Opinie

Vliegoverlast

Het was enkele dagen achtereen buitengewoon onrustig in het luchtruim boven ons appartement in het Amsterdamse centrum. Vliegtuigen vlogen van de vroege morgen tot de late avond af en aan. Ze kwamen zo laag over dat je de piloot een kushandje had kunnen toewerpen als je dat gewild had. Als dank had hij dan een paar van die smakeloze luchtvaartmaaltijden met slappe groenten en doodgekookte aardappelen kunnen droppen.

Mijn vrouw kan slechter tegen vliegoverlast dan ik. Ze wordt er onrustig van. Dat ik er vaak zo laconiek op reageer, maakt het er niet beter op. Merkwaardig genoeg merk ik thuis vliegoverlast meestal niet op. Dat kan geprikkelde conversaties veroorzaken.

„Hoe vind je dat nou?”

„Wat?”

„Hoor je dat dan niet? Die vliegtuigen om de paar minuten! Dat is toch om tureluurs van te worden?”

„Ik zal erop letten.”

„Op letten? Je hoeft maar gewoon te luisteren. Is het geen schande? Stel je voor dat zo’n vliegtuig boven de Westerkerk naar beneden komt en op al die huizen, trams en mensen stort.”

Het leek me inderdaad geen sinecure, en vooral voor die lange rij wachtenden voor het aanpalende Anne Frank Museum een wreed, bijna ironisch lot. Maar God kán wreed zijn, dat is bekend. Toch zei ik om de rust in de huiskamer een beetje terug te krijgen: „Zo’n vaart zal het niet lopen.”

„Ja, gaat u maar rustig slapen”, zei ze, „dat hebben we vaker in Nederland gehoord.”

„Dat heeft Colijn trouwens nooit gezegd”, wijsneusde ik nog.

Hoe komt het toch dat je gesprekken zo moeilijk weer op de rails krijgt als ze eenmaal ontspoord zijn?

In dit geval ging het helemaal fout omdat Kees Weijer zich ermee begon te bemoeien. Dat is de voorzitter van Platform Vliegoverlast Amsterdam (PVA), waarvan mijn vrouw al jarenlang lid is. De PVA is een vereniging van vrijwilligers, in 1997 opgericht om het vliegverkeer boven het oude centrum te beperken.

De recente overlast was Kees niet ontgaan en hij had mijn vrouw en de andere leden al een mail gestuurd, waarin hij als een jachtbommenwerper boven oorlogsgebied tekeerging. Tot grote voldoening van mijn vrouw die mij met stemverheffing voorlas: „Schiphol en de luchtvaartsector lijken op een piratenbende: rücksichtslos in het najagen van het eigen gewin, zonder mededogen of ethische overwegingen, zonder respect voor anderen. Een roversclan met eigen wetten en privileges, afgetroggeld of afgedwongen bij de samenleving (…).”

Kees had er ook maar meteen een voorbeeldbrief bij gedaan, die ze naar de Amsterdamse wethouder Ollongren konden opsturen. Hij had weinig vertrouwen in de wethouder: „Haar ambtenaren laten haar schuilen achter het vermeende succes van de omwonendeninspraak (de Alderstafel), waar Schiphol de grote en enige winnaar is (…).”

„Aan Kees zal het niet liggen”, zei ik.

„Dat is in ieder geval een man die zijn nek durft uit te steken.”

„Maar die Hans Alders van die Alderstafel...”, begon ik schuchter, „dat overleg waarmee de omwonenden zoet worden gehouden…van welke politieke partij was die ook weer?”

„Dat heeft er niets mee….”, zei ze, maar de rest van haar woorden ging verloren in oorverdovend vliegtuiggebulder dat zelfs mij opviel.