De kopie uit de broodjeszaak

In een Amsterdamse broodjeszaak ontdekten restauratoren van het Rijksmuseum een Bosch-kopie die nieuw licht laat schijnen op andere Bosch-vervalsingen.

Collectie Van Lanschot Bankiers, Foto Matthieu Benistant

Toeval kan de kunstgeschiedenis een stukje verder helpen. Toen broodjeszaak Het Balkje in Amsterdam in 2001 failliet ging, moesten de medewerkers van het restauratieatelier van het Rijksmuseum op zoek naar een ander lunchadres. Ze kozen voor Today’s, in de Saenredamstraat.

De uitbater van deze lunchroom, Davide Pecchio, luisterde vaak geboeid naar de verhalen van de museummensen. Op een dag liet de Italiaan een schilderij zien. Een cadeautje van een oude dame in Venetië, bij wie hij het dak had gerepareerd.

Restaurator Michel van de Laar kon zijn ogen niet geloven: een vrijwel identiek schilderij, De Verzoeking van de Heilige Antonius getiteld, hing in 1967 op de vorige Bosch-expositie in Den Bosch. Volgens belangrijke kunsthistorici kwam het paneel, eigendom van Van Lanschot Bankiers, „uit de eerste cirkel rond Bosch”.

Schilderijen van Bosch op echtheid beoordelen, het is razend lastig, zegt Van de Laar. Na de dood van Bosch in 1516 bleef zijn werk zo geliefd, dat gespecialiseerde ateliers nog eeuwenlang ‘Bosch’-schilderijen bleven maken. Niet alleen kopieën, maar ook zogenoemde spookkopieën, schilderijen met aan Bosch ontleende elementen die eruitzagen als kopieën, maar waarvan geen origineel bestond.

Van de Laar kende het Van Lanschot-schilderij goed. Hij had het paneel in 1995 schoongemaakt en onderzocht. Onder de vergeelde vernislaag waren boven de horizon twee ronde vormen opgedoken. Met infraroodreflectografie, een techniek die de kunsthistorici van 1967 nog niet tot hun beschikking hadden, zag Van de Laar dat de ronde vormen hoorden bij een onderliggend schilderij: het waren de hoofden van Jozef en Maria.

De infraroodfoto’s maakten ook duidelijk dat het onder- en bovenliggende schilderij niet van dezelfde hand waren. Uit dendrochronologisch onderzoek bleek dat het houten paneel afkomstig was van een boom gekapt omstreeks 1460 – gedurende het leven van Bosch dus. Maar over de leeftijd van het zichtbare schilderij zei dat niks. Veel vervalsers, zoals bijvoorbeeld Han van Meegeren, gebruikten oude schilderijen als basis voor hun vervalsing, zodat ze konden profiteren van de verouderingsverschijnselen.

Op een van de schuiflatten aan de achterkant van het schilderij ontdekte Van de Laar een uit 1922 daterend opschrift van een restaurator uit München. De Bosch, concludeerde Van de Laar, was geen vroege spookkopie, maar een negentiende- of twintigste-eeuwse vervalsing.

Dat oordeel kon jaren later, dankzij de Italiaanse broodjesmaker, onderuit worden gehaald. Zijn Verzoeking van de Heilige Antonius is duidelijk een kopie van het Van Lanschot-schilderij. De rare ronde vormen van de onderschildering op dat paneel, de hoofden van Jozef en Maria, zijn namelijk overgenomen.

Na onderzoek stelde Van de Laar vast dat de kopie oud is. Ze is geschilderd op zeventiende- mogelijk zelfs zestiende-eeuws doek. Ook het craquelé wijst op zo’n oud werk. Die bevindingen maken dus dat het schilderij van Van Lanschot Bankiers toch een vroege spookkopie is van Bosch en geen late vervalsing.

„Een geweldige ontdekking”, zegt Ilka van Steen, conservator van de kunstcollectie van Van Lanschot. De bank kocht het schilderij in 1958 en sindsdien hangt het meestal in het hoofdkantoor in Den Bosch.

Het Bosch Research & Conservation Project heeft onlangs naar het paneel gekeken met de modernste infraroodcamera. Een vraag waarmee Van de Laar al jaren worstelde, werd toen beantwoord. Het vage, inktvisachtige monstertje dat Van de Laar eerder niet thuis kon brengen, bleek ook afkomstig van het onderliggende schilderij. Het monstertje bleek een derde figuur te zijn. Tussen Jozef en Maria in was Christus geschilderd.