Het wiskundegenie verliet Basel per schip, met brandy en pijptabak

De Zwitser Leonhard Euler (1707-1783), de veelzijdige uitblinker uit de tijd van de Verlichting, was ongekend productief. Tot op vergevorderde leeftijd. En dat terwijl hij de laatste tien jaar van zijn leven blind was.

Van de 866 publicaties (waaronder 18 boeken) van Euler verschenen er ruim 300 postuum. In 1907 begon de Zwitserse Academie van Wetenschappen met het uitgeven van zijn verzameld werk. Een monsterklus, die nog steeds niet is voltooid, al is het einde in zicht.

Het zal uiteindelijk zo’n 35.000 pagina’s beslaan, uitgegeven in ruim 80 delen.

Euler liet zijn sporen na in de natuurkunde, astronomie, mechanica, stromingsleer en muziektheorie. Maar hij is vooral beroemd geworden als wiskundige. Hij overzag zo ongeveer de hele wiskunde uit zijn tijd, van de zuiverste soort tot de brede toepassingen. Zijn grootste nalatenschap is te vinden in de wiskundige analyse, hij zette daarin het werk van Newton en Leibniz voort. Verder gaf hij van de Kleine Stelling van Fermat een generalisatie, die tegenwoordig wordt toegepast in de cryptografie. In de meetkunde kennen we de formule van Euler: voor een veelvlak – een ruimtelijke figuur omsloten door platte vlakken – geldt dat het aantal zijvlakken plus het aantal hoekpunten gelijk is aan het aantal ribben plus twee. Eulers oplossing van het probleem van de zeven bruggen van Koningsbergen leidde tot het ontstaan van de grafentheorie. Met betrekking tot oneindige sommen was Euler een duivelskunstenaar; als eerste berekende hij de oneindige som bestaande uit alle ‘omgekeerde kwadraten’: 1 + 1/4 + 1/9 + 1/16 + 1/25 + ... (de uitkomst is π2/6).

Publicaties over Euler zijn er in overvloed. Valt daar nog iets aan toe te voegen? Ronald Calinger, wetenschapshistoricus aan de Katholieke Universiteit van Amerika in Washington D.C., laat verrassend genoeg zien van wel, met zijn recent verschenen biografie over Euler. Natuurlijk is er veel niet nieuw. Maar ik ken geen ander boek over Euler met zó veel aandacht voor details. Calinger vertelt ons niet alleen wanneer Euler Basel verliet toen hij naar St. Petersburg emigreerde (5 april 1727), maar ook hoe laat en hoe (om 9:00 uur vertrok hij per schip over de Rijn). Op 30 april stormde het in de Lübecker Bocht en werd hij zeeziek. Tijdens zijn zeven weken durende reis had Euler onder andere speelkaarten, Danzig brandy en flink veel pijptabak mee. Ander voorbeeld: Euler had er lol in om met de eveneens uit Basel afkomstige Nicolaus Fuss – die in 1773 naar St. Petersburg kwam om als penvoerder van de blinde Euler op te treden – eindelijk weer eens zijn Baselse dialect te kunnen spreken.

Hoe weet Calinger dat allemaal? Zijn belangrijkste bronnen waren, naast Eulers wetenschappelijke publicaties, zijn grotendeels bewaard gebleven notitieboeken (zo’n 4.000 pagina’s) en de honderden briefwisselingen tussen Euler en zijn collega’s. Calinger maakt van Eulers levensloop geen bloedstollend relaas, maar hij geeft wel een volledig zicht op diens leven: persoonlijk, politiek, sociaal, religieus en intellectueel.

Wiskundig is Calinger soms slordig. Ergens heeft hij het over de harmonische reeks, maar hij noteert iets anders, namelijk de harmonische rij. Bij de Fermatgetallen, waarin dubbele exponenten voorkomen, is de bovenste exponent van zijn voetstuk gevallen: in plaats van 22n–1 + 1 staat er 22n–1 + 1. En hij vergeet de haakjes in een uitdrukking als x5/(1 • 2 • 3 • 4 • 5). Dit soort foutjes zijn allemaal niet vreselijk erg, maar je verwacht ze niet in een uitgave van Princeton University Press.

Nog een minpuntje: de hoge prijs.

    • Alex van den Brandhof