Bestrijden van IS vergt meer dan alleen maar bombarderen

De steun uit de Tweede Kamer voor het bestrijden van de Islamitische Staat in Irak en Syrië blijft groot. Het kabinetsbesluit om de luchtacties tegen IS uit te breiden van Irak naar Syrië werd gisteren alleen afgewezen door SP, GroenLinks, Partij voor de Dieren en de Groep Kuzu/Özturk; samen goed voor 23 van de 150 zetels in de Tweede Kamer.

Brede parlementaire steun voor militaire uitzendingen past in de Nederlandse traditie sinds het leger na de val van de Muur werd omgevormd tot een expeditionaire krijgsmacht. Alleen voor de trainingsmissie naar het Afghaanse Kunduz wist het kabinet in 2011 slechts met grote moeite een nipte meerderheid bijeen te sprokkelen.

Opvallend bij de Nederlandse militaire acties tegen IS is de pro-actieve opstelling van de Tweede Kamer. Hoewel het uitzenden van militairen blijft voorbehouden aan de regering – formeel is niet eens de instemming van het parlement nodig – lag het initiatief in eerste instantie telkens bij de Tweede Kamer. Ook dit past in een patroon. De Nederlandse militaire betrokkenheid bij de burgeroorlog in het voormalig Joegoslavië die in 1995 eindigde met het drama Srebrenica, kwam aanvankelijk ook voort uit een breed geventileerd moreel appel vanuit de Tweede Kamer.

Het risico van een dergelijke consensus is dat een mate van vanzelfsprekendheid kan ontstaan. Er zijn respectabele redenen waarom Nederland in de internationale coalitie meedoet aan het bestrijden van IS. In de Grondwet staat het bevorderen van de internationale rechtsorde expliciet opgenomen. Met de acties tegen IS wordt gehoor gegeven aan uitspraken van de Veiligheidsraad van eind vorig jaar.

Maar dit mag nooit het hele verhaal zijn. De bestrijding van IS kan onmogelijk los worden gezien van de nu al vijf jaar durende burgeroorlog in Syrië en hoe deze zich steeds verder is gaan ontwikkelen tot een grootschalig geopolitiek conflict. Wat dit betreft was het goed dat het debat in de Tweede Kamer niet beperkt bleef tot het bespreken van het kabinetsbesluit om de strijd tegen IS op te voeren, maar dat ook een poging werd ondernomen de bredere context te plaatsen. Zonder een politieke oplossing van de crisis in Syrië zal IS, dat zich dankzij deze burgeroorlog heeft weten te ontwikkelen, niet kunnen worden verslagen.

Daarom moet eenzijdige aandacht voor het bestrijden van IS worden vermeden. Het gaat om wat er in de hele regio aan de hand is. Die situatie legt beperkingen op aan wat militair te bereiken valt. Dit besef klonk helaas maar beperkt door in de Tweede Kamer.