Zo kruipen kakkerlakken door de smalste kieren

Kakkerlakken kunnen door platte sleuven kruipen waar ze, zo te zien, helemaal niet doorheen passen. De kakkerlakken, ogenschijnlijk hard en stijf, kunnen zich platdrukken en hun poten uitspreiden, tot ze nog maar een kwart zo hoog zijn als gewoonlijk. Zo passen kakkerlakken van 12 millimeter (mm) door een gleuf van 3 mm.

Twee biologen van de University of California Berkeley maakten hogesnelheidsopnamen van zulke proppende kakkerlakken, en schreven er maandag over in PNAS. Met de kakkerlak als voorbeeld ontwikkelden ze een flexibele ‘robot’ die zich ook plat kan drukken en in een lage ruimte met gespreide pootjes wandelt. Het apparaat (van 20 centimeter lang en 7,5 cm hoog) moet de „eerste stap” zijn naar een reddingsrobot die door smalle openingen past, schrijven bedenkers Kaushik Jayaram en Robert Full.

De nepkakkerlak haalt het echter bij lange na niet bij het echte insect. Die dieren kruipen een ‘brievenbus’ van 4 millimeter hoog haast moeiteloos binnen, in 0,4 seconden, waarbij hun lijf tweemaal zo plat wordt en ze hun poten spreiden. Zelfs in zo’n lage ruimte en in die ongemakkelijke houding rennen ze in een flink tempo (15 cm per seconde). In hogere, maar nog steeds nauwe ruimtes (6 millimeter) zijn ze zelfs pijlsnel (bijna 60 cm per seconde).

De druk die het lage plafond op ze uitoefent, is voor de dieren geen probleem: in een experiment met een kakkerlakstamper konden de insecten meer dan 650 gram gewicht op hun rug verdragen – veel meer dan in zo’n nauwe gang.

De ‘zoekrobot’ hoefde daarbij vergeleken niet veel te presteren. Hij is vrijwel hol. Hij kan loopt weliswaar door platte gangen van de helft van zijn hoogte, maar de robot hoefde niet zichzelf naar binnen te werken, en hoefde ook niets op te zoeken.

    • Hester van Santen