Voor VS wordt Midden-Oosten steeds meer een bijzaak

Bij conflicten in het Midden-Oosten houden de VS zich vaker afzijdig. De vluchtelingen kloppen niet in groten getale in Amerika aan de poort.

Vluchtelingen die Aleppo zijn ontvlucht in het noorden van Syrië. Foto Bulent Kilic / AFP
Vluchtelingen die Aleppo zijn ontvlucht in het noorden van Syrië. Foto Bulent Kilic / AFP

De doorbraak bij de Syrische stad Aleppo van de troepen van president Assad, met Russische luchtsteun, confronteert de Europese Unie en de Verenigde Staten opnieuw pijnlijk met de tekortkomingen van hun krachteloze Syrië-beleid. Weer zetten tienduizenden vluchtelingen door het geweld koers naar Turkije en – in tweede instantie – Europa.

De Russen en Assad speculeren erop dat de Amerikanen hen daar niet zullen wegjagen. Niet zonder reden. Sinds 2013, toen president Obama afzag van bombardementen op Assads troepen, ook al hadden die net chemische wapens ingezet, weten de strijdende partijen in Syrië dat Obama niet bereid is grote risico’s te nemen in Syrië. De „rode lijn” die Obama vooraf in het zand had getekend – vergeldingsbombardementen na gifgasaanvallen – bleek niets waard.

Obama kon zich destijds achter excuses verschuilen. Er waren nauwelijks geloofwaardige verzetsgroepen achter wie Washington zich kon scharen. En de langdurige gewapende interventies van de Amerikanen in zowel Syriës buurland Irak als in Afghanistan waren ondanks enorme inspanningen geen succes. Waarom zou het dan in Syrië wel lukken?

Focus VS verschoven naar Azië

Er komt iets bij: Amerikaanse politieke denkers zoals Richard Haass betogen al enkele jaren dat de Amerikaanse dominantie in het Midden-Oosten ten einde loopt. Nu ze voor hun olie veel minder afhankelijk zijn van de regio dan vroeger, richten de VS zich meer op Azië. Natuurlijk blijven ze stevige banden houden met de regio, in het bijzonder met Israël, maar minder dan vroeger.

De VS zitten ook niet met de gevolgen van de exodus opgescheept. Het land heeft sinds 2012 slechts circa 2.500 Syrische vluchtelingen opgenomen. De Europese Unie daarentegen krijgt de volle laag. De VS beperken zich tot actie tegen Islamitische Staat en laten het regime van Assad ongemoeid.

Bekijk de slideshow van de huidige situatie in Aleppo en richting de Syrische grens:

Wanhopig proberen de EU-leiders de vluchtelingencrisis onder controle te krijgen en nieuwe aanslagen in Europa te voorkomen. Maar ze maken het laatste half jaar een machteloze indruk. Er is geen gezamenlijk opvangbeleid en elk land bekommert zich meer en meer om de vluchtelingen aan de eigen grens. De Duitse bondskanselier Angela Merkel is ook dit jaar bereid veel vluchtelingen op te nemen en daarvoor substantiële sommen geld vrij te maken, onder meer voor opvang in Turkije. Maar vooral Oost-Europese landen weigeren hun bijdrage te leveren.

Militair gezien is Europa evenmin een bepalende speler. Het leeuwendeel van de luchtaanvallen (94 procent) op doelen in Syrië werd tot 1 februari door de Verenigde Staten uitgevoerd. Nu Nederland ook in Syrië gaat meedoen, verandert dat aandeel marginaal. Maar het gaat de sterk uitgedunde Europese strijdkrachten boven hun macht om op eigen houtje een grootschalige interventie uit te voeren – als ze dat al zouden willen. Zeker omdat ze ook de handen enigszins vrij moeten houden om zo nodig tegen Rusland op treden, wanneer dat zich nieuwe avonturen in Oost-Europa zou veroorloven. Maar ook dan zijn ze trouwens volkomen afhankelijk van Amerikanen.

De Europeanen hoeven er ook niet op te rekenen dat de Amerikanen de kastanjes voor hen uit het vuur willen halen. „De Syrische crisis is nu een Europese crisis”, hoorde The New York Times-columnist Roger Cohen onlangs uit de mond van een hoge Europese diplomaat.

„Maar de president is niet geïnteresseerd in Europa.”

Conclusie: Europa zal zelf veel meer dan vroeger zijn boontjes moeten doppen, samen met Turkije en andere landen uit de regio.

Lees ook: Via Syrië drijft Vladimir Poetin een wig in Europa