Antikraakwet: kraken gaat door, veel leegstand

Gekraakt wordt er nog altijd en leegstand wordt nauwelijks bestreden met de antikraakwet.

Kraakdemonstratie in 2011
Kraakdemonstratie in 2011 Foto Olivier Middendorp

De resultaten van de Wet kraken en leegstand vallen tegen. Gemeenten gebruiken de wet nauwelijks voor leegstandbestrijding. Ook is het aantal veroordelingen in de vier grote steden laag, terwijl er nog wel veel gekraakt wordt. Dat blijkt uit een evaluatie van onderzoekbureau RIGO in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie en cijfers van het Openbaar Ministerie (OM) en de politie, opgevraagd door NRC.

De wet uit 2010 regelt een algemeen kraakverbod en maakt het voor opsporingsambtenaren makkelijker een pand te ontruimen. Ook geeft de wet gemeenten de mogelijkheid een leegstandsverordening vast te stellen om eigenaren aan te sporen leegstand aan te pakken. Idee was dat een strengere aanpak van leegstand de mogelijkheid tot kraken verkleint. Ook moest de wet voorkomen dat harder optreden tegen krakers, onbedoeld leidt tot meer leegstand. Maar het kraakverbod blijkt geen effect te hebben op de leegstand, of andersom.

In Amsterdam zijn tussen 2010 en 2014 acht mensen veroordeeld voor kraken, terwijl er ruim 631 ontruimingen en 197 aangiften waren. In Rotterdam zijn elf mensen veroordeeld; in Den Haag twintig en in Utrecht 54.

Ook de straffen zijn vaak laag. Iets minder dan de helft van de krakers kreeg een (voorwaardelijke) gevangenisstraf van één week. Slechts één keer legde de rechter een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op van meer dan een maand.

Slechts vijf gemeenten maken gebruik van de leegstandsverordening, een mogelijkheid die de wet biedt om bijvoorbeeld eigenaren te verplichten leegstand van kantoren of winkels te melden. De leegstand van niet-woonruimte is de afgelopen jaren toegenomen. „De leegstandsparaaf in de wet is een doekje voor het bloeden”, zegt socioloog Eric Duivenvoorden, die onderzoek deed naar krakers. „Net als de Leegstandwet van 1981; ook daar was geen enkel resultaat in de aanpak van leegstand. Toch is de wet aangenomen, terwijl de grote steden tegen waren. Het enige resultaat is een kraakverbod.”

Onevenwichtig

Doordat wel strafrechtelijk tegen kraken wordt opgetreden, maar niet „sociaal” tegen woningeigenaren, is uitvoering van de wet „volstrekt onevenwichtig”, zegt strafrechtadvocaat Willem Jebbink, die veel krakers bijstaat. „Terwijl de wet wel allerlei voorzieningen biedt voor het voorkomen van leegstand. Men zou ook eigenaren aanspreken, maar dat gedeelte van de wet komt totaal niet van de grond.” Het veroordeelde aantal krakers noemt Jebbink „weinig”. „Zeker gezien het aantal mensen dat nog steeds kraakt.”

De prioriteit van het OM ligt bij de ontruiming, zegt Otto van der Bijl, officier van Justitie in Amsterdam. „Het zwaartepunt ligt op herstel van de rechtmatige situatie: dat het pand teruggaat naar de rechtmatige eigenaar.” Omdat krakers meestal een brief krijgen waarin ontruiming wordt aangekondigd, zijn ze meestal vertrokken wanneer de politie arriveert.

Minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) ziet geen reden de wet aan te passen, schreef hij in een brief naar de Kamer. „Samen met het OM stel ik mij op het standpunt dat de bedoeling van de wet ten aanzien van de algehele strafbaarstelling van kraken voldoende is uitgekomen.”