De jungle in een kijkdoos

Dit prentenboek ziet er zo precair uit als kostbare kunst, en eigenlijk is het dat ook. Illustrator Loes Riphagen (1983) maakte eerder fijne, kolderieke prentenboeken vol cartooneske dieren. Haar nieuwe boek Bij de neus genomen is kunst.

Ten eerste vanwege het gebruik van een technisch hoogstandje. Het eerste deel speelt zich af in een jungle, waar een blauw olifantje doorheen loopt. Die jungle is opgetrokken uit uitgesneden pagina’s, zodat je er alleen de voorgrond van ziet, een paar bomen, een paar dieren. En je ziet een doorkijkje naar de overige pagina’s: de rest van de jungle. Die coulissewerking is schitterend: de jungle is in dit boek een kijkdoos waar je letterlijk in de verte kunt kijken. Onontwarbaar en gelaagd: treffender dan in dit prentenboek kun je een jungle niet in beeld brengen.

Het verhaal, door Riphagen vervat in rijmende zinnen, is geïnspireerd op een kinderverhaal van Rudyard Kipling: hoe de olifant zijn slurf kreeg. Haar blauwe olifantje steekt zijn nieuwsgierige neus in andermans zaken – het verwondert zich over de eigenschappen van de kameel, het lieveheersbeestje, de krokodil. ‘Wat is jouw liefste lievelingseten?’ vraagt het olifantje aan die laatste. Op die twee dieren zoomt Riphagen in: ‘Kom dichterbij als je dat echt wilt weten...’

De coulissen verdwijnen, maar de diepte blijft. Riphagen knipte en plakte alle dieren en decors bijeen en liet die fotograferen, waardoor ook de ‘gewone’ bladzijden er driedimensionaal uitzien. Daarop laat ze de krokodil de kortneuzige olifant bij de neus nemen. De dierenstoet trekt aan de olifant, waardoor zijn neus uitrekt tot een slurf. Terecht gebruikt Riphagen een uitklappagina om dat kracht bij te zetten.

Kosten noch moeite zijn gespaard, en het resultaat is ernaar: een prentenboek om te bewonderen en om te lachen. Bij de neus genomen is daarmee een hoogtepunt in Riphagens werk, en een vernieuwend en vrolijkmakend prentenboek.

    • Thomas de Veen