‘Artiesten laten mij in hun ziel rondkruipen’

De naam van Buffi Duberman prijkt op praktisch elke platenhoes. De tranen vloeien bij de taalcoach van zingend Nederland als ze spruitjes met messeklever eet.

Foto Ringel Goslinga
Foto Ringel Goslinga

Weleens iemand zien huilen omdat het eten zo lekker is? Ga dan eens met Buffi Duberman (47) uit lunchen, de ‘juf Engels’ van zingend en leidinggevend Nederland. Ze is de taalcoach in programma’s als The Voice of Holland en De beste singer-songwriter van Nederland, ze helpt sterren als Tim Kno0l, Caro Emerald, Kane, Kyteman en Racoon liedjes in foutloos Engels schrijven, en oefent de uitspraak ervan net zolang tot het – ook in haar Amerikaanse oren – als Engels klinkt. Ze begeleidt filmacteurs, politici en CEO’s; eigenlijk iedereen die z’n middelbareschool-Engels wil (of moet) bijspijkeren.

Sinds ze chef-kok Jonathan Karpathios bij een Ted-talk hoorde vertellen over wat volgens hem ‘echt eten’ is, wil ze al in zijn restaurant eten. Vork en Mes in Hoofddorp. Prachtig gebouw in de vorm van een boot, weids uitzicht op het Haarlemmermeer. Rondom een moestuin en in een houten schuur drie modderige varkentjes. Binnen, meer dan levensgrote afbeeldingen van gerechten op de muren. Een kleurexplosie waar Buffi Duberman (paars broekpak, rood vestje, rood-roze bloemen in haar krullen) moeiteloos mee versmelt.

Jonathan Karpathios laat zijn kiemkast zien waarin sprietjes rode klaver, broccoli-cress en Chinese prei groeien. „We zijn gewend dood, rot of gefermenteerd voedsel te eten.” Hij plukt een net ontsproten tarwegrasje. Buffi Duberman proeft het sprietje „levende gewas” en juicht dat zij al jaren elke dag een liter raw juice drinkt.

De chef-kok, Griek van geboorte, schakelt heen en weer tussen Nederlands en Engels als hij met Buffi Duberman praat. Eerder deed de taxichauffeur – Indiaas van geboorte – hetzelfde. Dat doen ze niet omdat zij geen Nederlands spreekt, ze spreekt het vloeiend. Ze lijken het te doen omdat zij hen er als vanzelf toe uitnodigt. Ze corrigeert of verbetert niet, hooguit herhaalt ze wat ze zeggen, alleen dan in correct Engels. Ze is geboren in de joodse wijk van Brooklyn, New York, trouwde een Nederlandse man en woont al vijfentwintig jaar in Nederland. Voor ze taalcoach werd, was ze elf jaar Engelse lerares bij de nonnen in Vught, een bekend taalinstituut voor iedereen die een carrière in het buitenland ambieert. Begin jaren negentig werd ze bij het programma So you wanna be a popstar gevraagd, om de uitspraak van de kandidaten te verbeteren. „Toen wist ik wat ik altijd al had willen worden. Taalcoach.” Niet dat zoiets al bestond, laat staan dat artiesten er geld voor over hadden. „Platenmaatschappijen besteedden hun geld liever aan een stylist dan aan een taalcoach.” Nu verschijnt er geen album meer waarop haar naam ontbreekt. En zij heeft een wachtlijst voor haar wachtlijst.

Mijn eerste bitterbal

Ze slaagt een vreugdekreet bij de specialiteit van Jonathan Karpathios. Een bieterbal. „Mijn eerste bitterbal.” Van bietjes. Sinds ze vijfendertig jaar geleden met haar ouders en broertje in de auto net buiten Chicago langs een ‘roadkill’ reed – een overreden dier – en haar moeder daarna voorstelde naar een ‘steak house’ te gaan, is ze vegetariër. De tranen wellen bij de spruitjes met messeklever (een kaassoort), de in geitenboter gegaarde wortel, de oesterkroepoek. De chef-kok komt aan tafel vragen of alles goed gaat. Mijn tong, zegt ze, geeft je een staande ovatie. Ze omhelst hem en hij haar.

Dwars over haar hals zit een lichtroze litteken. „Schildklier,” zegt ze. Weggehaald toen ze nog een meisje was. „Ik was altijd ziek, lelijk, superskinny, supertall, en werd uit de dames-wc gekickt als ik een snor had door m’n hormoonpillen.” Haar moeder was ondernemer, haar vader de financiële baas van een multinational, zij hun „sleutelkind”. Dat is meteen de verklaring voor haar grapdichtheid. „Achter alle funny women schuilt een tragic childhood. Niet mooi, wel slim en grappig.”

‘Haar’ artiesten noemen haar Buffi the accent slayer. Is hun uitspraak van het Engels zo abominabel? Ze is er de vrouw niet naar om daarop ‘ja’ te zeggen. Zij zegt: „Het is mijn werk om rocksterren, om vijf uur ’s ochtends, samen op een witleren bank, te zeggen dat ik meer tong van ze wil.” Ze heeft het over de uitspraak van ‘th’. „Er zijn twee soorten; th; zoals in with en als in other. Als ik je tong niet zie, zeg je het niet goed.” Zelfde verhaal met love, door Nederlandse zangers uitgesproken als ‘lof’. „Vaak zeggen Nederlanders: ik kan heel goed Engels, als ik tv kijk, heb ik geen ondertiteling nodig. Well honey, zeg ik dan, als jij praat heb ik het wél nodig.” Televisie-Engels is geen Engels.

Buffi Duberman is ook docent op de Rockacademie in Tilburg en taalcoach aan de Design Academy in Eindhoven. En een dag in de week geeft ze ‘gewoon’ Engels op een mbo in Rotterdam met haar eigen lesmethode Rock your English. In haar lessen geen gedichten van Keats of Shelley, maar nummers van Frank Sinatra, Lady Gaga, Coldplay. Zij laat poëzieanalyse los op de tekst ‘The A-team’ van Ed Sheeran, en laat zien hoe elke zin en elk woord ervan een emotie oproept. „Woorden als good, nice, big zijn zo... flauw. Wil je een tekst schrijven die mijn ziel raakt, dan heb je vocabulaire nodig.” Moeten Nederlandse liedschrijvers dan wel in het Engels schrijven? Als het vlakke, gebrekkige teksten oplevert? „Nederlands gebruiken ze thuis, op straat, het is de taal voor alledag. Een vreemde taal, het Engels, is hun masker. Het geeft hun de veiligheid zich te uiten.”

Buffi, the grammar fairy zorgt dat de tekst klopt. Ze zoekt op haar telefoon naar het nummer Unconditional van Katy Perry. „Luister naar het refrein.... Ze zingt.. ta, ta... unconditiónal.” De klemtoon ligt ‘verkeerd’. „Maar hier past de tekst zich aan de melodie aan.” Of een klassieke ‘fout’, van The Rolling Stones: „I ain’t got no satisfaction”. Een dubbele ontkenning. Maar zingt een Nederlander: „I never met her”, dan denkt Duberman dat het bezongen meisje dood is. „Er zijn zes verledentijdsvormen. Bedoeld wordt: I have never met her. Dan is een ontmoeting nog mogelijk.” Maar waar ligt de grens tussen dichterlijke vrijheid en fout? „Een artiest, ik noem geen naam, schreef: Do I got what it takes? Ik zeg dan: het is: have I got of do I have. Maar als de artiest in z’n hart voelt dat het op zijn ‘foute’ manier moet, dan moet dat.” Nee, dat vindt ze helemaal niet stom. „Artiesten laten mij in hun ziel rondkruipen, hun woorden proeven. Die band is zo intiem.”

Een CEO raakt niet ‘fucked up’

Buffi – „In my head I have a cheerleader” – Duberman let op woorden, op zinsbouw, op uitspraak en ze behoedt haar pupillen voor fouten. Zing niet „It’s 3 AM in the morning.” AM is altijd ochtend. Zeg als CEO niet dat je te laat bent omdat je fucked up bent geraakt in het verkeer. „Zoiets zeg je als je zes lijntjes coke van je dashboard hebt gesnoven. Je bedoelt dat je stressed out bent, of frustrated.” Tot zover kan elke goede leraar wat zij doet. Maar Buffi Duberman is zo anders, zo ‘over the top’ expressief, zo ontregelend innemend dat ze haar leerlingen ook iets anders leert. Noem het een lesje houding en gedrag.

Ze leert ‘de Nederlander’ welsprekendheid. „Ik kom uit een praatcultuur. Ik was vijf. Eerste schooldag. Ik moest een voorwerp meenemen dat te maken had met mijn vakantie. Een schelp. Zo, zei Miss Kenneth en zette me in de kring kinderen. ‘Buffi, vertel...’” Buffi Duberman helpt de Nederlander iets meer te durven, te snoeven als het moet. Onbegrijpelijk vindt ze het als een zanger in een interview zegt dat hij meer liedjes had dan er op het album pasten, en er een paar heeft weggegooid. „Nee! Je zegt: ik heb de beste selectie gemaakt. Ik heb een paar liedjes bewaard voor een volgend album.” Ze steekt haar vork omhoog. „Designer. Nederlander. Twee jaar gewerkt aan een nieuwe vork. Wat zegt-ie: It is a pretty good product. Dat klinkt toch alsof hij twijfelt aan zijn eigen ontwerp.” En de ergste kwalificatie: „On-Nederlands goed. Of typisch Nederlands. Negatiever kan het niet voor jullie.” Voor een kick-ass presentatie gebruik je liever: authentiek, klassiek of desnoods ‘Dutch original’.

Tegelijkertijd leert ze haar leerlingen ook bescheidener, beleefder te zijn. „Jullie vinden het al superbeleefd als je een zin begint met please. Maar Please set the table is hooguit een vriendelijk bevel.” Een „heel hoge” zakenman, cliënt van haar, kwam maar niet tot een akkoord met zijn Engelse zakenpartners. „Bij elk voorstel van hun kant zei hij: you’re wrong. Dat is lomp. Breng Engelsen slecht nieuws als een sandwich. Eerst iets positiefs, dat je hun mening waardeert, blablabla. Dan de aardig verpakte vervelende boodschap: we kunnen het helaas op dit punt niet eens worden. En tot slot weer iets vriendelijks.”

Na het toetje legt ze, „very on-Amerikaans”, haar mes en vork gesloten op haar bord en staat op. Ze praat en lacht nu tegen haar telefoon. Ze maakt een les voor haar online-cursisten. In (iets langere) filmpjes zijn het de artiesten zelf die aan de hand van hun eigen teksten grammaticaregels uitleggen. Op Instagram post ze 15 seconden-lessen „Wat is het verschil tussen baked en fried? Het een doe je in de oven, het ander in de pan.”