Alle politici vermengen belangen, maar liever niet in het openbaar

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: de overeenkomsten tussen de vertrouwenspersoon van VenJ, de burgemeester van Luttelgeest en VVD’er De Liefde (binnenkort Uber). Ofwel: een pleidooi voor méér belangenvermenging.

Tekst Tom-Jan Meeus Illustratie Ruben L. Oppenheimer

De draaideur, de dubbelfunctie, de belangenvermenging. Iedereen met een internetaansluiting weet: wie de politiek aan de kaak wil stellen moet deze drie verschijnselen even onder elkaar zetten.

De taal van de boze burger – baantjesjagers, zakkenvullers – komt vanzelf vrij. Had je wat, Den Haag?

Ik begrijp het wel: sommige politici – corruptieverdachten als Jos van Rey en Ton Hooijmaijers – hebben het ernaar gemaakt.

Tegelijk klopt er iets niet aan de permanente ophef. Wat mankeert er eigenlijk aan als politici, vóór en na hun werk in Den Haag, een rol in de maatschappij vervullen?

Steeds vaker zie ik discussies en debatten, in Den Haag en daarbuiten, waarbij ik denk: met het oog op de werkelijkheid zou een beetje belangenvermenging geen kwaad kunnen.

Maar bijna niemand die dit nog hardop durft te zeggen.

Ik vermoed dat het alles met presentatie te maken heeft. Kamerleden, bewindslieden en ministeries hebben steeds meer vaardigheid in de verspreiding van een zuiver zelfbeeld. Alles doordacht, telkens gebracht in een korte ‘kernboodschap’.

Zo weten ze de modderige werkelijkheid van hun werk – de afweging van botsende belangen, het halfslachtige compromis – meestal buiten beeld houden. Zij worden daar ook steeds agressiever in.

De voormalige vertrouwenspersoon van Veiligheid en Justitie, die woensdag in deze krant vertelde over ‘strafexpedities’ als ambtenaren in het verleden misstanden meldden, gaf dit ook met zoveel woorden aan. Maar denk niet dat het beperkt blijft tot het geplaagde Veiligheid en Justitie.

Zelfs de burgemeester van, off all places, Luttelgeest, die geen verslaggevers duldde in de buurt van een inspraakavondje over mogelijke asielopvang, dacht in essentie hetzelfde: ook hij kon het niet hebben dat over zijn gemeente meer dan één ‘kernboodschap’ naar buiten kwam.

En vorige week hapte de VVD even naar adem toen vroegtijdig uitlekte dat Bart de Liefde, Kamerlid sinds 2010, lobbyist voor Uber werd. Ook hier werd het zelfbeeld doorbroken.

De reacties waren voorspelbaar: De Liefde onderstreepte dat de draaideur tussen politiek en lobbywereld wagenwijd open blijft staan. De Liefde had de schijn tegen: hij sprak eerder in de Tweede Kamer over Uber. En De Liefde bedroog de kiezer, met wie hij een band voor in principe vier jaar was aangegaan.

Die draaideur verdient beslist aandacht. Het verschijnsel heeft in de VS gecreëerd dat politici en hun beïnvloeders er al decennia zijn samengeklonterd in een perverse claque.

Dan zijn ze Congreslid, dan overheidsconsultant, dan minister, dan lobbyist. Zo houden ze zichzelf in stand, met de celebritycultuur als partner: je plaats in dit systeem is veilig zolang je in beeld – op televisie – bent. Politiek gaat zodoende niet meer primair om opvattingen, politiek is verworden tot zelfpromotie.

Onbewust begint Den Haag dezelfde trekken te vertonen. Niet in de laatste plaats door bedrijven als Uber. Voordat De Liefde zijn overstap bekendmaakte, werkte ook PvdA’er Simon den Haak, tot medio 2014 persoonlijk secretaris van Diederik Samsom, voor Uber: hij was er communicatieadviseur.

En waar De Liefde nooit tot de hoogste VVD-regionen doordrong – zoveel indruk maakte hij daar niet – was Den Haak enkele jaren een vertrouweling van Samsom.

Je hebt altijd Kamerleden, ook nu weer, die denken dat je dit met wetgeving kunt stoppen. In de VS mislukte het. Verboden ze oud-politici te lobbyen voor een bedrijf, dan werden ze adviseur van dat bedrijf. Belemmerden ze de toegang van lobbyisten tot ambtelijke functies, dan lieten ze zich inhuren als extern deskundige.

Maar denk niet dat er geen oplossing is. Die ligt alleen, prachtige paradox, precies in het verschijnsel waartegen zoveel weerstand is: de belangenvermenging zelf.

De weerzin tegen politici die dit soort overstappen maken, is gebaseerd op een ideaalbeeld dat niet bestáát: dat politiek zonder belangenvermenging mogelijk zou zijn. Dat er zuivere politici zouden zijn die bij hun beslissingen ver boven de platvloerse belangetjes van betrokkenen uitstijgen.

Wie deze dagen informeel met Haagse kopstukken spreekt, weet dat ze in de binnenkamer al maanden over vluchtelingen praten: zoeken naar manieren hun komst drastisch in te perken, zo nodig met verhoogde grensbewaking.

Logisch. Maar je hoeft de havo niet afgemaakt te hebben om te snappen dat verhoogde grensbewaking slecht is voor het exporterende bedrijfsleven. En Nederland is een klein land: bijna al het bedrijfsleven is exporterend.

Dus keert zich, binnenskamers, een actieve lobby van bedrijven tegen deze verscherpte grensbewaking. Nee, ze doen dit zelden hardop: ze kijken wel link uit.

Maar ministers en ambtenaren luisteren ernaar. Fout? Welnee: het lijkt me in ieders belang dat óók de geschatte economische schade van verhoogde grensbewaking wordt meegewogen.

Nu kun je zeggen: maar mensen als Den Haak en De Liefde maakten de overstap naar een bedrijf, dat gaat verder: zij verdienen aan bedrijven waarover ze vroeger (mede) beslissingen namen. Zij hebben, zo heet dat dan, de schijn tegen.

Ik zou zeggen: toon aan dat ze hun posities hebben misbruikt en pak ze aan. Dan heb je iets. De rest is reaguurdersachterdocht van onprecieze en unfaire beschuldigingen: gemakzucht.

Bij De Liefde heet het ook nog dat hij zijn belofte aan de kiezer heeft gebroken. Een redenering met een hoog jarenvijftiggehalte. De maatschappij bestaat uit steeds meer flexwerkers en flexkiezers. Zij hoppen van baan naar baan, zij hoppen van partij naar partij. Die partijen danken hun Kamerleden intussen steeds sneller af. Dan verwachten dat ze trouw aan hun kiezers en partij blijven, is zoiets als huwelijkstrouw van een meervoudig verstoten minnaar eisen.

Het illustreert de ware crisis van de politiek: de kiezer is zo grillig geworden dat hij politici tot een steeds verdere versimpeling van hun ‘kernboodschap’ dwingt.

Door die versimpeling doen alle partijen, politici en bestuurders nu alsof zij in het dagelijkse leven elke belangenvermenging weten te vermijden. Zo is al die belangenvermenging – de meervoudige loyaliteiten, de gelaagdheid van veel beleidsproblemen – uit het repertoire van de overheid verdwenen. Niet simpel genoeg: geen ‘kernboodschap’.

Maar dan loop je natuurlijk wel het risico dat de kiezer naar de geromantiseerde standaard gaat verlangen die je zelf steeds communiceert. Ziedaar de logica achter alle narrige reacties op De Liefde en de zijnen.

Zo zijn we beland in een politiek waarin niemand nog de waarde van belangenvermenging onder woorden brengt. Betrokkenen betrekken bij een beslissing, andersdenkenden respecteren, deskundigen horen, adviseurs beluisteren, minderheden een plaats gunnen, nuance meewegen, kortom: klassieke Hollandse conflictbeheersing.

De echte vraag is natuurlijk: zou politiek zonder belangenvermenging beter zijn? Amerika is een boeiend voorland: overheidsbeslissingen komen er veel minder omfloerst tot stand, zodat zij veel meer weerstand van bedrijven, instellingen en pressiegroepen oproepen.

Het gevolg: een gigantische lobbysector, die zijn draaideur permanent voor oud-politici open heeft staan.

Een verband dat ik alle aanhangers van zuivere politici graag voorhoud: hoe onafhankelijker zij zich van bestaande belangen opstellen, hoe groter de lobbysector wordt – waarna diezelfde lobbysector de geloofwaardigheid van de politiek ondermijnt.

Dus het probleem van Den Haag is, denk ik, niet de belangenvermenging. Het probleem van Den Haag is dat het de goede gewoonte van belangenvermenging is gaan ontkennen.

Dat het is gaan geloven in de eigen schijnzuiverheid en de eigen schijntransparantie. Dat het niet meer durft te zeggen wat politiek en bestuur werkelijk zijn.