‘Emissiehandel werkt pervers’

De Europese emissiehandel zit vol ongerijmdheden. Veel extra beleid om het klimaat te beschermen werkt averechts.

Wie zonnepanelen op zijn dak legt, denkt dat hij iets goeds doet voor het klimaat. Maar volgens Arnold Mulder is dat maar de vraag. Mulder promoveerde vorige week aan de universiteit van Groningen op de Europese emissiehandel, het systeem waarbij grote vervuilers moeten betalen voor het uitstoten van broeikasgassen die het klimaat aantasten.

„De eigenaar van die zonnepanelen neemt minder stroom af, waardoor de energiemaatschappij minder elektriciteit verkoopt en dus emissierechten overhoudt”, legt Mulder uit in een telefoongesprek. „Die rechten kunnen worden verkocht. Hoe meer zonnepanelen, hoe meer emissierechten op de markt komen, en hoe goedkoper ze worden. Dat is in het voordeel van de grote vervuilers.” Een oude kolencentrale in Oost-Europa koopt voor een prikje emissierechten en gaat gewoon door met vervuilende stroomopwekking.

In theorie is emissiehandel een prachtig systeem, vindt Mulder. Bedrijven handelen in emissiecertificaten (die het recht geven op de uitstoot van een ton kooldioxide) en zoeken naar de goedkoopste manier om de uitstoot te verminderen. En omdat er ieder jaar minder emissierechten worden geveild, worden ze schaarser en is het dus steeds aantrekkelijker om te investeren in schone technologie. Maar er zitten veel ongerijmdheden in waardoor het systeem pervers werkt. Dat iemand die investeert in zonnepanelen indirect bijdraagt aan de instandhouding van vieze kolencentrales, is er maar een van.

Energieakkoord

Parallelle instrumenten, noemt Mulder de maatregelen waarmee overheden denken het klimaat te dienen, maar waarmee ze in feite de emissiehandel ontregelen. Europa kent er vele. Zo zijn lidstaten verplicht om gebouwen te isoleren, om een deel van hun energie verplicht duurzaam op te wekken, om biomassa bij te stoken in kolencentrales en biobrandstof bij te mengen in diesel.

Ook het Nederlandse energieakkoord is zo’n parallel instrument. Daarin is vastgelegd dat in 2020 minimaal 14 procent van de energie in Nederland duurzaam moet worden opgewekt. „Maar waar gaat het nou eigenlijk om”, vraagt Mulder zich af. „Om duurzame energie of om de reductie van broeikasgassen? Beleidsmakers zouden prioriteiten moeten stellen.”

Al die doelstellingen beïnvloeden elkaar vaak negatief, daardoor blijft de prijs van kooldioxide laag. Dat is prettig voor bedrijven maar het wentelt een deel van de financiën af op overheid en burgers. Mulder laat in zijn proefschrift zien dat de CO2-prijs in 2030 tot bijna nul euro zou kunnen dalen. „Als we al die maatregelen afschaffen, stijgt de CO2-prijs en wordt de industrie aangezet om te investeren in duurzame energie.”

Behalve door de veelheid aan doelstellingen wordt het systeem ook ondergraven doordat overheden in de beginjaren veel te vrijgevig zijn geweest met het uitdelen van emissierechten. En toen in 2008 door de economische crisis de industriële productie en dus ook de vraag naar energie kelderde, ontstond er een gigantisch overschot aan emissierechten.

„De economische groei, en daarmee de CO2-prijs, kunnen we amper een kwartaal vooraf voorspellen. Maar kolencentrales en windmolens bouw je voor tientallen jaren”, zegt Mulder. „Nuon en Eneco moeten zich steeds weer afvragen waarin ze investeren. Bij een lage CO2-prijs is het rendabel om een kolencentrale te bouwen. Als de prijs hoog wordt, zijn windmolens verstandiger.” Zo kon het gebeuren dat Nederland tijdens de economische crisis besloot om nieuwe kolencentrales te bouwen, en dat er nog voor ze werden opgestart al wordt gesproken over sluiting.

Het zou het beste zijn om te stoppen met het emissiehandelsysteem, denkt Mulder. Maar hij beseft dat dat politiek onhaalbaar is. „Eigenlijk zou een CO2-belasting veel beter zijn. Maar dat moet idealiter wel in heel Europa gebeuren. En het is vrijwel onmogelijk om op Europees niveau een belasting in te voeren.”

„Om het emissiehandelsysteem dan toch maar te redden, zou Europa op zijn minst een minimumprijs voor CO2 moeten hanteren – zoals de Britten nu al doen”, vindt Mulder. „En om te voorkomen dat bedrijven Europa ontvluchten vanwege de dure CO2, meteen ook maar een maximumprijs. Daarmee wordt een belangrijk deel van de onzekerheid weggenomen die de markt nu steeds ontwricht.”

Ook zouden slimmere ‘parallelle instrumenten’ door Brussel en de lidstaten moeten worden bedacht, die de emissiehandel niet ontregelen. „Je kunt wel subsidie geven voor zonnepanelen maar dan zou je tegelijkertijd de rechten voor de CO2-uitstoot die daarmee wordt voorkomen uit de markt moeten halen”, aldus Mulder. En daarmee wordt die subsidie duurder, maar wel effectief.

Volgens Mulder is Europa de greep op zijn klimaatbeleid kwijt geraakt en wordt het telkens verrast door nieuwe ontwikkelingen. „Als de economie niet fors gaat groeien en de politiek klakkeloos doorgaat met stimuleringsmaatregelen voor duurzame energie, kan de prijs van CO2 over een jaar of vijftien tot nul dalen. Door het emissiehandelssysteem is het hele stelsel van duurzaam beleid in Europa een soort schone schijn geworden.”

    • Paul Luttikhuis