Opinie

De Politiecolumn: De Rechtsstaat kan ook krimpen

Enkele weken geleden, na afloop van een overleg waarin ik weer eens een rechtzinnige opmerking over de rechtsstatelijkheid van politieoptreden had gemaakt, wees een politiechef mij terecht. Ik kon mij toch niet meer zo onverkort op de rechtstaat beroepen? Als historicus moest ik toch beseffen dat deze een product is van de natie-staat, een tijdgebonden verschijnsel. En als politiewetenschapper moest ik toch zien dat de globalisering van de samenleving nu het fundament onder die rechtstaat vandaan slaat. Maatschappelijk gezien kwamen bij hem in de driehoek nog slechts marginale zaken aan de orde. Nu het mogelijk blijkt op afstand te sjoemelen aan de software van een auto, moest hij zijn personeel toch aansluiting laten houden bij die plaatsen in de samenleving waar digitaal richting wordt gegeven aan de veiligheidszorg van de toekomst, al is het slechts om te voorkomen dat criminelen al hackend een liquidatie uitvoeren?

Zijn aanmerking liet mij niet los. Aan hem de taak te zorgen dat zijn personeel fatsoenlijk en effectief zorgt voor een veilige samenleving. Aan mensen zoals ik de taak om na te denken over zaken als de rechtstaat en de richting waarin die samenleving zich beweegt.

Met zijn opmerking over de tijdgebondenheid van de omstandigheden waarin een rechtstaat kan gedijen, kon ik de politiechef slechts gelijk geven. Wie de geschiedenis van de politie bestudeert, beseft dat Nederland geen rechtstaat kreeg met de afkondiging van de Staatsregeling van 1798, de Grondwet van 1848 of het Wetboek van Strafrecht van 1886 maar dat de rechtstaat veeleer een domein in de samenleving is waarin specifieke omgangsvormen gelden en waar, in de loop der tijd stapsgewijs steeds meer burgers werden opgenomen. Zo bezien kreeg de rechtstaat pas enige omvang eind negentiende eeuw toen mensen ineens vrijer konden reizen, meer kranten konden lezen en in cafés en op straat over politiek gingen discussiëren. Toen werd meer mensen bescherming tegen onrecht geboden en werden meer burgers met sancties bedreigd omdat ook georganiseerde politie ontstond. Pas na de eeuwwisseling durfde de politie burgers uit de hogere stand op wetsovertredingen aan te spreken. En ook daarna leverde de verkeerswetgeving nog fraaie staaltjes klassenstrijd op: geüniformeerde arbeiderszonen die dokters en notarissen wegens snelheidsovertredingen op de bon probeerden te slingeren.

Het rechtstatelijke domein nam niet alleen maar in omvang toe: er waren ook fases waarin het kromp en mensen weer uitsloot. De isolering van de joden tijdens de Duitse bezetting is natuurlijk het meest schrijnende voorbeeld maar je kunt ook aan onschuldigere gevallen denken zoals hoe vanaf de jaren zestig in de grote steden het bezit van een fiets rechtsbescherming verloor.

Maar had de politiechef ook gelijk met zijn opmerking dat de rechtstaat nu wijkt? Marc Schuilenburg lijkt dit in zijn laatste politiecolumn te beamen en ontdekt daarin zelfs een lonkend perspectief. Voor hem kan de politie met haar repressieve, normstellende optreden wel inpakken en is de toekomst aan de verkeersdrempels, de patroon herkennende straattegels en de auto’s met snelheidsbegrenzer. Nu hebben deze vormen van nudging de afgelopen jaren waarschijnlijk inderdaad flink bijgedragen aan de vermindering van de criminaliteit, maar in de voorgespiegelde intensive care samenleving voel ik mij toch niet prettig.

Voor mijn onvrede vond ik het argument in een recente, commerciële bijlage bij deze krant. Deze bevatte een advertentie voor een smartwatch waarmee ouders hun kinderen kunnen voorzien, zodat zij op hun mobiele telefoon automatisch worden gewaarschuwd als deze bij het buitenspelen de grens van de eigen buurt overschrijden. Het product beantwoordt aan veel ouderlijke zorgen. Bovendien: je hoeft als ouder dan ook niet meer te luisteren naar de smoesjes en uitvluchten waarmee je zelf als kind je moeder bestookte als je bij het zwerven door de stad weer eens de tijd was vergeten, druk doende allerlei kattenkwaad uit te halen.

Ik zie echter een bezwaar dat mijn aanhankelijkheid aan die goede, oude, repressieve politie sterkt. Met de aanschaf van zo’n smartwatch lever je het vertrouwen in je eigen kinderen in voor een veilig gevoel dat je zeker weet wat zij doen. Maar je ontneemt hun ook iets. Hoe kunnen zij nog vertrouwen in hun ouders opbouwen als zij niet meer ongezien grenzen kunnen overschrijden? Hoe kunnen zij verantwoordelijkheidsbesef ontwikkelen als zij niet meer ongemerkt ongehoorzaam kunnen zijn? Hoe kunnen zij ontdekken welke persoonlijke drijfveren de ouder tot zijn correctie brengt en zo begrip krijgen voor diens gezag?

Het is geen toeval dat vrijheid, rechtstaat en politie ongeveer tegelijk ontstonden. De combinatie stelde ons in staat om vertrouwen in onze medeburgers en verantwoordelijkheidszin te ontwikkelen. Politie kan ons vertrouwen beschamen maar zij heeft vertrouwen van burgers nodig om effectief te zijn en daarop mogen wij weer vertrouwen. De systemen die ons nudgen, wekken geen vertrouwen, geen verantwoordelijkheidsbesef en geen beeld van gezag, maar slechts zekerheid en zelfs dat niet altijd. Zij bieden veiligheid maar geen veiligheidszorg. Wat mij betreft moet die politiechef zich toch wel zorgen maken.

Guus Meershoek  is lector Politiegeschiedenis aan de Politieacademie en universitair docent Bestuurskunde aan de Universiteit Twente. De Politiecolumn wordt afwisselend geschreven door deskundigen uit het politieveld.

 

 

Blogger

Guus Meershoek

Guus Meershoek studeerde politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, is lector Politiegeschiedenis aan de Politieacademie en universitair docent Bestuurskunde aan de Universiteit Twente. Hij publiceerde over verleden en heden van de Nederlandse politie.