Life sciences

3 redenen voor het Nederlandse biotechsucces

Foto ANP

De overname van het Nederlandse biotechnologiebedrijf ThromboDx afgelopen dinsdag door een groot Amerikaanse bedrijf laat nog maar eens zien hoe snel het kan gaan met Nederlandse start-ups. Het bedrijfje ontwikkelde een technologie om aan de hand van een bloeddruppel te kunnen testen of iemand in een vroeg stadium kanker heeft. Opeens stond volgens het FD het Amerikaanse Illumina met 70 miljoen voor de deur en bracht het ThromboDx onder in een dochterbedrijf waar onder andere Bill Gates en Amazon-directeur Bezos geld in hebben gestopt.

ThromboDx is niet het enige biotechbedrijf dat door grote buitenlandse spelers is opgekocht. De afgelopen jaar werden bijvoorbeeld Acerta Pharma en Deczma Pharma voor miljarden euro’s overgenomen. Hoe is het Nederlandse biotechsucces te verklaren?

1. ‘Uitstekend onderzoek’

Volgens Annemiek Verkamman, directeur van Hollandbio, een belangenvereniging voor de Nederlandse biotech-industrie, is er met name het afgelopen jaar veel gebeurd:

“Het was een uitzonderlijk jaar. Twee start-ups zijn voor meer dan een miljard euro verkocht. Dat toont wel de kwaliteit van de Nederlandse biotech aan.”

Volgens haar doet Nederland het op dit gebied erg goed vergeleken met het buitenland. Dat komt met name omdat in Nederland veel “uitstekend onderzoek” wordt gedaan door universiteiten en medische centra. Uit dit onderzoek komen vaak ideeën voort die weer een basis voor een start-up kunnen zijn.

Innovatieorganisatie TNO sluit zich daar in een onderzoeksrapport bij aan:

“Bijna alle Nederlandse universiteiten doen aan biotechnologie. En ze excelleren daarin op basis van citaties en octrooien, zowel in aantal als in kwaliteit.”

2. Samenwerking

TNO wijst ook op de toenemende bedrijvigheid rond universiteiten (denk aan Wageningen, Leiden en het Erasmus Medisch Centrum). Innovatieve bedrijven zoals Philips en Unilever werken samen met universiteiten om zo hun ‘wetenschappelijke prestaties’ te vergroten. Het feit dat in de toekomst er naar alle waarschijnlijkheid een toename zal zijn in de vraag naar biotechnologie zal dit effect alleen nog maar vergroten.

De investeringen in Nederlandse biotech start-ups namen in 2015 een vlucht:

3. Wegnemen van risico’s

De biotech-wereld is volgens Verkamman keihard. Start-ups kunnen enkel met een sterke basis overleven:

“Zelfs in de laatste testfases van een product kan het nog misgaan met een product. Op die momenten kan er al voor miljoenen euro’s zijn geïnvesteerd. Het is daarom belangrijk dat bedrijfjes verschillende ijzers in het vuur hebben, zodat als een product mislukt, andere producten dat verlies kunnen opvangen”.

Daarnaast geven banken nauwelijks nog leningen uit aan start-ups. De overheid is deels in dit financieringsgat gesprongen door bedrijfjes de kans te bieden om met Innovatiekrediet ideeën te helpen financieren en zo een deel van het risico weg te nemen. Tussen 2002 en 2010 had de overheid echter een stuk actievere rol. Met het programma Biopartner probeerde de overheid om start-ups met behulp van geld, advies en faciliteiten het aantal start-ups in de ‘life sciences’ elk jaar omhoog te krijgen.

Met succes: volgens Verkamman heeft dit ertoe geleid dat er meer laboratoria kwamen en heeft het tot meer samenwerking geleid tussen middelgrote bedrijven, universiteiten en kleinere bedrijven. Volgens onderzoeker Willem Hulsink van de Erasmus Universiteit heeft het overheidsbeleid zelfs beter gewerkt dan verwacht. Ook nu lijkt dat de steun van de overheid bedrijven heeft geholpen: ThromboDX, Acerta, AM Pharma en Dezima zijn allemaal voorbeelden van biotechbedrijven die succesvol zijn geworden en die directe steun van de overheid hebben gehad.