Even grillig en geestig als de echte Brood

Bijna 15 jaar na de zelfmoord van rockster Herman Brood is er nu een muziektheatershow.

Stefan Rokebrand vertolkt Herman Brood fabuleus. Anne Lamsvelt speelt Xandra Brood.
Stefan Rokebrand vertolkt Herman Brood fabuleus. Anne Lamsvelt speelt Xandra Brood.

Herman Brood laat zich makkelijk romantiseren. Sex, drugs, rock-’n-roll (en in zijn geval ook nog drank) kunnen er spannend uitzien op het toneel. Maar de muziektheaterproductie Chez Brood maakt het nooit mooier dan het was. En af toe net zo lelijk als het in werkelijkheid moet zijn geweest.

Chez Brood is, bijna vijftien jaar nadat de rocklegende van het Hilton-dak sprong, een grillige collage van ’s mans leven en werken – even grillig en geestig en egocentrisch als de echte Brood. En hij wordt fabuleus vertolkt door Stefan Rokebrand, als een ware poseur, met priemende ogen die alle kanten opschieten, nerveuze vingers, een graatmager lijf dat kronkelt en krimpt, een grijns waar geen vreugde in zit, en een stem die, zingend en pratend, tastend zijn weg zoekt tussen zijn songs en zijn buitenissige redeneringen.

Over zijn imago als knuffeljunk bijvoorbeeld: „Mensen gaan er gemakshalve van uit dat ik die drugs voor mezelf neem, maar ik doe het voor hen.”

Rokebrand is het magnifieke middelpunt van een bezienswaardige reeks korte en ultrakorte scènetjes die lukraak in de chronologie heen en weer lijken te schieten en toch een treffend beeld van een ongrijpbare man weten op te bouwen. Het script van Bart Chabot biedt geen reguliere biografie, maar wordt allengs een openbare Brood-biecht in de context van een optreden met zijn kompanen Jules Deelder en Chabot zelf.

En ten slotte gaat het steeds meer over het verval en de dood – maar geheel zonder larmoyant te worden. Integendeel: naarmate het doodsverlangen dwingender wordt („Ik heb geen zin om een tweederangs Herman Brood te worden”) worden de grappen alleen maar harder.

Owen Schumacher (Chabot) en Tibor Lukács (Deelder) slagen er wonderwel in méér dan typetjes te spelen, hoe raak hun typeringen ook zijn. De cleane Chabot wordt aandoenlijk in zijn zorgzaamheid, terwijl de medespuiter Deelder met zijn moppenarsenaal steeds machtelozer moet toekijken. Tegenover die drie mannen spelen Anne Lamsvelt en Rosa Reuten alle vrouwenrollen: de moeder, de echtgenote („Ik hou van jou, eikel!”), de groupies en de stuwende achtergrondzangeressen. Terwijl de door Jan Rot strak geleide band het Brood-repertoire speelt, hecht doortimmerd en in volle vaart.

Zo is Chez Brood, in de robuuste regie van Victor Löw, een productie die alle geijkte musicalpaden weet te vermijden. Naar het eind toe staat de voorstelling iets te langdurig stil bij wat al eerder over de neergang van Brood was verteld. Maar dat doet niets af aan de verrassende originaliteit die in deze show wordt vertoond.