Is Draper de man die eindeloos neerstort?

Mad Men leek even te imploderen in een wolk van sigarettenrook en mooie decors. Maar in het prachtige slotseizoen worstelt held Don Draper met zijn ambitie, demonen en de liefde.

Het hoe en waarom van de situatie moet niet verklapt worden, maar de laatste blik op Don Draper is onvergetelijk. Even trillen de neusvleugels voordat er vanuit de mondhoeken een glimlach gloort. Wat we zien is de geboorte van een idee. Dan volgt de definitief laatste scène van Mad Men: een Coca Cola-reclame, die het drankje vereenzelvigt met liefde, geborgenheid en harmonie in de wereld, gezongen door een groep multiculturele hippies.

Dat is passende sluitstuk voor deze serie die doordrenkt was van de Amerikaanse mythologie van kapitalisme, masculiniteit, vrijheid en vooruitgang – het idee dat de wereld verbeterd kan en moet worden.

Don Draper – een van de top dogs aan reclamestraat Madison Avenue in New York, de pendant van Wall Street – staat in het hart van die mythologie: hij is één van de reclamemannen die de natie in de jaren zestig deed hunkeren naar materiële welvaart en een beter leven, zoals hij zichzelf zeven seizoenen steeds opnieuw uitvond – en toch voor een belangrijk deel dezelfde bleef.

Zeven seizoenen drama is veel, maar de kijker die de serie trouw bleef wordt beloond. Na vijf seizoenen leek Mad Men te imploderen in een wolk van drank, sigarettenrook en stijlvolle decors. Maar het schitterende zesde seizoen doorbrak de monotonie met onthullende flashbacks naar de jeugd van Don. De eerste helft van het veertien afleveringen tellende slotseizoen is opnieuw briljant. Daarna schaken de makers zich behoedzaam naar de uitgang.

De prachtig geanimeerde leader, die het koningsdrama voorspelde van een man die eindeloos van wolkenkrabbers neerstort, blijkt misleidend te zijn geweest. Dat was het begin: de man van nederige afkomst, die een nieuwe identiteit aanneemt om te kunnen doordringen bij de New Yorkse adel.

Mad Men rondt af als een klassieke psychologische worsteling van een held met zijn ambitie, zijn demonen en de liefde; vermengd met een bijtende analyse van een maatschappij in limbo.

Hert afscheid van een van de beste dramaseries ooit gaat aan het hart, te meer omdat seizoen 7 nauwelijks nog over reclame gaat, maar Don en belangrijkste personages dichterbij brengt dan ooit: Pete, Roger, Joan, Betty en Peggy. Don is op non-actief gesteld na zijn emotionele ineenstorting. Pas als hij diverse vernederingen heeft doorstaan, dringt tot hem door dat zijn leven misschien ook anders kan. Don kijkt naar de lucht en voelt de drang naar vrijheid.

Mad Men doet niet aan wensvervulling: anders zou de carrière van Peggy, de talentvolle secretaresse die zich ten koste van persoonlijk geluk opwerkt tot hoofd van de copywriters wel voorspoediger hebben verlopen. De rol van de vrouwen in de maatschappij observeert Mad Men genadeloos: onderdrukking en vernedering van vrouwen zit in de haarvaten van de heersende groep, de man. Tegenover de uiterlijke glamour van de succesvolle reclamemannen – mooie kleren, eindeloos roken en drinken, gewillige vrouwen – etaleert de serie breeduit hun kleinzielige trots en hun primitief machoïsme.

De status die Joan geniet – partner bij Sterling Cooper, maar ook een roodharige met enorme borsten – is broos. Zeker in de buitenwereld is ze nooit meer dan lustobject. Betty, ex van Don, lijkt beter af. Ze waant zich de geslaagde vrouw van een geslaagde man, terwijl de hedendaagse kijker alleen een verwaande en zich elke individualiteit ontzeggende huisvrouw ziet.

In seizoen 7 is het 1969 en wandelt de mens over de maan, maar je vraagt je af hoe het ooit goed moet komen met de wereld.

Het einde van Mad Men is een slag voor de kwaliteitstelevisie. Van dappere makers ook, want de serie was altijd populairder bij critici dan bij het Amerikaanse publiek. Maar Mad Men bood ons tv-helden voor het leven en onze blik op de zogenaamd gouden jaren zestig is ontegenzeggelijk bijgestuurd. Slechts op één punt wordt de tragiek expliciet: ten slotte sterft er toch nog één dwangmatige roker aan longkanker. Hoe droevig.