De 5 plagen op de beurs

De economie groeit, maar de beurzen zakken in. Hoe kan dat? 

Foto Reuters
Foto Reuters

Het contrast is groot. De goede berichten over de economie blijven komen, maar op de aandelenmarkten is de stemming slecht. Dinsdag publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek wéér gunstig nieuws: het aantal faillissementen in Nederland daalt en de industriële productie groeit gestaag. Diezelfde dag daalde de AEX-index met 2 procent, na een eerdere, forse daling maandag van meer dan 3 procent.

Internationaal is het beeld vergelijkbaar. De economie van de eurozone blijft groeien, zij het langzaam, en de werkloosheid daalt al meer dan twee jaar gestaag. Maar van Oslo tot Lissabon staan de beurzen in de min. De Duitse DAX-index verloor sinds begin dit jaar 14 procent. De Verenigde Staten presteren economisch beter dan Europa, maar ook daar is het beurssentiment negatief. De Dow Jones-index daalde sinds de jaarwisseling met 7 procent.

Beleggers vluchten van de onzekere aandelenmarkt naar veiliger oorden. De prijs van goud, de veilige haven bij uitstek, loopt op. De andere reddingsboei is de markt voor staatsobligaties van solide landen als Duitsland en Nederland. De toch al zeer lage rente op obligaties gaat, door de extra vraag daarnaar, verder omlaag.

Somberheid, vluchtgedrag – wat is er op de markten aan de hand? 

1| Recessieangst

In de Amerikaanse financiële wereld waart het r-woord weer rond: recessie. Er zijn aanwijzingen voor economische tegenwind. De groei in het vierde kwartaal van 2015 (0,7 procent) was een stuk lager dan in het derde (meer dan 2 procent). De banengroei vlakt af en ook in de dienstensector lijkt de rek eruit. Of er echt een recessie aankomt, is nog zeer de vraag. Maar alleen al de gestegen káns op een recessie zorgt voor de verkoop van aandelenpakketten. Zakenbank Goldman Sachs schat de kans op een recessie in de VS de komende vier kwartalen op 18 procent; JP Morgan op 25 procent.

Die banken schatten de kans op een recessie in de eurozone ook steeds hoger; 24 procent volgens Goldman. Ook uit de eurozone komt de laatste tijd slechter nieuws. Met name de Duitse industrie heeft het moeilijk. De industrieproductie, en ook de export en de import, daalden in Duitsland in december. De Duitse fabrieken worden geraakt door de afnemende vraag uit China en andere opkomende landen. Nu gebeurt waar instituten als de Europese Centrale Bank (ECB) en de Wereldbank al langer voor waarschuwen: het overslaan van de problemen in de opkomende landen naar Europa.

2| Centrale banken onmachtig

Kon de belegger tot voor kort altijd nog hopen op nieuwe stimuleringsmaatregelen van centrale banken, inmiddels zijn de twijfels gegroeid over wat die centrale banken eigenlijk nog kunnen doen. De financiële markten waren de voorbije jaren verslaafd aan de lage rentes en het opkopen van staatsobligaties door centrale banken. De overvloedige hoeveelheid geld in het financiële circuit dreef de aandelenprijzen op. Maar analisten zijn sceptischer over het vermogen van de monetaire autoriteiten om de economische groei en de inflatie aan te jagen.

Eind januari maakte de Bank van Japan haar belangrijkste tarief negatief: -0,1. En toch daalde de Nikkei-index de voorbije dagen fors. De ECB verlaagde in januari de depositorente, het tarief voor banken die geld stallen bij de centrale bank, van -0,2 naar -0,3. In maart verlaagt de ECB dit tarief mogelijk nog verder. Maar de ECB is verdeeld en Japan is geen aantrekkelijk voorbeeld: ondanks jaren van lage rentes en stimuleringsbeleid stagneert daar de economie. Op de Amerikaanse Fed hoeven beleggers niet te rekenen: die wil de rente juist stapsgewijs verhogen.

3| Stress over de banken

Vooral de banken krijgen forse klappen te verduren op de beurzen, zowel in Europa als in de VS. Het aandeel Deutsche Bank verloor deze week 11 procent van zijn waarde, ABN Amro leverde 13 procent in en ING ruim 10 procent. In de VS daalde het aandeel Morgan Stanley met 8 procent.

Bankaandelen reageren vaak extra sterk op sentiment over de economie. Nu laten ze recessieangst zien. Ook steken de banken elkaar aan, omdat ze in tijden van stress onderling minder geld lenen. Daar bovenop komen voor elk land en voor elke bank specifieke zorgen. In de VS hebben banken veel geld geleend aan de energiesector, waar door de lage olieprijs nu een reeks faillissementen plaatsvindt.

In Duitsland kampt Deutsche met slecht bestuur, recordverliezen en fraudeschandalen. De Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble zei dinsdag dat hij „geen zorgen” heeft over Deutsche Bank. Maar het aandeel is de voorbije maand wel met maar liefst 36 procent gedaald. Ook andere Duitse banken als Commerzbank (-27 procent in een maand) doen het slecht.

4| Zuid-Europese zwakte

Maar het beeld kan nog somberder. Daarvoor moet je in Zuid-Europa zijn. In een maand verloor het aandeel van de Italiaanse bank Unicredit bijna 40 procent van zijn waarde. En een aandeel van het Griekse Eurobank zelfs 64 procent. Italiaanse banken zitten vol met ‘slechte’ leningen, waarvan het onzeker is of consumenten en bedrijven ze wel terugbetalen. Het komt onder meer door het vrijwel volledig stilvallen van de Italiaanse economie. Ook nu de eurozone een bankenunie is geworden, blijft de onzekerheid over banken bestaan. De ravage bij de aandelen in Griekse banken komt door een nieuwe impasse tussen de Griekse regering en internationale schuldeisers, over pensioenhervormingen. EU en IMF eisen een verlaging van de pensioenen, maar hiertegen verzet zich de linkse regering-Tsipras. Het woord ‘Grexit’ leek begraven, maar werd deze week alweer door analisten gebruikt.

Ondertussen probeert ook de Portugese regering onder bezuinigingen uit te komen. De spread, het renteverschil op Zuid-Europese staatsobligaties ten opzichte van Duits schuldpapier, loopt weer op.

5| Brexit en nieuwe binnengrenzen

Eigenwijze Zuid-Europese regeringen zijn niet het enige probleem voor de stabiliteit van de Europese Unie. De term „politiek risico” zoemt rond op de markten. Grote banken en handelshuizen volgen met toenemende interesse het dossier-Brexit: de vraag of het Verenigd Koninkrijk de EU zal verlaten.

In een ‘peiling der peilingen’ staat het pro-Europese kamp nog op voorsprong (52 procent), maar het Brexit-kamp loopt in. De economische impact van een Britse EU-uittreding is negatief, schatten analisten. Citibank denkt bijvoorbeeld dat een Brexit de Britten 4 procent aan economische groei zal kosten. Ook de rest van de EU zal geraakt worden meent ABN Amro, want de Europese interne markt wordt kleiner. Nog groter is de vrees voor politieke schade. Een Brexit kan het begin zijn van Europese desintegratie, de ontrafeling van de EU. Desintegratie kan ook plaatsvinden als de vrij-reizenzone Schengen uit elkaar valt, doordat landen de binnengrenzen weer invoeren om vluchtelingenstromen in te dammen. Goed voor de Europese economie is het allemaal niet.