Gebrek aan controle maakt Fransen somber

Het Franse onderwijs is nogal autoritair. Dat draagt bij aan het lage geluksniveau in Frankrijk. Hier is de École Cordon Bleu in Parijs te zien: Chef Greg Steneck geeft onderwijs over spek. Foto  Owen Franken/Corbis

Frankrijk is een van de meest ontwikkelde landen in de wereld, waar het met relatief hoge inkomens, strikte arbeidswetgeving en ruimhartige sociale voorzieningen goed toeven is. Maar Fransen zijn notoir somber en volgens internationale vergelijkende onderzoeken, zoals het World Happiness Report van de Verenigde Naties, relatief vaker ontevreden over hun leven dan inwoners van andere ontwikkelde landen.

„Toen ik in één week die twee ogenschijnlijk conflicterende berichten las, wist ik dat ik dat wilde uitzoeken”, vertelt Gaël Brulé (32) die donderdag aan de Erasmus Universiteit Rotterdam promoveerde op het onderzoek Geography of happiness: a comparative exploration of the case of France. „Je zou zeggen dat een relatief hoge levenskwaliteit verband houdt met de manier waarop mensen hun leven beleven, met geluk dus. Dat zie je althans in veel westerse landen. Maar waarom is dat in Frankrijk dan niet het geval?”

Brulé is van opleiding ingenieur en runt een architectenbureau in Parijs. Dat lijkt niet veel met geluksonderzoek te maken te hebben, maar „duurzaam wonen is een pijler onder levensgeluk”, haast hij zich te zeggen. Bovendien leer je als ingenieur met statistieken omgaan en als wetenschappelijk directeur van de Franse denktank Fabrique Spinoza probeert hij al enige jaren ‘geluk’ op de politieke agenda te krijgen. Zijn onderzoek bij de Rotterdamse socioloog Ruut Veenhoven, pionier van geluksonderzoek, helpt hem daarbij.

Minder vrij

Fransen voelen zich minder gelukkig, schrijft Brulé, omdat ze zich vergeleken met inwoners van andere ontwikkelde landen minder vrij voelen. Dat komt vooral door twee factoren: het traditionele onderwijssysteem waarin alles om presteren draait en waarin niet de leerling maar de docent spreekt en, later in het leven, de strikte hiërarchie op de werkvloer.

„Wie het gevoel heeft controle te hebben over zijn eigen leven is vrijer en over het algemeen gelukkiger”, zegt Brulé. Hij onderscheidt daarvoor grofweg drie soorten vrijheid: sociale vrijheid (de mate waarin je je niet geremd voelt door de maatschappij bij het maken van keuzes, bijvoorbeeld politiek maar ook op het gebied van seksuele geaardheid), potentiële vrijheid (dat je weet wat er te halen valt) en psychologische vrijheid.

Een van de hoogtepunten van de Franse nationale feestdag 14 juli: de militaire parade over de  Champs Elysées. In het nogal autoritair georganiseerde Frankrijk zijn de mensen minder gelukkig dan in even welvarende maar 'vrijere' landen.

„Het grote verschil tussen ontwikkelde landen zit vooral in die psychische factoren: je hebt de opties, je kent de mogelijkheden, maar je hebt het gevoel dat je niet over de capaciteiten beschikt om daadwerkelijk keuzes te maken. Finland en Frankrijk, twee landen met ongeveer hetzelfde welvaartsniveau, scoren vergelijkbaar op sociale en potentiële vrijheid, maar Fransen lijken minder bij machte hun leven een bepaalde kant uit te sturen.”

Lees hier een wetenschappelijk artikel van Brulé over de geluksverschillen tussen Finland en Frankrijk (2014)

Klassikaal en top-down

Omdat mensen van jongs af aan veel tijd op school doorbrengen, speelt onderwijs daarbij onherroepelijk een rol, redeneert Brulé. In Frankrijk woeden al jaren debatten over de modernisering van de middelbare school, maar het onderwijs is nog altijd overwegend klassikaal en top-down. Wie de leraar tegenspreekt moet op het matje komen. „Uit vergelijkende onderwijsstudies blijkt dat Frankrijk van de ontwikkelde landen het minst participatieve onderwijs heeft, terwijl je in Finland en andere landen in het noorden juist meer horizontaal onderwijs met rollenspellen en groepswerk ziet.”

Niet dat leerlingen daar zelf als ze op school zitten moeite mee hebben, maar op latere leeftijd gaat dat een rol spelen. „Participatief onderwijs lijkt je op lange termijn voor te bereiden op het maken van belangrijke keuzes. Als kind hoef je niet zoveel te kiezen, maar als volwassene moet je een carrière kiezen, een huis en een partner. Dan moet je het gevoel hebben dat je daartoe in staat bent”, zegt Brulé.

Hetzelfde geldt voor hiërarchie. In Frankrijk is de afstand tussen werknemer en leidinggevende veel groter dan in Scandinavische landen of in Nederland. Brulé verwijst onder andere naar het onderzoek naar culturele verschillen op de werkvloer van organisatiepsycholoog Geert Hofstede, maar ook naar de beroemde Franse socioloog Philippe d’Iribarne die ooit beschreef hoe werknemers in een Nederlandse fabriek van hetzelfde Franse aluminiumbedrijf duidelijk meer eigen initiatief toonden dan hun collega’s in de Franse vestiging.

Brulé: „Vrijheid is een fundamenteel menselijk verlangen. Als die vrijheid belemmerd wordt, bijvoorbeeld door bazen, dan heeft dat invloed op de mate van geluk.”

Vraag blijft hoe eerlijk mensen zijn in geluksonderzoeken: er zijn aanzienlijke culturele verschillen in de mate waarin je uitkomt voor je gevoelens. Maar daar valt statistisch op te controleren, zegt Brulé. „Welke vraag je in Frankrijk ook stelt: een groot deel van de bevolking geeft altijd een antwoord dat ergens in het midden ligt. Er is een soort intellectuele trots om nooit te zeggen dat je helemaal tevreden bent, denk ik. Maar als je eenmaal weet dat zelfs een baguette in Frankrijk nooit een tien krijgt, dan kun je daar in je onderzoek rekening mee houden.”

    • Peter Vermaas