Geen straf meer voor klokkenluider die boekje opent

De senaat bespreekt dinsdag het Huis voor Klokkenluiders. Na veel kritiek komt dat er nu toch.

Minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken in gesprek met Pieter van Vollenhoven (links) voorafgaand aan het eerdere debat in de senaat over het initiatiefvoorstel Wet Huis voor Klokkenluiders. Foto ANP / Bart Maat

Het leek heel onwaarschijnlijk dat het Huis voor Klokkenluiders ooit nog werkelijkheid zou worden, ruim twee jaar geleden. Het was mei 2014 en de Eerste Kamer was kritisch. Ook kabinet en werkgevers zaten eigenlijk niet op zo’n nieuwe beschermingsconstructie voor melders van misstanden te wachten.     

Maar het Huis voor Klokkenluiders komt er nu toch. Dinsdag bespreekt de senaat het voorstel opnieuw, in sterk aangepaste vorm. De initiatiefnemers – Tweede Kamerleden van wel zeven partijen: PvdA, SP, D66, ChristenUnie, GroenLinks, Partij voor de Dieren en 50Plus – hebben van alles aan hun plan veranderd. Dit keer is de verwachting dat een ruime meerderheid van de senaat vóór stemt.  

De kerntaken van dit Huis voor Klokkenluiders, het eerste in zijn soort in Europa, komen neer op rechtsbescherming voor klokkenluiders en onderzoek naar meldingen die zij doen. Meldingen moeten het individuele belang overstijgen – een arbeidsconflict is géén misstand. Gevaar voor de volksgezondheid, voor de veiligheid van personen of voor het milieu zijn dat wel. Net als fraude of corruptie binnen een onderneming.  

Wie straks als werknemer melding doet van een vermeende misstand, weet zich beschermd met wat in de wet een benadelingsverbod heet. Neem de „strafexpedities” zoals Sjaak Jansen die zag gebeuren op het ministerie van Veiligheid en Justitie. Klokkenluiders „zouden wel gek zijn” om misstanden te melden, vertelde Jansen vorige week aan NRC. In zijn tijd als vertrouwenspersoon op het departement maakte hij mee dat melders van misstanden vervelend werk te doen kregen of uitgezonderd werden van promotie.

Dat mag straks niet meer. Een werkgever mag volgens de nieuwe regels een werknemer die „te goeder trouw en naar behoren” het vermoeden van een misstand meldt, niet benadelen tijdens of na de behandeling van zijn klacht. Voor die rechtsbescherming maakt het niet uit of de melding intern bij de organisatie zelf is gedaan, bij de betrokken toezichthouder of al meteen bij het Huis voor Klokkenluiders.

Bedrijven krijgen kans op herstel

Het Huis is een heus poldervoorstel geworden, zei hoofdinitiatiefnemer en Tweede Kamerlid Ronald van Raak (SP) bij de behandeling van het nieuwe voorstel in de Tweede Kamer, zomer vorig jaar. Neem dat benadelingsverbod: dat was eerst een absoluut ontslagverbod. Dat veranderde op verzoek van de werkgevers. Een werknemer die een misstand meldt, mag nooit vanwege die melding ontslagen worden, daar waren zij akkoord mee. Alleen: mogelijk vertoont die werknemer wel heel ander laakbaar gedrag dat genoeg grond voor ontslag zou bieden. 

Waar het Huis volgens de eerste plannen metéén op onderzoek uit mocht na een binnengekomen melding, is die bevoegdheid nu achter in het proces neergelegd. Eerst krijgt de instelling een eerlijke kans op herstel. Als er niks gebeurt met de melding en als ook de toezichthouders falen, dan kan het Huis alsnog een eigen onderzoek instellen. Daarvan worden verslag en aanbevelingen publiek, waar nodig wel anoniem. Van Raak: „Reden genoeg voor de instelling om eerst zelf actie te ondernemen.”

Van alles moet nog uitgewerkt

Overeind bleef dat de bescherming van het Huis voor werknemers uit de publieke, semipublieke én private sector geldt. Maar dan kan het Huis niet, zoals eerst de bedoeling was, onder de Nationale Ombudsman vallen. Die gaat alleen over overheidskwesties en een uitbreiding van de taken van de Ombudsman naar bedrijven ging de VVD, het CDA en de SGP te ver.

Daarom wordt het Huis nu een ‘zelfstandig bestuursorgaan’. Het valt onder het ministerie van Binnenlandse Zaken, maar de wettelijke bevoegdheden van de minister zijn zoveel mogelijk geschrapt. De Tweede Kamer benoemt de maximaal vijf leden van het Huis en kan hen ook ontslaan.

Veel moet nog uitgewerkt worden. Bijvoorbeeld hoeveel ondersteuning die vijf leden precies krijgen en waar die zich vestigen. „Het liefst zie ik dat het een echt huis wordt, waar je kunt binnenlopen voor een kopje thee of koffie en advies”, zegt Van Raak. Ook de kosten zijn nog onduidelijk: minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) trekt 400.000 euro per jaar uit, maar de initiatiefnemers beraamden de jaarlijkse kosten op ongeveer 3 miljoen euro. Dat gat is nog niet gedicht.

Grote vraag is of met dit Huis de cultuur binnen bedrijven en overheden „dat klokkenluiders paria zijn die tegengewerkt moeten worden”, zoals Van Raak zegt, zal verbeteren. Er is afgelopen jaren al wel iets veranderd, ziet hij. Mede door de publieke discussie over het Huis, die al met al ruim vier jaar heeft geduurd. „Ik hoop dat werkgevers door dit Huis sneller geneigd zijn hun mensen serieus te nemen. Klokkenluiders moeten niet meer worden weggezet.”

    • Annemarie Kas