‘Bosch speelt alchemistisch voor God. Wij ook’

Voor haar dansvoorstelling ‘Hieronymus B.’ liet choreografe Nanine Linning zich inspireren door de tegenstellingen in het werk van Bosch. „Hel en hemel, hand in hand. En dat dat dan clasht.”

Le carrousel indéterminé van Les Deux Garçons
Le carrousel indéterminé van Les Deux Garçons

Een jaar of vijf geleden, op een zaterdagmiddag, fietste Nanine Linning door Amsterdam, op weg naar een vriendin. De Nieuwe Spiegelstraat in, langs Galerie Jaski Art… HO! STOP! Ze remde hard, stapte af, liep terug. Ja, ze had het goed gezien: vier varkentjes, echte, opgezette, bijna identieke varkentjes. Achterpootjes hadden ze niet meer, hun bipsjes waren aan elkaar vastgemaakt als in een vrolijke carrousel. Feestmutsjes op het hoofd, strikjes om de hals, tuigjes van roze lint. Onder hun voorpootjes kapot getrapte vergulde theekopjes.

Vrolijk ja, maar ook verontrustend, al helemaal voor een vegetariër als zijzelf.

Nanine Linning (38) is choreografe. Vandaag is in Den Bosch de première van haar voorstelling Hieronymus B., vrijdag wordt de voorstelling herhaald met in de zaal koning Willem-Alexander. Daarna volgt een tournee. Dance Company Nanine Linning werkt sinds een paar jaar vanuit het Duitse Heidelberg, met haar producties heeft ze intussen diverse prijzen gewonnen, hier en in het buitenland.

Maar zover was het die zaterdagmiddag nog niet. Ze ging de galerie in: „WAT IS DIT!?”, maar luisterde nauwelijks naar het antwoord. Ze was tegelijk kwaad („Ik ben bijna veganistisch”) en vond het fantastisch: „Het was geweldig goed gemaakt. En de tegenstelling, de spanning was enorm: zoveel plezier in het leven en dan dat gevaarlijke.” Ze had, dacht ze te begrijpen, zielsverwante kunstenaars ontdekt. Na een nachtje erover geslapen te hebben („ik stelde me die varkentjes voor in de woonkamer, de vrolijkheid ervan”) wilde ze de sculptuur kopen, op één voorwaarde: de makers moesten Le carrousel indéterminé persoonlijk bij haar thuis komen afleveren.

En het klopte, toen Michel Vanderheijden Van Tinteren (50) en Roel Moonen (50) een paar weken later aanbelden, het werk uitlaadden en een paar steile trappen optilden, was er meteen een klik. Sindsdien hebben Les Deux Garçons, zoals ze zich noemen sinds ze vijftien jaar geleden gingen samenwerken en samenwonen, twee keer kostuums en decors gemaakt voor Linning. Eén keer voor Requiem, een in het wit uitgevoerd stuk op muziek van Gabriel Fauré. En nu voor Hieronymus B., een voorstelling met de zeven hoofdzonden als belangrijkste thema, die is opgebouwd als een triptiek.

Les Deux Garçons hebben naam gemaakt met vooral sculpturen van taxidermie, opgezette dieren dus, vaak in combinatie met antiek porselein. De dode dieren halen Michel Vanderheijden Van Tinteren en Roel Moonen bij dierenartsen, dierentuinen en particulieren, ze werken samen met een preparateur. Zelf bouwen ze het binnenwerk, waar de huid van het geprepareerde dier omheen wordt gespannen. Dan volgen de glazen ogen, de strikken, de tuigjes, de hoedjes. En de titels, altijd in het Frans.

Vaak ook zijn de dieren aan elkaar vastgemaakt, als Siamese tweelingen. Dát was wat Nanine Linning van haar fiets deed stappen: ze had net de voorstelling Synthetic Twin gemaakt en wilde daar graag iets aan overhouden: „Alles wat ik doe zit in de bewegingen van de dansers, daarna is het voorbij. Wat laat ik achter als ik sterf? Ik dacht: misschien kan ik na elke productie iets kopen wat de geest van die dansvoorstelling omarmt.”

Wat is het verband tussen het werk van Linning en dat van Les Deux Garçons? „We hebben alle drie dezelfde instelling”, zegt Roel Moonen. „We willen iets maken op hoog niveau, waar je blij van wordt en waar je iets mee wilt zeggen.”

Nanine Linning: „Tegenstellingen die elkaar versterken.”

„We hebben wel even getwijfeld toen ze ons vroeg voor een dansvoorstelling”, zegt Michel Vanderheijden Van Tinteren. „Maar we wisten ook: het is juist interessant iets heel anders te maken. Ze wilde dat het publiek op de bühne rond zou lopen, om dichtbij de dansers te zijn. Dat betekende dat je alle details zou zien. En dat kan met wat wij maken.”

Linning: „Op de bühne zie je elk naadje, randje, richeltje van de kostuums en de decors, die moeten dan bijna perfect zijn.” Ook bij Hieronymus B. mengt het publiek zich met de dansers, althans in de eerste twee delen van de triptiek, daarna kijken ze vanuit de zaal.

Is er verwantschap met Jheronimus Bosch? Voor Linning zijn het vooral de tegenstellingen: „Hel en hemel, hand in hand. En dat dat dan clasht. Het gevaar van sterven dat altijd op de loer ligt, maar waar je je heftig tegen verzet. Dat verzet maakt alles intenser, mooier en de moeite waard.”

Net als Linning zijn ook Moonen en Vanderheijden Van Tinteren naar Prado in Madrid gegaan om te kijken naar de Tuin der lusten. „Je moet ervoor staan om het te ervaren”, zegt Moonen.

En wat herkenden ze? Vanderheijden Van Tinteren: „Je ziet dat hij herschept, hij speelt alchemistisch voor god. Op onze manier doen wij dat ook. En zoals hij wilde laten zien: hou je aan de regels anders kom je in de hel, zo hebben wij ook een boodschap. Wij wijzen vrolijk met de vinger naar het kwade.”