‘Aan babykleren geef ik elke maand 100 euro uit’

Leontien Prenger (28) is verkoopmedewerker bij een kledingwinkel. Op dit moment vervangt ze een collega van de administratie. Met haar vriend en dochter Nori (bijna 1) woont ze in een huurhuis in Amsterdam.

In

‘Na mijn studie aan de Gerrit Rietveld Academie wilde ik aan de slag als modefotograaf. Maar tijdens een stage bij een fotografieagentschap kwam ik erachter dat modefotografie me helemaal niet ligt, ik heb er geen gevoel voor. Als je iets maar graag genoeg wilt, dan lukt het wel, maar dit vond ik gewoon niet leuk genoeg.

„Geld had ik natuurlijk wel nodig, dus solliciteerde ik bij kledingwinkel COS. Ik werd direct aangenomen en fulltime aan het werk gezet. Inmiddels heb ik een flexibel contract, omdat ik naast mijn werk heb geholpen bij het opzetten van lunchzaak Gallery 3. Daar heb ik meegewerkt aan het samenstellen van het menu en heb ik in de keuken gestaan. Ik was toen zo veel aan het werk dat ik mijn dochter nauwelijks heb gezien. En dat terwijl er bij haar zo veel gebeurde in die periode. Ze ging staan en lopen, elk uur veranderde er wel iets. Dat wilde ik niet missen dus ben ik gestopt.

„Dat flexibele contract is nu niet gunstig. Ik krijg geen vakantiedagen en ga binnenkort wel op vakantie. Dan krijg ik dus twee weken niet uitbetaald. Voor een jonge moeder als ik, is deze baan ideaal. Ik werk ongeveer twintig uur per week, ben om 13.00 uur thuis en heb dan nog een hele middag met mijn kind.

„In een ideale wereld zou ik hiernaast nog wel een kookboek willen uitbrengen, gebaseerd op mijn blog lekkermeteenwijntje.tumblr.com. Daarvoor schrijf ik recepten en maak ik zelf de foto’s.”

Uit

‘Omdat ik niet veel verdien betaalt mijn vriend het grootste deel van de vaste lasten. Daarnaast betaalt hij onze vakantie en de kleding van ons kind. Het meeste geld zijn we kwijt aan de boodschappen. Uit gemakzucht kopen we meestal bij de Albert Heijn bij ons om de hoek, maar we gaan ook regelmatig naar Marqt of de toko. Eigenlijk zouden we vaker naar de Ten Kate-markt moeten gaan en daar groenten en fruit groot inkopen. Dat zou financieel veel schelen en de kwaliteit is beter dan bij AH, maar toch komt het er niet van.

Waar we ook op zouden kunnen besparen zijn de kleren van Nori. Maandelijks kost ons dat toch snel zo’n 100 euro. Ik wil geen goedkope kleding voor haar kopen die door andere kinderen in Bangladesh is gemaakt, dus dan ben je al snel duurder uit. Het liefst koop ik kleding van Mini Rodini of van kleinere, lokale merken die werken met biologische materialen. Wel probeer ik met name in de uitverkoop en op de groei te kopen, dus ik ben er wel bewust mee bezig.

„Een grote kostenpost is het afbetalen van de WWIK (wet werk en inkomen kunstenaars, red.). Na mijn studie heb ik daar een jaar gebruik van gemaakt, maar omdat mijn vriend goed verdiende bleek ik er helemaal geen recht op te hebben. Nu moet ik 7.500 euro terugbetalen, daar ben ik al drie jaar mee bezig. Zodra dat is afbetaald ga ik mijn andere schuld afbetalen: mijn studie.”