Europa dient voor zijn eigen veiligheid op te komen

Het was nog maar een wens voor zijn begroting die de Amerikaanse minister van Defensie Ashton Carter deze week in Washington tijdens een toespraak deponeerde, maar het signaal aan Europa was er niet minder om. Als het aan het Pentagon ligt wordt het defensiebudget voor Europa in 2017 verviervoudigd tot 3,4 miljard dollar per jaar. Geld dat moet worden besteed aan meer troepen, training en materieel. Het zegt veel over de door de hernieuwde Russische assertiviteit snel gewijzigde geopolitieke verhoudingen.

Opmerkelijk is dat als onderdeel van het Pentagon-plan 250 tanks naar Europa zullen worden verscheept. Tanks worden in de regel geassocieerd met een ‘ouderwetse’ grondoorlog. Niet voor niets zei Nederland vijf jaar geleden bij weer een bezuinigingsoperatie op de Defensiebegroting dat gezien het na de Koude Oorlog veranderde dreigingsbeeld tanks niet meer nodig waren. Defensie bood 100 Leopards te koop aan waarna er nog vijftien resteerden.

De deze week bekend gemaakte voornemens van het Pentagon zijn een uitvloeisel van het European Reassurance Initiative (ERI) dat de Amerikaanse president Obama op 3 juni 2014 presenteerde. Dit was een reactie op de Russische annexatie van de Krim en de aanhoudende bemoeienis van de Russen met de separatisten in Oost Oekraïne. Een dag later zei Obama onder groot applaus tijdens toespraak in de Poolse hoofdstad Warschau dat zijn initiatief bedoeld was om snel te kunnen reageren op een crisis en beschouwd moest worden als extra steun voor de ,,vrienden’’ in Oekraïne, Moldavië en Georgië.

Toch heerste er een jaar later teleurstelling in deze Oost Europese landen omdat de praktische invulling van het plan in hun ogen schraal afstak bij de beloften. Maar het Pentagon laat nu dan toch een uitgewerkte en substantiële bijdrage ter hoogte van 3,4 miljard dollar zien. Vergeleken bij de Amerikaanse inzet om Europa te wapenen tegen de Russische dreiging is het antwoord van directe buur Europa ronduit mager. Zeker, de tijden van de aanhoudende bezuinigingen op Defensie lijken voorbij, maar de weg omhoog gaat langzaam.

De NAVO-lidstaten hebben zich gecommitteerd aan de afspraak dat de uitgaven twee procent van het bruto nationaal inkomen moeten bedragen. Maar een land als Nederland zit daar met 1,2 procent nog zeer ver vanaf. Het zogeheten vredesdividend wordt nog volop genoten.

Vanzelfsprekend gaat het niet alleen om de hoeveelheid geld, maar ook om de wijze waarop de middelen zo effectief mogelijk kunnen worden ingezet. Tijdens hun halfjaarlijkse informele bijeenkomst hebben de Europese ministers van Defensie afgelopen donderdag en vrijdag in Amsterdam wederom gesproken over nauwere Europese samenwerking. Het is inmiddels een grijs gedraaide langspeelplaat. De belangen van de afzonderlijke nationale defensie-industrieën zijn dermate groot dat in slechts zeer beperkte mate voortgang wordt geboekt.

Volgens minister Hennis (Defensie, VVD), moet inplaats van nota's schrijven de samenwerking eindelijk eens tot stand worden gebracht. Helaas is dat de afgelopen jaren ook al heel vaak gezegd.

In Washington werd begin deze week de toon gezet. Natuurlijk staat voor de Amerikanen het welbegrepen eigen belang voorop. Dat neemt niet weg dat Europa een eerste verantwoordelijkheid heeft voor zijn eigen veiligheid. Het Amerikaanse veiligheidsbelang is tevens ons belang.