Kabinet kan export diensthonden naar Israël niet blokkeren

Minister Ploumen heeft geen juridische mogelijkheden om de export van Nederlandse honden naar Israël tegen te houden. Het leger zette die honden in in bezette Palestijnse gebieden.

Een hond van het Israëlische leger valt een Palestijnse vrouw aan nabij Bethlehem op de Westelijke Jordaanoever. Foto AP / Kevin Frayer

Een hond van het Israëlische leger valt een Palestijnse vrouw aan nabij Bethlehem op de Westelijke Jordaanoever. Foto AP / Kevin Frayer

Het kabinet kan de export van zogenoemde diensthonden niet op nationaal niveau beperken. Dat schrijft minister Ploumen (Buitenlandse Handel, PvdA) in een brief die zij dinsdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Ploumen wilde de export van diensthonden aan banden leggen naar aanleiding van publicaties in NRC over het gebruik van Nederlandse honden door het Israëlische leger in bezet gebied. Daar bijten zij geregeld Palestijnse burgers, ook minderjarigen. „De berichten geven alle aanleiding om stappen te ondernemen”, zei Ploumen eind oktober tegen de Kamer.

Kort daarop heeft zij het Brabantse bedrijf Four Winds K9 – naar eigen zeggen hofleverancier van het Israëlische leger – gewezen op zijn „maatschappelijke verantwoordelijkheid bij het doen van zaken in conflictgebieden”. Volgens Ploumen geeft het bedrijf daar inmiddels „opvolging aan”. Four Winds K9 kon vanwege carnaval dinsdag geen toelichting geven.

Ook heeft Ploumen haar zorgen besproken met Europese collega’s. Maar „geen van de 27 lidstaten kende een vergelijkbare nationale casus”, meldde de minister in januari. Nederland staat bekend om de kwaliteit van zijn diensthonden. Vrijwel alle grote buitenlandse veiligheidsdiensten halen ze hiervandaan. Ploumen heeft ook nog bekeken of de Regeling agressieve dieren uit 1993 voor exportbeperking kon worden gebruikt, maar die is in 2009 ingetrokken omdat die „niet werkbaar” bleek.

Juridische beperking is onmogelijk

Bovendien heeft Ploumen de Europese Commissie om advies gevraagd. Een nationale regeling op basis van de Europese ‘dual-use verordening’ (exportbeperking van goederen met een civiele én een militaire toepassing) blijkt juridisch niet mogelijk. De Commissie stelt dat diensthonden „civiel van aard zijn”, al handelen zij in opdracht van militairen.

De export van diensthonden kan volgens Ploumen alleen worden beperkt op Europees niveau, ofwel middels een afzonderlijke Europese sanctieverordening. Die geldt nu bijvoorbeeld voor de export van waterkanonnen en stroomstootwapens naar Syrië. Ook zou een algemene Europese verordening ingezet kunnen worden die de export van foltermiddelen aan banden legt. Maar daarover wordt nog gediscussieerd door de Europese Raad, het Europees Parlement en de Commissie.

Het kabinet staakt nu zijn inspanningen om de export van Nederlandse diensthonden te beperken. Maar, schrijft Ploumen, het kabinet „verwacht dat elk geweldsmiddel uitsluitend wordt ingezet in overeenstemming met internationaal recht”. 

‘We weten wat die honden doen’

Mensenrechtenadvocaat Liesbeth Zegveld vindt dat „niet goed genoeg, als het om de Israëlische bezetting gaat”, zegt zij in een reactie. „Als diensthonden in Palestijns gebied worden ingezet, is dat niet civiel, maar militair en illegaal.” Zegveld onderzoekt de mogelijkheden van een rechtszaak tegen de Nederlandse staat en de Brabantse leverancier voor een Palestijnse minderjarige die een jaar geleden zou zijn gebeten door een Nederlandse hond. „Voor mij blijft het uitgangspunt dat we weten wat die honden doen, niet onder welke noemer we het vatten.”

Ook het hoofd van de Palestijnse missie in Den Haag, Nabil Abu- znaid, vindt de inspanningen van Ploumen onvoldoende. „Dit zijn oorlogshonden, die in strijd met het internationaal recht worden gebruikt als wapens, zelfs als martelwerktuigen tegen vrouwen en kinderen. Nederland moet dat voorkomen.”

Tweede Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma (D66) vindt het goed dat door de leverancier aan te spreken “voorlopig wordt voorkomen” dat er Nederlandse honden naar bezet Palestijns gebied worden geëxporteerd. “Maar ik vind het jammer dat er verder geen actie wordt ondernomen. We vragen donderdag door in het debat met de minister.”