Straatgevecht ombudsmannen

Conflict De Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen wilde niet verder met Marc Dullaert, de activistische en populaire kinderombudsman. Via de media vochten ze hun strijd uit, maar wat ging daaraan vooraf?

Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen, bij zijn benoeming in de Tweede Kamer.
Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen, bij zijn benoeming in de Tweede Kamer. Foto Freek van den Bergh

In hotel Duin en Kruidberg in het Noord-Hollandse Santpoort is de nieuwe top van de Nationale Ombudsman bijeen. In een aparte kamer kijken ze samen naar Nieuwsuur, waar hun baas Reinier van Zutphen te gast is. Het is donderdagavond 4 februari.

Presentator Twan Huys wil van de geplaagde Van Zutphen weten waarom kinderombudsman Marc Dullaert weg moet. Een vraag die dan al dagen het nieuws domineert.

Het lukt Van Zutphen niet om helderheid te scheppen. Zijn antwoorden zijn ontwijkend. „De samenleving verandert, digitaliseert”, zegt hij. Huys: „Maar waarom moet Dullaert nou weg?” Van Zutphen komt niet tot een overtuigend verhaal, zien ook zijn collega’s in Santpoort.

Om half twaalf die avond sluit Van Zutphen zich bij hen aan. Het is het begin van al eerder geplande heidagen.

Dat de vete via de media wordt uitgevochten, is hoogst uitzonderlijk voor dit Hoge College van Staat. De Nationale Ombudsman en zijn 170 medewerkers zien toe op correcte naleving van de regels door de overheid. Jaarlijks behandelt het instituut meer dan 35.000 klachten van gemangelde burgers, het is doorgaans een bolwerk van correctheid en eruditie.

En dan komt Dullaert met een waarschuwing: er dreigt een uittocht bij de Nationale Ombudsman

Wat ging er vooraf aan het straatgevecht tussen de twee ombudsmannen?

Alex Brenninkmeijer zegt in oktober 2013 nog maar eens wat hem opvalt in zijn werk als Nationale Ombudsman: „Het politieke tij in Nederland is racistisch. Dan heb ik het niet over één partij maar over de stemming in Den Haag. Die is tegen buitenlanders.”

Het is niet de eerste uitspraak waarmee Brenninkmeijer op politieke tenen gaat staan. „Ongepast” en „onacceptabel,” noemt VVD-Kamerlid Pieter Litjens in oktober 2012 Brenninkmeijers optredens al. In de VVD-fractie heerst onvrede, waarin op dat moment nog aanstaande bewindslieden als Edith Schippers en Fred Teeven zitten. Brenninkmeijer is te activistisch. Aan een extra Kamerlid is geen behoefte. Een gevoel dat breder leeft in bestuurlijk Den Haag.

Brenninkmeijers opvolger, oud-ANWB-baas en VVD’er Guido van Woerkom, is inderdaad zijn tegenpool. Een rustige, wat saaie bestuurder. Precies wat Brenninkmeijers critici voor ogen hadden.

De fans van Brenninkmeijer, ruim vertegenwoordigd onder de werknemers van de Nationale Ombudsman, denken daar anders over. Ze roeren zich als blijkt dat Van Woerkom de nieuwe man is. Wanneer een omstreden uitspraak van hem over Marokkanen komt bovendrijven, gebeurt er iets ongewoons. De kritiek komt naar buiten. Een plaatsvervangend ombudsman: „De Nationale Ombudsman is er voor álle Nederlanders.” Achter de schermen ontvangt Van Woerkom vanuit de top van het instituut meerdere keren het advies de eer aan zichzelf te houden. Dat doet hij. De zoektocht naar een ombudsman begint opnieuw.

Brief

Op de laatst mogelijke dag solliciteert ene Reinier van Zutphen, oud-rechter en op dat moment voorzitter van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. Hij is uiteindelijk de enige kandidaat. De Tweede Kamer beëdigt hem op 31 maart 2015. In zijn werkkamer, die leegstaat sinds het vertrek van Brenninkmeijer, hangt hij foto’s op van zijn drie kinderen. Zijn inwerkprogramma is moordend. Een chauffeur levert hem ‘s avonds met een koffer vol dossiers thuis af in Amsterdam.

Voor medewerkers verandert er ogenschijnlijk niets, het eerste half jaar. Veel hoogte krijgen ze niet van hun nieuwe baas. Van Zutphen is een man die zich niet makkelijk laat lezen. Heel anders dan de extraverte Brenninkmeijer, die het instituut naar buiten toe smoel gaf terwijl algemeen directeur Gabriella Bekman de organisatie bestuurde.

Precies dat model wil Van Zutphen omgooien. Hij vindt dat een eilandenrijk is ontstaan. De leiding van de organisatie en de eindverantwoordelijkheid voor inhoudelijke dossiers moeten in één hand komen. In tegenstelling tot Brenninkmeijer heeft Van Zutphen grote belangstelling voor interne zaken. Zo verdiept hij zich in begrotingen die zijn voorganger ongemoeid liet.

Van Zutphen vraagt extern adviseur Harrie Kuypers een aantal nieuwe organisatiemodellen te ontwikkelen. De nieuwe ombudsman denkt graag in scenario’s. Dat geeft hem inzicht. Medewerkers worden er onrustig van. Wat wil de man nou zélf? Dat wordt lange tijd niet duidelijk. Een probleem dat zich vaker voor zal doen met Van Zutphen. Die houdt zijn ideale model, waarbij de functie van algemeen directeur wordt geschrapt en de macht bij de ombudsman en zijn plaatsvervangers komt, voor zich. Dullaert en een andere plaatsvervanger vragen hem in september 2015 om duidelijkheid over hun toekomst: in april 2016 loopt hun termijn af. Mogen ze verder?

Kinderombudsman Marc Dullaert legt de eed af in de Tweede Kamer.Foto Robin Utrecht/ANP

In het geval van Dullaert is duidelijkheid helemaal van belang omdat hij op het punt staat voorzitter te worden van alle Europese kinderombudsmannen. Een functie die loopt tot oktober 2016 en onlosmakelijk is verbonden met zijn binnenlandse ambt. Dullaert heeft dus minstens een half jaar extra nodig.

Van Zutphen wil niet verder met de solistisch opererende Dullaert

Een situatie waarmee Van Zutphen vanaf zijn eerste dag bekend is. Een probleem ook want hij wil eigenlijk niet verder met de solitair opererende Dullaert, die zijn eigen koninkrijk runt. Van Zutphen zegt dat niet met zoveel woorden tegen Dullaert. Hij wil met een nieuw team verder, zegt hij. De boodschap valt slecht: de kinderombudsman ziet zijn Europese voorzitterschap al in het water vallen.

Opnieuw neemt Van Zutphen geen duidelijk besluit. Dullaert dringt aan op verlenging. In de maanden die volgen komen ze tot een compromis: Dullaert mag nog een jaar aanblijven. Althans, dat gaat Van Zutphen aan de Kamer voorleggen.

Dat doet hij vlak voor Kerst, in een vertrouwelijk gesprek met de vaste Kamercommissie Binnenlandse Zaken. Een meerderheid voelt er niets voor: of een volle termijn van zes jaar of niets. Verlenging met een jaar is een uitzondering op de regel. En dat willen ze niet. En aangezien Van Zutphen geen volle termijn wil, wordt het niets.

Die uitslag komt Dullaert via politieke connecties ter ore. Hij praat met een commissielid en schetst hoe schadelijk zijn vertrek zou zijn voor zijn Europese voorzitterschap. Het Kamerlid raakt overtuigd.

Gevolg: drie dagen later ontvangt Van Zutphen een uitnodiging voor een tweede vertrouwelijk gesprek met de commissie, dit keer mét Dullaert. Het verzoek verrast Van Zutphen zeer maar een wens van de Kamer kan hij niet negeren.

Van Zutphen houdt zich op de vlakte

Het nieuw geplande gesprek bezorgt Van Zutphen wel een probleem: hij heeft zijn organisatie verteld dat hij in zijn nieuwjaarsspeech zijn reorganisatieplannen zal toelichten. De opkomst is dan ook groot. Maar de speech is nietszeggend. Van Zutphen vindt dat hij niet anders kan dan zich op de vlakte houden, nu hij opnieuw naar de Kamer moet. Medewerkers ervaren zijn speech als het zoveelste bewijs van zijn gebrek aan daadkracht. „Moest ik hiervoor nou komen?”, bitst een medewerker tegen haar teamleider.

Op woensdagochtend 13 januari treft de Kamercommissie de twee ombudsmannen in de Suze Groenewegzaal in het parlementsgebouw. Onderwerp van gesprek: de toekomst van Dullaert. Alle bekende argumenten passeren de revue.

En dan komt Dullaert met een waarschuwing. Er dreigt een uittocht bij de Nationale Ombudsman. Als hij weg moet, is hij al de derde uit de top. Immers, een ervaren plaatsvervanger van Van Zutphen gaat weg. En de algemeen directeur is net ontslagen. De boodschap slaat in als een bom. De algemeen directeur ontslagen? De Kamerleden kijken Van Zutphen verbaasd aan. Die is volledig verrast door de mededeling. Van Zutphen stamelt dat van ontslag geen sprake is. Met Bekman is een regeling in de maak. Iets heel anders, in zijn ogen. Over Dullaerts toekomst komt in de consternatie geen duidelijkheid meer.

Die verschaft Van Zutphen in een brief waarvan hij de strekking bij het verlaten van de zaal al in zijn hoofd heeft. „Na rijp beraad (…) heb ik besloten om de ruimte te benutten die de wet mij biedt om mijn eigen team samen te stellen”, schrijft hij de Kamer op 18 januari. Exit Dullaert.

Maar die is niet zomaar van het bord te vegen. Wanneer de media over Dullaerts vertrek berichten, krijgt hij massale bijval op sociale media. Bijvoorbeeld onder de hashtag #dullaertmoetblijven.

De weinig mediagenieke Van Zutphen raakt verder in het nauw als de Volkskrant citeert uit een brandbrief die de ondernemingsraad hem gestuurd heeft. De ombudsman heeft de raad niet betrokken bij zijn besluit algemeen directeur Bekman te ontslaan. Een pijnlijk verwijt aan het adres van de man die juist is aangesteld om toe te zien op zuiver overheidshandelen.

Internetpetitie

De massale media-aandacht die volgt, voedt de onrust op het kantoor van de ombudsman in Den Haag. Directeur Bekman trekt het eind januari niet langer en neemt verlof. Tienduizenden Nederlanders zetten hun handtekening onder petities om Dullaert te behouden. Hij is terug in de race. Helemaal als Van Zutphen op 3 februari na weer een vertrouwelijk gesprek met de Kamer schuttert voor de camera („Geen commentaar”) en wegduikt in de gereedstaande auto. Hij heeft dan drie keer met de kamercommissie gesproken.

Dullaert ziet zijn kans schoon en kondigt aan beschikbaar te zijn om na april tijdelijk te blijven, tot er een opvolger is. De sfeer op de burelen van de Ombudsman verkilt met het uur. Van Zutphen moet iets doen. Hij gaat naar Nieuwsuur, om zijn kant van het verhaal te vertellen. Eindelijk. Opnieuw overtuigt hij niet. Zijn verhaal mist een duidelijk argument. Het optreden roept bij kijkers de vraag op of er soms iets anders speelt. Ten onrechte. Het is veel eenvoudiger: Van Zutphen wil niet verder met Dullaert vanwege diens solistische stijl, maar wil dat niet publiekelijk benoemen.

Over het voorstel van Dullaert om waar te nemen, zegt hij: „Dat is een aanbod aan de Kamer. Die beslist daarover.”

In Santpoort wordt gezucht. Het Hoge College van Staat waar Van Zutphen meer grip op wilde krijgen, is nu officieel speelbal van de politiek.