Bijna alle Boschen zijn weer bijeen

De grote Bosch-tentoonstelling die zaterdag opent is een formidabele kunsthistorische reünie

Het eerste werk op de grote Jheronimus Bosch-tentoonstelling in Het Noordbrabants Museum blaast je meteen van je sokken. Of beter gezegd: de eerste twee werken. Want Het narrenschip uit het Louvre, dat guitige schuitje vol dronkaards, heeft zijn onderlijf weer teruggekregen. Toen Bosch het paneel rond 1500 schilderde, vormde het de linkerzijde van een drieluik. Maar zo’n tweehonderd jaar geleden werd het kunstwerk doormidden gezaagd. De onderzijde kreeg de titel Gulzigheid en lust en belandde duizenden kilometers verderop in de Yale University Art Gallery.

Klik op de 'punaises' om te zien waar een Bosch-schilderij vandaan komt

Nu zijn ze voor het eerst in twee eeuwen weer als puzzelstukjes aan elkaar gezet. Er is geen twijfel over mogelijk dat de twee helften bij elkaar horen. De trechter op de kop van de dikke man die op het onderste deel op een ton drijft, loopt naadloos over in de bovenste helft. Ook is nu goed te zien dat een stuk rots in de rechter onderhoek van Het narrenschip in werkelijkheid de knie van een zwemmer is. Wat eeuwenlang verborgen is gebleven, wordt hier in Den Bosch weer zichtbaar.

Maar dit is nog niet alles. Aan het eind van dezelfde wand hangt het schilderij dat ooit het rechterluik van het triptiek vormde: De Dood en de vrek uit de National Gallery in Washington. Ertussen pronkt de cirkelvormige schildering De landloper uit Museum Boijmans, de achterzijde van het drieluik. Het mag gerust een unicum worden genoemd dat alle nog bestaande delen van dit vijfhonderd jaar oude triptiek – het middendeel is verloren gegaan – nu voor eventjes herenigd zijn. Alleen al die fantastische kunsthistorische reünie rechtvaardigt de reis naar Den Bosch.

En dan zijn we dus nog maar net begonnen.

Het oeuvre van Jheronimus Bosch (circa 1450-1516) is klein. Volgens de laatste telling van het Bosch Research and Conservation Project (BRCP), het onderzoek dat aan deze tentoonstelling ten grondslag ligt, omvat het 24 schilderijen en 20 tekeningen. Op de tentoonstelling zijn 17 schilderijen en 19 tekeningen te zien, waaronder de recent ontdekte tekening Hellelandschap en het onlangs aan Bosch toegeschreven schilderij De verzoeking van de heilige Antonius. Dat is een haast onvoorstelbare score voor een klein museum in een provinciestad, dat zelf geen enkele originele Bosch in huis heeft.

In de verduisterde museumzalen, die thematisch zijn ingedeeld, hangen de topstukken allemaal in hun eigen vitrine tegen een donkere achtergrond. De belichting is ingenieus in de vitrines ingebouwd en laat de werken stralen. Veel schilderijen – negen in totaal – zijn voor deze tentoonstelling gerestaureerd en schitteren weer alsof ze zojuist het atelier van Bosch hebben verlaten. Behalve de titels van de schilderijen zijn er geen teksten die de aandacht afleiden. Een audiotour en een tentoonstellingsgidsje zorgen voor de nodige achtergrondinformatie. In dit heiligdom draait alles om de kunst.

Er zijn slechts een paar kleine kanttekeningen te plaatsen bij deze formidabele blockbuster, waarvoor in de voorverkoop al 75.000 kaarten besteld zijn. De monitoren waarop animaties vertoond worden met beelden uit het BRCP-onderzoek zijn illustratief, maar vormen ook afleidende stoorzenders tussen de verstilde schilderijen. Maar wie zeurt daarover, als je je kunt laven aan meer originele Boschen dan je ooit bij elkaar zult zien?

Ook is het jammer dat de Ecce Homo van Bosch niet direct naast de kopie van een navolger hangt, zodat je had kunnen zien hoeveel dynamischer de Jezusfiguur van Bosch geschilderd is, en hoeveel meer karakter de koppen in de menigte bij hem hebben, met hun centenbakken van kinnen en hun waardeloze gebitten. Bosch schilderde gewone mensen, geen gladde heiligen.

Kijk naar zijn Johannes de Doper, die als een verveelde puber op de grond ligt. Of bewonder de twee mannetjes die op De aanbidding door de koningen op de achtergrond stiekem door een raampje gluren. Dat zijn mensen die je nog steeds op straat zou herkennen als je ze tegenkwam. Het is de reden dat Bosch nog altijd zo populair is. Ook na vijfhonderd jaar staat hij nog steeds heel dichtbij ons.