Kraken is verboden. Dan hoeft het niet meer volgens de regels

Een pand kraken is sinds 2010 een misdrijf. Wat is er sindsdien voor krakers veranderd? „Je moet voor de rechter harder vechten voor je verhaal.”

Ontruiming van een kraakcomplex in Amsterdam, vorig jaar. „Er is geen peil op te trekken wanneer en waarom ze iets ontruimen.”
Ontruiming van een kraakcomplex in Amsterdam, vorig jaar. „Er is geen peil op te trekken wanneer en waarom ze iets ontruimen.” Foto Olivier Middendorp

Heus niet alle krakers hebben dreadlocks en een hond. En het zijn ook niet allemaal Polen of junks die een pand uitwonen. Dat zijn misverstanden. Aris (23) en Tim (32) zijn heel normale mannen. Ze zitten in krakerscafé Molli in de Amsterdamse wijk De Pijp.

Op deze maandagavond zijn er op het kraakspreekuur wel voornamelijk zwarte truien met capuchons. De muren hangen vol posters: Stop Pegida, anarchistenbibliotheek. In een hoekje wordt een Engels sprekend koppel van kraakadvies voorzien. Hoe bereid je een kraak voor? En wat doe je bij een uitzetting?

Sinds de invoering van de Wet kraken en leegstand in 2010 is kraken een misdrijf. Maar er zijn niet veel mensen veroordeeld: in krakersstad Amsterdam tussen 2010 en 2014 zeven, blijkt uit cijfers van het Openbaar Ministerie (OM) en de politie die NRC heeft opgevraagd. Er waren in de hoofdstad ruim 600 ontruimingen en bijna 250 aangiftes. In heel Nederland zijn 215 mensen veroordeeld.

Wat is er voor krakers veranderd sinds de wet is ingevoerd? Aan de dagelijkse praktijk weinig, zeggen Aris en Tim, die vanwege hun kraakactiviteiten niet met hun achternaam in de krant willen. Leegstand bijhouden, deur intrappen, pand opknappen. Ja, er wordt nog altijd veel gekraakt. En er staan nog altijd veel panden leeg.

Tim: „Je loopt nu het risico op een strafblad, dus de drempel ligt wel hoger. Mensen die hier binnenlopen zijn extra gemotiveerd. Voordat deze wet werd ingevoerd, was kraken een vorm van wonen, nu is het meer een vorm van actievoeren.”

‘We hoeven niet meer te wachten’

Aris: „Vroeger had de politie een functie die in ons belang kon uitpakken: we belden ze direct na de kraak, zodat ze leegstand konden vaststellen. Dan was het kraken legaal, als het pand een jaar leegstond. Er was dus een gesprek. Nu is dat niet meer.”

Tim: „Aan de andere kant hoeven we nu ook niet meer te wachten tot dat jaar voorbij is. Kraken is nu toch altijd illegaal.”

Otto, vanaf een barkruk op afstandje van het tafelgesprek: „Het is niet zo dat vroeger niet ontruimd werd; er waren twee ontruimingen per week. Tegenwoordig gaat de politie denk ik wel sneller tot ontruiming over.”

Tim: „Maar er is nog steeds geen peil op te trekken wanneer en waarom ze iets ontruimen.”

Aris: „Vóór de wet was het de eigenaar tegen jou. Jij moest bewijzen waarom je meer in je recht stond dan hij. Nu doet de eigenaar aangifte bij de politie en geldt het strafrecht. Dus is het: jij tegen de belangen van de staat.”

Otto: „Het politieke element is in rechtszaken op de achtergrond geraakt, het gaat nu vooral om eigendomsrecht. Je moet voor de rechter dus harder vechten voor je verhaal.”

Aris was zestien toen hij zijn eerste pand kraakte, vlak na zijn eindexamen op het gymnasium. Hij hing rond in krakercafés zoals Molli en Vrankrijk in het centrum van Amsterdam, en „hier en daar wat gelegaliseerde plekken”. Hij wilde op zichzelf wonen met vrienden, maar een huis huren in Amsterdam bleek moeilijk. Kraken bood uitkomst.

„We trapten een deur open in Amsterdam-Zuid en zijn naar binnen gegaan. De eerste nacht hebben we niet geslapen. Bij elke auto die langsreed met zijn koplampen aan, dachten we dat het een knokploeg was.” Dat het een pandje van „de dode Endstra” was, maakte het nog spannender. Aris leerde steeds meer over kraken: het organiseren van acties, speculatieconstructies en „wat sociale corporaties uitvreten”.

Gekke plekken

Tim, die ondertussen een jointje rolt, had nooit gedacht dat hij zou kraken: hij moest op stel en sprong de woning verlaten die hij onderhuurde en trok toen in een kraakpand. Dus kraakt hij, al dertien jaar. „Ik ben enigszins avontuurlijk. En ik vind het leuk om van gekke plekken de kracht te zien. Je krijgt ruimtes voor je kiezen die mogelijkheden hebben. Zo organiseerden we een technofeest voor 2.000 man in een loods.”

Aris: „Doordat je een pand opknapt, krijg je er een speciale band mee. Dat is mooi. Het pand geeft jou iets. Je steekt veel tijd in het opknappen en de inrichting. Soms is het meest pijnlijke aan een ontruiming dat de plek verdwijnt, je bent er een beetje verliefd op.”

Als je eenmaal in een pand zit, zijn buurtbewoners blij, zeggen de krakers. Dan zeggen ze: vroeger vond ik kraken niks, maar jou vind ik oké. „Buurtbewoners ergeren zich meer aan leegstand”, zegt Otto, „dus voor individuele projecten in de buurt is altijd steun.”

Tim: „Ze zien alleen foto’s van ontruimingen, niet van hoe wij de panden aantreffen.”

Wel is de algemene steun voor kraken minder, denken ze. Omdat het probleem, leegstand, minder urgent lijkt. Maar dat is schijn, vinden ze: antikraak (tijdelijke verhuur door de eigenaar om kraak te voorkomen) verhult leegstand. „Antikraak is geen oplossing voor het woningnoodprobleem”, zegt Aris. „Het is een uitholling van woonrechten.”

Antikraakbewoners werken uiteindelijk mee aan de opwaardering van buurten, zegt Tim, ten koste van oorspronkelijke bewoners. „Het zijn tijdelijke huurders die je er allemaal uit kunt sodemieteren. En dan gooi je de huurprijzen omhoog.”

Een strafblad

Tim heeft inmiddels een strafblad door het kraken. Hij kreeg twintig uur voorwaardelijk, min de tijd dat hij in voorarrest had gezeten. Aris is weleens gearresteerd, maar er werd geen zaak van gemaakt.

De risico’s van het kraakverbod waren in het begin niet te overzien voor krakers: twee jaar zitten of tien uur schoffelen? Nu de wet vijf jaar geldt, weten ze dat de praktijk meevalt: de straffen zijn niet hoog, de prioriteit ligt überhaupt meer bij ontruimen dan veroordelen. En zonder Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) blijkt goed te leven.

Aris: „Werkgevers kijken namelijk ook naar de reden dat je geen VOG krijgt. Ik ken iemand die behoorlijk wat op zijn kerfstok heeft, en toch in een gesloten psychiatrische inrichting werkt.”

Tim: „Ik ben op mijn werk er ook gewoon doorheen gerold. Mijn baas zei het stom te vinden dat kraken nu strafbaar was. ‘Vroeger deed je dat gewoon’.”

Stoppen met kraken vanwege het verbod heeft hij niet overwogen. „Ik kon vijf jaar geleden kiezen: of wakker worden als crimineel, of buiten slapen. Wonen met een bivakmuts is nog altijd beter dan wonen onder een brug, staat er op een poster.”

Als ze de jackpot zouden winnen, zouden ze dan nog steeds kraken? Tim: „Ik zou een pand kopen voor een schappelijk prijsje en daar fijne mensen inzetten. Die vastigheid lijkt me genieten.

„Aan de andere kant: als ik me toch nergens druk om hoef te maken, zou ik me misschien nog meer inzetten tegen leegstand.”