PvdA verrast oppositie met draai naar VVD

Ommezwaai coalitiepartij betekent dat zorgverzekeraars voorlopig de vrijheid behouden om zelf te bepalen voor welke zorg zij een pgb verstrekken.

Het woord ‘teleurgesteld’ viel dinsdagavond vaak in de Tweede Kamer toen het persoonsgeboden budget op de agenda stond. De oppositie dribbelde rond de interruptiemicrofoon om PvdA-Kamerlid Otwin van Dijk te vragen wat hem had bewogen een kwartier voor het Kamerdebat van standpunt te veranderen.  

Een week eerder leek het er nog op dat Van Dijk samen met de oppositie staatssecretaris en partijgenoot Van Rijn (Zorg) zou dwarszitten. De Kamer debatteerde toen over de vraag of het kabinet toelatingscriteria voor persoonsgebonden budgetten (pgb’s) in de Zorgverzekeringswet moet vastleggen. In deze wet, waaronder de wijkverpleging valt, was het pgb nog niet wettelijk geregeld. Nu krijgt ook de Zorgverzekeringswet een eigen pgb – iets waarover alle partijen het eens waren. In de praktijk krijgen dan zo’n 27.000 mensen met een beperking een budget waarmee zij hun zorg op maat regelen. 

Het twistpunt vormden de toelatingscriteria. Volgens de nieuwe wet mogen zorgverzekeraars zelf bepalen voor welke zorg ze een pgb toekennen, terwijl de oppositie de criteria in de wet wilde vastleggen. Het gaat hier om een principieel punt. De VVD wil niet van tevoren de bewegingsruimte van zorgverzekeraars inperken: zij moeten een regierol hebben in het zorgstelsel. De oppositie vreesde echter dat zorgverzekeraars zonder zulke waarborgen gaan proberen potentiële pgb-houders af te schrikken.

De Kamerfractie van de PvdA leek vorige week aan de kant van de oppositie te staan. Otwin van Dijk maakte samen met GroenLinks-Kamerlid Linda Voortman zelfs een amendement dat de vaste toelatingscriteria in de wet wilde vastleggen. Bijna de hele oppositie leek zich hierachter te scharen.

Maar Van Dijk verraste de oppositie door vlak voor het debat zijn steun in te trekken en met een nieuw amendement te komen, dit keer samen met Sjoerd Potters van coalitiepartij VVD. Potters en Van Dijk willen wel regels stellen aan de ‘persoonscriteria’ (de voorwaarden die aan pgb-houders worden gesteld), maar niet aan de inhoud van de zorg. Dit betekent dat zorgverzekeraars voorlopig de vrijheid behouden om zelf te bepalen voor welke zorg zij een pgb verstrekken. Een monitor moet dit voorjaar uitwijzen of vaste toelatingscriteria toch nodig zijn. Volgens SP’er Renske Leijten is het onderzoek alleen bedoeld om voor vertraging te zorgen.

Van Dijk en Potters konden ieder op hun eigen manier uit de voeten met het amendement dat dankzij de steun van de twee coalitiepartners op een meerderheid kan rekenen. Volgens Van Dijk wordt hiermee de door de PvdA gewenste „uniformiteit en rechtszekerheid” gewaarborgd, Potters stelde juist dat „vrijheid en maatwerk” bij de zorgverzekeraars behouden blijven.

Van Rijn had al eerder gezegd dat hij de extra waarborgen evenmin in de wet wil vastleggen. Volgens hem kan dat ook later als uit de onderzoeken blijkt wat er niet goed gaat.

De oppositie had er geen goed woord voor over. Het opnemen van het pgb in de Zorgverzekeringswet „had een mooi feestje moeten zijn, maar dat is het niet geworden”, constateerde Vera Bergkamp (D66).