en het Brits-Zuid-Afrikaanse SABMiller.

Door het samengaan van die twee brouwers ontstaat een „heel grote concurrent”, zegt hij daarover. „Hun gezamenlijke cashflow is enorm.” Van Boxmeer raakt niet in „paniek” van dat vooruitzicht. „In de bierwereld concurreer je markt voor markt. Je concurreert niet in Europa; je concurreert in Nederland, in België, in Frankrijk. Aan die situatie verandert weinig. Het eigendom van sommige merken verandert, maar de competitie niet.”

Cider met fruitsmaak

Heineken richt zich bij overnames weliswaar liever op de opkomende markten omdat de West-Europese markt verzadigd is, maar de laatste twee jaar lijkt Europa te herstellen. De stemming onder consumenten is iets beter, zegt Van Boxmeer. „Alle beetjes helpen. De consument hoeft maar één avondje extra naar het café te gaan of één biertje extra te drinken.”

De groei in Europa komt volgens Heineken met name door innovatie. Radler – bier met fruitsmaak en een laag alcoholgehalte – is vrijwel overal een succes, constateert Van Boxmeer. Behalve in het Verenigd Koninkrijk. „Maar daar groeit cider weer heel hard.” De ciderdrankjes met fruitsmaken van Heineken zitten Radler in de weg, vermoedt hij.

Hoewel Heineken groot is in pils, richt de brouwer zich op de westerse markt in toenemende mate op speciaalbier en bier met smaakjes. Daar is nog wél groei te behalen – en daar zit meer marge op.