‘Zo verslonst het literaire erfgoed’

Het Letterkundig Museum vreest dat het zijn wetenschappelijke functie niet meer kan uitoefenen, na halvering van personeel.

Het Letterkundig Museum is door de bezuinigingen van de overheid niet meer in staat zijn wetenschappelijke taak goed uit te voeren. Dat zegt museumdirecteur Aad Meinderts. Hij heeft 750.000 euro gevraagd bij het ministerie van OCW om de collectie op grote schaal te digitaliseren. Op die manier kunnen de literaire archieven die het museum beheert toch worden ontsloten voor onderzoek. Bovendien maakt digitalisering crowdsourcing mogelijk: het via internet inschakelen van het publiek bij onderzoeksprojecten.

Bijna de helft van het personeel op de afdeling collecties heeft het museum in 2013 moeten ontslaan door de bezuinigingen op de subsidies die in gang werden gezet door toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD, Cultuur). Daardoor heeft het nu te weinig mensen voor het beheer en het beschikbaar stellen van zijn collectie. Ook is er geen conservator meer met kennis van iconografisch materiaal, zoals de 60.000 kinderboekenillustraties die het museum beheert.

Het Letterkundig Museum lanceerde vorige week samen met het Huygens Instituut www.literatuurmuseum.nl. Op die website zullen omvangrijke collectieonderdelen toegankelijk zijn.

Directeur Aad Meinderts: „We kunnen veel meer schatten uit ons archief laten zien dan in het museum. Denk aan de bijna 400 foto’s die W.F. Hermans maakte tijdens zijn expedities in Noorwegen en Zweden, die de inspiratie vormden voor Nooit meer slapen. ”

„Nederland laat zijn literaire erfgoed verslonzen”, zegt Meinderts. „Wij beheren 1,8 miljoen brieven van Nederlandse schrijvers, 250.000 manuscripten van boeken, 65.000 foto’s, 60.000 kinderboekenillustraties en 2.800 schrijversportretten. Maar door de bezuinigingen hebben we nu te weinig personeel om de 7 strekkende kilometer literaire documenten te verwerken. En er zijn te weinig medewerkers die bezoekers van dienst kunnen zijn als die iets willen weten over een schrijver.”

Wetenschappelijke functie

Het Letterkundig Museum is een van de zes rijksmusea die door het ministerie van OCW zijn aangemerkt met een wetenschappelijke kernfunctie. „Wij zijn niet alleen een publieksmuseum, maar ook het enige archief voor letterkundig erfgoed in Nederland”, zegt Meinderts.

D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold sprak in juni vorig jaar in de Tweede Kamer tijdens het debat in over de Erfgoedwet zijn zorgen uit over „het verdwijnen van kennis en kunde” in de musea. Hij vroeg minister Jet Bussemaker (PvdA, Cultuur) te onderzoeken hoeveel conservatoren de musea nog in huis hebben en hoe het daar staat met het wetenschappelijke onderzoek.

„Met het verdwijnen van de conservatoren verdwijnt ook de kennis over wat er in huis is”, zei Pechtold. „Zie het als een zolder waarvan je niet meer precies weet wat er eigenlijk ligt te verstoffen. Hoe meer generaties er in het huis wonen, hoe meer dozen oude kranten, tekeningen en serviesgoed op zolder belanden. Als je niet meer weet wat er ligt, wie heeft er dan nog wat aan?”

Minister Bussemaker vond de formulering van Pechtold dat musea op kennis en kunde hebben bezuinigd „voorbarig”. Maar bij het Letterkundig Museum is dit wel degelijk gebeurd.

Het museum kreeg tot 2013 zo’n 3 miljoen euro rijkssubsidie. Bij de bezuinigingen op de cultuursubsidies moest het 8 ton inleveren, een kwart van het budget. Het museum zag geen andere mogelijkheid dan te snijden in het personeel.

Halvering personeel

De afdeling collecties, waar 17 mensen werkten, werd gehalveerd. „Een goedkoper pand was geen optie, want het huurcontract lag voor jaren vast. En op de medewerkers van Publiekszaken en Tentoonstellingen konden we nauwelijks bezuinigen, want we moeten voldoen aan de prestatie-eisen van OCW op het gebied van publieksbereik en eigen inkomsten”, zegt Meinderts. „Nu hebben we in elk geval onze bezoekcijfers op peil weten te houden. Vorig jaar kwamen er 65.000 mensen, een recordaantal. Dat komt overigens vooral door het succes van het Kinderboekenmuseum, dat veel gezinnen trekt.”

Ook het aankoopbudget van ongeveer een ton voor nieuwe documenten werd geschrapt. „Daardoor visten we onlangs achter het net toen het manuscript van Bernlefs Hersenschimmen werd geveild”, zegt Meinderts. „Dat wil niet zeggen dat onze collectie niet meer groeit. Jaarlijks komt er 145 strekkende meter bij. Regelmatig krijgen we archieven geschonken, zoals onlangs nog het privéarchief van Annie M.G. Schmidt. En soms lukt het ons om fondsen te werven voor een aankoop. Maar dan willen we natuurlijk niet dat die archieven onaangeroerd blijven liggen in het depot.”