Opinie

Bosch als inzet van oorlogje met Spanje in documentaire

‘Jheronimus Bosch, Geraakt door de Duivel’ (NTR)
‘Jheronimus Bosch, Geraakt door de Duivel’ (NTR)

Den Bosch mag dan deze week door verwachte stormvlagen de carnavalsoptocht zijn misgelopen - Kees van Dam deed de hele dag in uitzendingen van het NOS Journaal verslag van de stand van zaken - koning Willem Alexander opent vrijdag wel de grote overzichtstentoonstelling van Jheronimus Bosch (ong. 1450-1516).

In de media wordt het evenement ruimschoots begeleid. Onlangs wijdde Andere Tijden al een uitzending aan de vorige Bosch-expositie in het Noordbrabants Museum (1967), DWDD sprak erover, de app valt al te downloaden en er zijn een paar fraaie websites. Het ontbrekende pronkstuk De Tuin der Lusten in het Madrileense Museum del Prado valt gedetailleerd te bezichtigen in een interactieve documentaire op jheronimusbosch.ntr.nl. Nog meer spektakel biedt boschproject.org waar de infraroodfotografie van de onderlaag van een aantal schilderijen goed valt te vergelijken met het eindresultaat.

Dit soort werkzaamheden van het grootscheepse Bosch Research and Conservation Project vormt de hoofdmoot van de documentaire Jheronimus Bosch, Geraakt door de Duivel, die na een kort bioscooproulement werd uitgezonden door Het Uur van de Wolf (NTR). Het is het regiedebuut van Pieter van Huijstee, een van de belangrijkste Nederlandse producenten van documentaires. Hij volgde de onderzoekers vijf jaar lang in verschillende musea.

Van Huijstee was ook de originele producent van Oeke Hoogendijks Het Nieuwe Rijksmuseum, waar de Bosch-film voortdurend aan herinnert. Ook in dit geval zijn de haken en de ogen van de internationale kunstwereld belangrijker dan de kunst of de kunstenaar zelf.

Het al dan niet mogen bestuderen en fotograferen van ruim vijf honderd jaar oud werk en het onderhandelen over de voorwaarden van bruikleen zorgen voor spannende inkijkjes in de schijnbaar hartelijke en professionele interactie tussen museumdirecteuren en topexperts. In werkelijkheid is er natuurlijk veel haat en nijd, en instrumentele tegenwerking.

Zo is het interessantste personage misschien wel Pilar Silva Maroto, conservator van het Prado. Het voortdurend glimlachende propje vindt dat professor Jos Koldeweij, voorzitter van het Bosch-project, maar weinig van kunstgeschiedenis begrepen heeft. Ach, de een heeft er oog voor en de ander niet.

Ook verzet ze zich in Engels dat zo erbarmelijk klinkt dat het innemend wordt, tegen het sluiten van het beroemdste drieluik van ‘el Bosco’. Uiteindelijk doen twee werklieden het toch, in directe opdracht van haar directeur.

Ook Van Huijstee en zijn legertje verschillende cameralieden hebben oog voor de subtekst op de gezichten van conservatoren als ze weer eens stuiten op de kleinheid van hun gesprekspartners. Dat hoort er nu eenmaal bij, als je onmogelijke opgaven op je durft te nemen.

Dat uiteindelijk de Bosch-film enigszins achterblijft bij die over het Rijksmuseum heeft vooral te maken met de beperkte dramatische mogelijkheden van dit onderwerp. Tegen een fietserstunnel en op geld beluste aannemers kan een restantje Tachtigjarige Oorlog Prado-Noordbrabants Museum nauwelijks op.