Nederland geeft 'schokkend weinig' informatie over luchtaanvallen op IS

Nederland geeft te weinig informatie over zijn acties tegen IS, stelt een groep internationale journalisten.

Twee F16-straaljagers van de luchtmacht landen voor een militaire oefening op een van de banen van Schiphol. Foto Remko de Waal/ANP
Twee F16-straaljagers van de luchtmacht landen voor een militaire oefening op een van de banen van Schiphol. Foto Remko de Waal/ANP

Anti-IS-coalitie

Nederland geeft „schokkend weinig” informatie over de luchtaanvallen die het uitvoert op doelen van Islamitische Staat (IS) in Irak. Dat zegt Chris Woods, directeur van Airwars, een organisatie van journalisten die onderzoek doet naar de luchtoorlog tegen IS in Syrië en Irak. „Nederland blijft ver achter bij andere landen van de internationale coalitie tegen IS, zoals Canada, Frankrijk en de Verenigde Staten. Zelfs Saoedi-Arabië heeft ons af en toe meer informatie gegeven. Dat is geen gezonde positie voor een democratie.”

Het ministerie van Defensie publiceert elke week een overzicht van alle militaire operaties. Daarin wordt alleen in algemene zin het aantal luchtaanvallen boven Irak vermeld. „Nederlandse F-16’s vlogen 10 missies boven Irak en zetten daarbij wapens in tegen wapenopslagplaatsen en vuurposities van terreurorganisatie IS”, staat bijvoorbeeld in het weekoverzicht van 12 januari. Waar en wanneer die missies zijn uitgevoerd, en welke wapens zijn ingezet, wordt niet vermeld.

Hierdoor is het voor journalisten onmogelijk om te onderzoeken wat de gevolgen van de bombardementen zijn. „Dit gaat over transparantie en verantwoording afleggen voor oorlogshandelingen”, zegt Woods. „Nederland vertelde aanvankelijk nog hoeveel bommen en raketten waren ingezet. Dat gaf ons in ieder geval een idee over de intensiteit. Maar nu zijn ze zelfs daarmee gestopt. We hebben ernstige twijfels over hun aantallen, die alle kanten op schieten. In november vorig jaar zeiden ze dat ze tot nu toe 1.200 bommen en raketten hadden ingezet, maar dat aantal daalde in januari ineens naar 1.050.”

Woods is een ervaren oorlogsjournalist die eerder voor de BBC werkte en medeoprichter is van het Drones project van het Bureau of Investigative Journalism. Hij heeft Airwars opgezet uit bezorgdheid over de toename van het aantal oorlogen die alleen vanuit de lucht worden gevoerd. „De positieve en negatieve effecten van deze luchtoorlogen zijn niet duidelijk.”

Een van de negatieve effecten is dat er burgerdoden vallen. Dat is onvermijdelijk, ondanks de inzet van precisiewapens. Maar de coalitie presenteert de strijd tegen IS als een schone oorlog, waarbij amper onschuldige slachtoffers vallen. De coalitie heeft zestien incidenten bevestigd, waarbij tussen de 34 en 45 burgers zijn omgekomen. Volgens Airwars zijn bij 132 andere incidenten waarschijnlijk nog eens 846 tot 1.166 burgers gedood.

Airwars houdt een databank bij van alle bekende incidenten waarbij burgers zouden zijn gedood door de coalitie sinds de luchtoorlog begon in augustus 2014. De onderzoekers proberen via Facebook, Twitter, YouTube en lokale media incidenten te herkennen en een eerste inschatting te maken van het dodental. Daarna checken ze of de coalitie aanvallen heeft uitgevoerd in de omgeving en gaan ze op zoek naar aanvullende bronnen.

Het ministerie wil desgevraagd alleen schriftelijk reageren:

„Om veiligheidsredenen is Defensie zeer terughoudend met het verstrekken van gedetailleerde operationele informatie. Individuele landen maken een eigen afweging over hun inzet. Informatie over specifieke aanvallen of doelen, in dit geval van Nederland, vergroot risico’s en gevaar voor de Nederlandse militairen en de Nederlandse samenleving (nationale veiligheid). Dat moet worden voorkomen.”