Cultuur

Interview

Interview

Foto’s AP/F.Dana&REUTERS/U.Marcelino

Is Zika wel de echte boosdoener?

Nog steeds is onduidelijk wat de stijging van het aantal baby’s in Brazilië met een te klein hoofd verklaart.

De teller in Brazilië staat op 4.783 verdenkingen van microcefalie bij kinderen die in de laatste drie maanden zijn geboren, baby’s met een te klein hoofd. Daarvan zijn er 404 in nader onderzoek bevestigd, en 709 verworpen. Bij de rest, 3.670 kinderen, is er nog geen uitsluitsel.

Kinderneurologen in de noordoostelijke staat Pernambuco die vanaf zomer 2015 opeens veel kinderen met microcefalie zagen, sloegen alarm. De gezondheidsautoriteiten legden al snel een verband met het zikavirus dat sinds 2014 in Brazilië rondwaart. Sindsdien is het zikavirus aangetroffen in het vruchtwater van twee ongeboren kinderen met te kleine hersenen, en in de hersenen van een overleden kind met neurologische afwijkingen. Dat toont aan dat het zikavirus tot bij het kind in de baarmoeder, als het een zwangere vrouw is besmet. Maar het bewijst nog niet dat het virus de oorzaak is van de groeiafwijkingen.

Kinderen die geboren worden met microcefalie zijn getekend voor het leven. Ze komen ter wereld met een groeiachterstand van de hersenen, waardoor hun hoofd veel kleiner is dan normaal. Vaak hebben deze kinderen in wisselende ernst een verstandelijke beperking, bewegingsstoornissen, en niet goed functionerende ogen en oren.

Microcefalie kan vele oorzaken hebben. Het kan aan een genetische afwijking liggen, maar ook sommige infecties (zoals rode hond, cytomegalovirus en toxoplasmose) kunnen dit teweeg brengen. Het komt ook voor dat alcohol- of drugsmisbruik, blootstelling aan chemicaliën of ondervoeding in het spel is.

De Wereldgezondheidsorganisatie riep de zika-epidemie een week geleden uit tot een ‘internationale noodsituatie voor de volksgezondheid’, vooral wegens het mogelijke verband van zika met een verhoogd risico op geboorteafwijkingen.

„Dat feit op zich rechtvaardigde het uitropen de noodsituatie”, zei de Amerikaanse epidemioloog David Heymann vorige week tijdens een werkbezoek in Den Haag. Hij is voorzitter van de commissie die besloot tot deze maatregel. „Het was niet het acute gevaar van het virus, want de infectie verloopt over het algemeen mild, maar op deze manier kunnen we het internationale onderzoek en surveillance mobiliseren.

„We hebben de beste experts in de wereld nodig om zo snel mogelijk gedetailleerd onderzoek uit te voeren naar oorzaak en gevolg van deze golf van microcefalie in Brazilië. Die verantwoordelijkheid kun je niet bij één land laten.”

Terwijl er aanvankelijk steeds meer aanwijzingen kwamen dat zika de boosdoener zou kunnen zijn, komt er nu ook steeds meer twijfel. Waarom is het effect alleen zichtbaar in Brazilië? In Frans-Polynesië waar het virus in 2013 uitbrak, waren er achteraf gezien ook meer kinderen met microcefalie.

Maar, zeggen critici, die kinderen zijn niet goed onderzocht. In andere Zuid-Amerikaanse landen waar al veel zika-infecties zijn gemeld, stijgt het aantal geboorteafwijkingen niet. Dat komt misschien doordat het virus pas enkele maanden rondwaart.

Steeds duidelijker wordt bovendien dat de Braziliaanse statistieken rammelen. Een kritisch rapport van de ‘Latijns-Amerikaanse Studiegroep voor Aangeboren Afwijkingen’ concludeerde eind december dat het niet zeker is dat de waargenomen stijging in het aantal kinderen dat met microcefalie geboren wordt, ook daadwerkelijk plaatsvindt.

De Braziliaanse overheid hanteert nu een erg ruime norm voor microcefalie: alle kinderen met een hoofdomtrek onder de 32 centimeter vallen in die categorie. Daar zitten ook veel gezonde baby’s bij die toevallig een klein hoofd hebben. Daarbij was er tot voor kort waarschijnlijk onderrapportage van microcefalie in Brazilië. Volgens de overheid kwam het enkele jaren geleden voor bij 0,5 op de 10.000 geboren kinderen. In Europa is dat 2,85 op de 10.000.

In de laatste drie maanden steeg het aantal verdenkingen van microcefalie in Brazilië plotseling naar bijna 10 op de 10.000.

Als de opsporing intensiever wordt, én er ruime normen gehanteerd worden, lijkt er een explosieve stijging op te treden. De vraag is nu: wat blijft erover nu het Braziliaanse gezondheidsministerie nader onderzoek doet? In dat onderzoek valt tot nu toe bijna tweederde van de verdenkingen af. Dan zou het werkelijke aantal baby’s met microcefalie rond de 4 op de 10.000 liggen – niet veel meer dan normaal in Europa.

Kinderartsen in een andere Braziliaanse staat, Paraíba, maakten vorige week een analyse van de gegevens van 16.208 kinderen die er van begin 2012 tot eind 2015 geboren werden. Daaruit bleek dat microcefalie al vóór 2014 (het jaar waarin zika waarschijnlijk arriveerde in Brazilië) vrij vaak voorkwam. Dat wijst er misschien op dat er toch naar andere oorzaken dan zika gekeken moet worden.

Heymann: „We moeten alle mogelijke oorzaken onderzoeken: zika, maar ook andere infecties en combinaties ervan. Vaccinaties en blootstelling aan chemicaliën. Het kan wel even duren voor we uitsluitsel hebben.

„Daarnaast moeten we snel duidelijk hebben of de toename in microcefalie al eerder optrad in andere landen waar het zikavirus rondwaarde, maar onopgemerkt is gebleven. Dat zal ons meer houvast geven.”