Schuldenberg om nerveus van te worden

De crisissfeer op de beurzen rond de opkomende markten neemt toe. Bereiken de problemen daar ons straks ook?

None
Foto Jason Lee / Reuters

De Chinezen komen, en ze betalen in cash. Niet alleen in de Bijenkorf, maar ook in het warenhuis van het internationale bedrijfsleven. Het Chinese chemiebedrijf ChemChina maakte vorige week bekend het Zwitserse Syngenta (biotech, zaden en landbouwstoffen) te kopen voor ruim 43 miljard dollar (39 miljard euro). De overname gebeurt in cash en is geheel gefinancierd met schulden. Dertig miljard dollar leent ChemChina zelf, naar verluidt via de Chinese bank CITIC. De overige 13 miljard gaat via Syngenta en aannemelijk de Britse bank HSBC, die sterk is in Hong Kong.

De cashbetaling, uiterst zeldzaam voor zo’n enorme overname, is niet het enige opmerkelijke aan de deal. Minstens even uniek is de positie van de overnemer zelf. ChemChina zit al tot over de oren in de schulden. Het is verliesgevend en meer dan honderd procent van het gehele bedrijfsresultaat gaat op aan rente. Ter vergelijking: voor AkzoNobel is dat zo’n zes procent. Geen wonder dat de deal door The Wall Street Journal al een vorm van Frankenfinance werd genoemd: een monster dat zich elk moment tegen zijn geldschepper kan keren.

En dan de derde opmerkelijkheid: juist nu opkomende markten in financiële problemen dreigen te raken, vliegt het kapitaal China uit.

Een omgekeerde wereld

ChemChina leent op zijn minst 30 miljard dollar in eigen land, en geeft dat aan de aandeelhouders van Syngenta in Zwitserland. Terwijl het toch eigenlijk de bedoeling is dat het westerse kapitaal de opkomende markten in vloeit – andersom dus.

Dat was ook lange tijd zo. Na de financiële crisis van 2008 kwam er een forse geldstroom op gang van West naar de rest. De rentes in de VS en de EU gingen omlaag, de investeringsmogelijkheden in eigen gebied vielen weg en elders, in de opkomende markten, viel meer rendement te halen. Deze pushfactor kende ook een pullfactor: bedrijven (en overheden) in opkomende landen leenden erop los, zeker ook in buitenlandse valuta’s.

Nu het tij keert, geeft dat enorme problemen. De kredieten hebben een piek bereikt, de Chinese economische groei vertraagt, grondstoffen zijn in prijs gekelderd en veel landen die daarvan afhankelijk zijn komen in het nauw. De enorme schuldenberg weegt nu extra zwaar. Zeker omdat de koers van de dollar sterk gestegen is, en de rente en aflossing van buitenlandse schulden steeds lastiger worden. Volgens Jaime Caruana, van de Bank voor Internationale Betalingen, is de toename van krediet aan opkomende markten vorig jaar omgeslagen in een krimp. Bankenclub IIF zei vorige maand al dat er een bedrag van 735 miljard dollar van opkomende markten terugvloeide naar het Westen. Dat is de grootste kapitaalvlucht sinds 2000. En daarvan was het leeuwendeel, 676 miljard, afkomstig uit China.

De onheilige drie-eenheid

Opkomende landen staan daarbij voor een dilemma, of beter een ‘trilemma’. Zij krijgen te maken met een fenomeen dat de ‘onheilige drie-eenheid’ wordt genoemd. Een land kan een eigen rentepolitiek voeren met zijn centrale bank. Het kan de wisselkoers van de eigen munt in de hand willen houden. En het kan de grens openhouden voor buitenlands kapitaal. Maar het kan dit niet alle drie tegelijk. Slechts twee van de drie zijn mogelijk.

Westerse landen kiezen traditioneel voor een zelfstandige rentepolitiek en open grenzen voor kapitaal. Dat betekent dat zij zich niet kunnen bemoeien met hun wisselkoers, die dan ook zweeft.

Opkomende landen willen het onder de huidige omstandigheden wél alle drie tegelijk. Dat is begrijpelijk, maar dat kost geld: het steunen van de wisselkoers met de eigen kostbare dollarreserves. Zelfs het machtige China heeft zijn reserves al zien afnemen van zo’n 4.000 miljard dollar naar 3.230 miljard. Alleen al in januari ging er bijna 100 miljard af. Maar het alternatief, de renminbi laten dalen, kan voor nóg meer kapitaalvlucht zorgen. En het sluiten van de grenzen voor in- en uitgaand kapitaal koppelt het land op dit moment te veel los van de wereldeconomie.

Hoe past de recordovername van Syngenta door ChemChina in dit verhaal? Het zal niet de eerste uitzinnige megadeal zijn die naderhand het einde van een tijdperk bleek te markeren. De overname van RJR Nabisco in 1987, de overname van Time Warner door America Online in 2000. De drievoudige overname van ABN Amro in 2007.

De beurzen zijn uiterst nerveus, en met name banken moesten het gisteren ontgelden. Het is niet ondenkbaar dat zij het kanaal zijn waarlangs de opkomende crisis in de opkomende markten het Westen bereikt.

    • Maarten Schinkel