Zeker tien genen maken een ochtendmens

Of je een ochtend- of avondmens bent, is erfelijk. Mogelijk is er een verband met gezondheid, blijkt uit drie bevolkingsstudies.

Sommige mensen zijn altijd vroeg uit de veren terwijl het anderen veel moeite kost om op tijd uit bed te komen. Deels zit dat in de genen. Britse en Amerikaanse onderzoekers hebben meer dan tien verschillende genvariaties opgespoord die bepalen of iemand meer een ochtendmens is of juist meer een avondmens. De resultaten van een studie van het Californische DNA-analyse-bedrijf 23andMe verschenen deze week in het blad Nature Communications, tegelijk met twee studies van de Britse nationale biobank die als concept op bioRxiv verschenen.

Medici zijn geïnteresseerd in het verschil tussen ochtend- en avondmensen. Mensen die ertoe neigen laat op te blijven, blijken meer risico te hebben op overgewicht, suikerziekte en hart- en vaatziekten. De vraag is of dat komt doordat het avondmensen zijn, of dat het meer te maken heeft met hun leefstijl, bijvoorbeeld een chronisch slaapgebrek.

In studies onder tweelingen en families was eerder vastgesteld dat vroeg opstaan een erfelijkheid van 12 tot wel 42 procent moet hebben. In de nieuwe genetische studies speurden de onderzoekers naar genetische variaties die relatief vaak voorkomen bij ochtendmensen. De onderzoekers van 23andMe vonden in een databank met het DNA van bijna 90.000 Amerikanen vijftien genetische varianten, waarvan zeven in de buurt van zogeheten klokgenen. Van deze genen is onder meer uit muizenonderzoek al vast komen te staan dat zij het biologisch ritme beïnvloeden.

De Britse studies bevestigen de Amerikaanse uitkomst. Ze spoorden respectievelijk twaalf en dertien genvarianten op in een DNA-databank van meer dan 100.000 Britten. „De resultaten zijn zeer betrouwbaar”, reageert geneticus Paul de Bakker van de Universiteit Utrecht, die niet bij de studies betrokken was.

Een (haast onvermijdelijke) zwakte van de studies is wel dat deelnemers zelf moesten aangeven of zij ochtend- of avondmens waren (hun ‘chronotype’). Daar kan dus enige vooringenomenheid in geslopen zijn. Interessant genoeg vinden de onderzoekers dat ochtendmensen minder aanleg hebben om dik te worden of om schizofreen te worden. Maar bewijzen dat dit oorzakelijk met elkaar samenhangt, konden de onderzoekers niet.

„Uiteraard is dit slechts een begin”, zegt De Bakker. „Er moet nog meer worden gedaan om de moleculaire basis te begrijpen. Als genetici in grotere groepen gaan zoeken, zullen ze zeker meer genen vinden.”