Opinie

Asscher stelt terecht de ‘toon van het debat’ aan de orde

Vicepremier Lodewijk Asscher (PvdA) diende deze week ‘reaguurders’ op zijn Facebookpagina van repliek. Dat dit feit in de media breed werd opgevat als nieuws, markeert een moment in het publieke debat. Het type grove en vaak antisemitische getoonzette scheldpartijen aan het adres van de bewindspersoon, waren géén nieuws.

Oprispingen uit de onderbuik van de samenleving werden gelaten aanvaard als een bijverschijnsel van de anonieme openbaarheid op sociale media. Zoals mensen die in de buurt van een vliegveld wonen, doen alsof ze het lawaai niet meer horen. Heftige meningsverschillen over de ‘toon van het debat’ zijn allang verstomd.

Daarom klonk de reactie van Asscher in eerste instantie ook anachronistisch. En natuurlijk kan men zich afvragen of het toeval was dat de PvdA-politicus op de dag dat zijn partij het 70-jarig jubileum vierde, met zijn ontboezeming kwam. Was dat niet georkestreerd, tezamen met een aanval van PvdA-voorzitter Hans Spekman op Geert Wilders? De partijvoorzitter betichtte de PVV-voorman er in deze krant van de democratie in gevaar te brengen. Hij doelde op het bedekte dreigement van Wilders dat een „revolte” uitbreekt, indien zijn partij geen regeringsmacht krijgt na de volgende verkiezingen. Aangezien Wilders de eerste Nederlandse politicus is die sinds Pieter Jelles Troelstra (SDAP) in 1918 oproept tot revolutie, worden zijn woorden niet erg serieus genomen. Deze passen immers in het daderprofiel van de populist die leeft van aandacht van de media.

Zo is het goed mogelijk dat de PvdA-top ook een offensief in de media is begonnen met het oog op de kwijnende opiniepeilingen. Maar dat maakt de beweging van Asscher niet minder opmerkelijk. De vicepremier kiest ervoor om lichtvoetig zijn critici te wijzen op een aantal vergeten fatsoensnormen in het maatschappelijk verkeer. Inderdaad: de uitingsvrijheid van burgers is niet grenzeloos. Nodeloos grievende en antisemitische verwensingen gaan per definitie over de schreef. Op doodsbedreigingen, meldt Asscher kernachtig, reageert hij niet: daarvan doet hij aangifte.

Asscher sluit aan bij een ontluikende beweging in de samenleving die weerwoord wil bieden. Enige duizenden mensen treden via platforms als ‘Nederland tolerant’ of de ‘Humor tegen Haat-community’ op tegen haatcommentaren op internet. Van dit soort initiatieven kan niet verwacht worden, dat het Nederlandse opinieklimaat er van de ene dag op de andere door opklaart. Maar het is een signaal dat het zelfreinigend vermogen in het publieke debat gelukkig nog steeds bestaat.