Turkije haalt hard uit naar bondgenoot VS om Syrische Koerden

De Turken winden zich op over de steun van de VS aan de Syrische Koerden.

Door onze redacteur Toon Beemsterboer De Turkse president Erdogan heeft gisteren hard uitgehaald naar de Verenigde Staten vanwege hun steun aan de Syrische Koerden. De VS veroorzaken een „zee van bloed” door hun weigering om de PYD, de partij die de autonome Koerdische regio in Noord-Syrie bestuurt, te beschouwen als een terreurgroep, aldus Erdogan.

De VS zien de PYD als een effectieve bondgenoot in de strijd tegen de Islamitische Staat en voorzien de partij van wapens. Maar de PYD is nauw gelieerd aan de Turks-Koerdische Arbeiderspartij PKK, waarmee het Turkse leger in eigen land in een bloedige strijd is verwikkeld.

Turkije vreest dat de opmars van de Syrische Koerden de separatistische gevoelens bij de Koerden in Turkije aanwakkert. Erdogan richtte zich rechtstreeks tot de VS: „Staan jullie aan onze kant of aan de kant van de [Koerdische] terreurorganisatie?” De Turkse frustratie is zo hoog opgelopen dat de Amerikaanse ambassadeur dinsdag op het matje werd geroepen.

Hoe explosief de situatie is bleek uit het feit dat er vandaag gevechten uitbraken tussen het Turkse leger en Syrisch-Koerdische strijders die de grens met Turkije probeerden over te steken. Daarbij werd een Turkse militair gedood en raakte een andere gewond.

Erdogan uitte ook felle kritiek op de VN en anderen die Turkije onder druk zetten de grens te openen voor Syrische vluchtelingen. „We hebben al 3 miljoen Syriers en Irakezen opgenomen. Hoeveel hebben jullie opgenomen?” De Turkse premier Ahmet Davutoglu had een soortgelijke boodschap op een gezamenlijke persconferentie met premier Mark Rutte in Den Haag. Hij zei dat de VN „geen vinger uitsteken” terwijl het Syrische regime en de Russen zich schuldig maken aan etnische zuivering van sunnieten. „Met elke vluchteling die we opnemen, dragen we bij aan deze etnische zuivering”, zei Davutoglu. „Als hun strategie is om de demografie van Syrie te veranderen, dan moeten we allemaal paraat zijn”.